Wetsvoorstel rechtsvermoeden op basis van een tarief

9 juli 2026

Op dinsdag 16 juni 2026 heeft de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Rechtsvermoeden op basis van een uurtarief. Het rechtsvermoeden houdt in dat er een vermoeden bestaat dat sprake is van een arbeidsovereenkomst als een werker minder dan € 38,- per uur verdient (peildatum 1 januari 2026).

Wat het rechtsvermoeden inhoudt

Wanneer een werker minder dan € 38,- per uur verdient en een beroep doet op het rechtsvermoeden, is het vervolgens aan de opdrachtgever (of werkgever) om aan te tonen dat géén sprake is van een arbeidsovereenkomst. Lukt dat niet, dan kan de werker aanspraak maken op de bescherming die hoort bij een arbeidsovereenkomst. Denk hierbij aan ontslagbescherming en loondoorbetaling tijdens ziekte.

Het doel van het wetsvoorstel is dat laagbetaalde zelfstandigen beter worden beschermd tegen schijnzelfstandigheid. Door het rechtsvermoeden kunnen werkers makkelijker hun rechtspositie opeisen. Het kabinet hoopt dat het rechtsvermoeden in de praktijk een preventieve en normerende werking heeft, zodat kwetsbare werkers minder snel in een situatie van schijnzelfstandigheid terechtkomen.

Het rechtsvermoeden geldt niet alleen voor nieuwe arbeidsrelaties, maar ook voor huidige overeenkomsten die nog doorlopen op het moment dat de wetgeving in werking treedt. Het geldende uurtarief zal twee keer per jaar worden herzien, gelijktijdig met de vaststelling van de minimumlonen.

Wat de gevolgen zijn van het rechtsvermoeden

Het rechtsvermoeden zorgt voor een wijziging van de bewijspositie van de werker. Het wordt de werker gemakkelijker gemaakt om te bewijzen dat sprake is van een arbeidsovereenkomst als zijn uurtarief lager is dan € 38,- per uur. Daardoor wordt het belangrijker om vooraf goed te controleren of het uurtarief van een zelfstandige niet onder deze norm uitkomt.

Status van het wetsvoorstel

Het wetsvoorstel is op 16 juni 2026 aangenomen door de Eerste Kamer. Naar verwachting zal de wet uiterlijk per 31 december 2026 in werking treden. 

Naast het wetsvoorstel over het rechtsvermoeden werkt het kabinet aan andere wetsvoorstellen om schijnzelfstandigheid tegen te gaan. Het kabinet heeft ervoor gekozen om het verduidelijkingsdeel uit het originele wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden te schrappen. In plaats daarvan zet het kabinet in op de Zelfstandigenwet. Echter, deze wet zal voorlopig nog niet in werking treden. Daarvoor moet het wetsvoorstel eerst langs de Raad van State.

Wanneer u vragen heeft over het wetsvoorstel of over de huidige stand van zaken als het gaat om handhaving van schijnzelfstandigheid, kunt u contact opnemen met onze arbeidsrechtspecialisten.

Dinsdag 16 juni heeft de Eerste Kamer ingestemd met het wetsvoorstel rechtsvermoeden op basis van een tarief. Dit tarief zal per 1 januari 2026 zijn bepaald op € 38 per uur. Als werkers een beroep doen op het rechtsvermoeden moeten de werkverschaffers aantonen dat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. Kunnen ze dat niet, dan is sprake van schijnzelfstandigheid en heeft een werker ook recht op de bescherming die hoort bij iemand in loondienst, zoals recht op loondoorbetaling bij ziekte en ontslagbescherming.