|
Wet Van Dam Ingangsdatum: 01 december 2011
De wet Van Dam heeft betrekking op de stilzwijgende verlenging en opzegtermijn bij lidmaatschappen, abonnementen en overige overeenkomsten. De wetswijziging houdt in dat de meeste contracten per maand opzegbaar worden en is vooral bedoeld om consumenten te beschermen tegen stilzwijgend verlengde abonnementen van bijvoorbeeld de sportschool. Wettechnisch wijzigt de wet Van Dam een aantal bepalingen uit onder andere art. 6:236 en 6:237 BW, beter bekend als de zogenaamde zwarte en grijze lijst. Bepalingen uit algemene voorwaarden die in strijd zijn met de zwarte lijst zijn zonder meer onredelijk en gelden niet. Bepalingen in strijd met de grijze lijst kunnen onredelijk zijn, de gebruiker van de algemene voorwaarden zal moeten aantonen dat er een goede reden aanwezig is voor de gewraakte bepaling. In de praktijk betekent de wetswijziging dat een overeenkomst niet meer stilzwijgend mag worden verlengd, tenzij de wederpartij kan opzeggen gedurende de verlening met een opzegtermijn van een maand. Hierop gelden twee uitzonderingen. De eerste uitzondering is dat deze nieuwe regeling niet geldt voor overeenkomsten afgesloten met verenigingen zoals de ANWB. De tweede uitzondering ziet op nieuwsbladen en tijdschriften die minder dan 1 keer per maand verschijnen. Als in zulke gevallen een overeenkomst stilzwijgend wordt verlengd voor onbepaalde tijd, dan mag er een opzegtermijn van 3 maanden worden gehanteerd. Ook de wijze waarop de klant het abonnement kan opzeggen is gewijzigd. Door de wetswijziging is het nu mogelijk voor de consument om op elk moment de overeenkomst op te zeggen, waarbij uiteraard wel de opzegtermijn in acht moet worden genomen. Verder geldt nu dat de klant hetzelfde kanaal voor opzeggen kan gebruiken als het kanaal dat is gebruikt voor het afsluiten van een abonnement. Als het abonnement bijvoorbeeld is afgesloten via de telefoon, dan kan de klant het abonnement ook weer opzeggen via de telefoon. Voor de wetswijziging met betrekking tot de grijze lijst geldt het volgende. Er mogen geen overeenkomsten meer worden afgesloten die meer dan 1 jaar duren, tenzij de wederpartij maandelijks kan opzeggen. Verder mag de opzegtermijn van degene die de algemene voorwaarden gebruikt niet korter zijn dan die van de wederpartij. Bepalingen die in strijd komen met de grijze lijst kunnen onredelijk zijn, als gebruiker moet er een goede reden aanwezig zijn om de bepalingen toch jegens wederpartij in te roepen.
Nieuwe vervaltermijn vakantiedagen 2012 Ingangsdatum: 01 januari 2012
Werknemers hebben recht op een minimum aantal vakantiedagen, per jaar is dit 4 keer het aantal werkdagen per week. Het is ook mogelijk extra vakantiedagen te krijgen, dit zijn de zogenaamde bovenwettelijke vakantiedagen. Voor het wettelijke aantal vakantiedagen geldt per 01 januari 2012 een vervaltermijn van 6 maanden na het opbouwjaar. Opgebouwde wettelijke vakantiedagen in 2012 vervallen dus op 1 juli 2013. Deze vervaltermijn geldt niet voor bovenwettelijke vakantiedagen, hiervoor blijft de vervaltermijn van 5 jaar gelden. Op de 6 maanden vervaltermijn bestaat een uitzondering, namelijk wanneer de werknemer redelijkerwijs niet in staat was om de vakantiedagen op te nemen. Het hangt dan af van de omstandigheden van het geval om te bepalen op hoeveel vakantiedagen de werknemer nog recht heeft. Naast de korte vervaltermijn van 6 maanden is er nog een verandering. Langdurig zieke werknemers hadden een beperkte opbouw van vakantiedagen. Deze opbouw was beperkt tot het laatste half jaar van de ziekte. Per 01 januari 2012 wordt er voor de opbouw van vakantiedagen echter geen verschil meer gemaakt tussen zieke en niet-zieke werknemers. Ook voor langdurig zieke werknemers geldt dan dat zij recht hebben op het wettelijke minimum aantal vakantiedagen, bij een fulltime dienstverband is dat dan 4 weken. Volledigheidshalve dient nog te worden opgemerkt dat deze wijziging met betrekking tot vakantiedagen niet met terugwerkende kracht geldt. Vakantiedagen opgebouwd tot en met 31 december 2011 hebben in beginsel een vervaltermijn van 5 jaar. De werknemer moet er rekening mee houden dat de vakantiedagen die als eerste vervallen ook als eerste worden opgenomen. Dit betekent dat bijvoorbeeld wettelijk opgebouwde vakantiedagen in 2012 eerder opgenomen moeten worden dan vakantiedagen uit 2011.
Verlaging Kinderopvangtoeslag Ingangsdatum: 01 januari 2012
Het aantal uren waarvoor kinderopvangtoeslag kan worden ontvangen wordt per 01 januari 2012 beperkt. Voorheen werd bij de berekening van de kinderopvangtoeslag rekening gehouden met het inkomen van beide ouders en het aantal uren kinderopvang. Met de gewijzigde regeling tellen nu ook de gewerkte uren van de ouders mee. Er kan per 01 januari 2012 alleen kinderopvangtoeslag worden verkregen over de uren van de ouder met de minste werkuren. Werkt bijvoorbeeld een van de ouders 24 uur per week, dan is deze 24 uur de basis voor het recht op kinderopvangtoeslag. Gaat het kind naar de dagopvang maar is niet schoolgaand? Dan geldt een recht op toeslag van 140% over de uren van ouder met de minste werkuren. Is het kind wel schoolgaand? Dan kan er tot 70% worden gedeclareerd. Ook het maximum aantal uren kinderopvangtoeslag waar recht over bestaat wordt verlaagd. Per 01 januari 2012 kan er voor één kind maximaal 230 uur voor alle opvangsoorten worden gedeclareerd, dit was 230 uur voor buitenschoolse opvang en 230 uur voor gastouderopvang. Hier geldt verder dat de ouder met de minste werkuren wel recht moet hebben op 230 uur.
Wet aanpassing wettelijke gemeenschap van goederen Ingangsdatum: 01 januari 2012
De Wet Aanpassing Wettelijke Gemeenschap van Goederen moderniseert het huidige huwelijksvermogensrecht. De belangrijkste wijzigingen worden hieronder uiteengezet. Het tijdstip van huwelijksontbinding wordt vervroegd. De wijziging van artikel 1:99 BW brengt mee dat het moment van indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding bepalend is. Rechterlijke goedkeuring is niet langer vereist bij wijziging van het huwelijksvermogensregime. Bij een wijziging van omstandigheden kunnen echtgenoten eenvoudiger hun huwelijkse voorwaarden aanpassen. Ter bescherming van de positie van schuldeisers is in het nieuwe artikel 1:102 BW opgenomen dat echtgenoten die tijdens hun huwelijk overstappen van de gemeenschap van goederen naar huwelijksvoorwaarden met uitsluiting van iedere gemeenschap, hoofdelijk aansprakelijk zijn voor alle gemeenschapsschulden die op het moment van wijziging aanwezig zijn. Beide echtgenoten worden zelfstandig bestuursbevoegd ten aanzien van alle goederen die de huwelijkgemeenschap omvatten. Hierbij geldt een uitzondering voor goederen op naam en goederen die dienstbaar zijn aan het beroep op bedrijf van één der echtgenoten. Echtgenoten kunnen bij huwelijkse voorwaarden van deze regeling afwijken. De echtgenoot die uit privévermogen een goed aanschaft dat vervolgens tot het gemeenschappelijk vermogen behoort heeft onder de huidige wetgeving een nominale vordering op de huwelijksgemeenschap. Per 1 januari wordt deze nominaliteitsleer vervangen door de beleggingsleer, hetgeen betekent dat naar evenredigheid rekening wordt gehouden met het positieve of negatieve rendement van de bijdrage die is geleverd ten laste van het privévermogen aan het gemeenschappelijke vermogen. Tot slot is in verband met de inwerkingtreding van de wet het Besluit Huwelijksgoederenregime 1969 aangevuld. |