Begripsverwarring bij vervoercontracten

Begripsverwarring bij vervoercontracten

Het Burgerlijk Wetboek definieert een vervoerovereenkomst als volgt: "De overeenkomst van goederenvervoer is de overeenkomst waarbij de ene partij (de vervoerder) zich tegenover de andere partij (de afzender) verbindt zaken te vervoeren". De 'hoofdpersonen' zijn dus de afzender en de vervoerder.

Contractuele wederpartij

De afzender is de contractuele wederpartij van de vervoerder, diens opdrachtgever. De afzender heeft een aantal verplichtingen waaronder het zorgdragen voor de juiste verpakking en documentatie, het geven juiste en tijdige instructies aan de vervoerder en uiteraard de verplichting om de vervoerder te betalen voor zijn prestaties. De afzender hoeft niet de eigenaar van de goederen te zijn, de afzender kan ook in opdracht van een ander een overeenkomst sluiten. Het komt ook voor dat de afzender tevens de ontvanger van de goederen is.  Dit is bijvoorbeeld bij een af- fabriek zending het geval, wanneer koper en verkoper in de koopovereenkomst afspreken dat de koper zorgdraagt voor het ophalen van de goederen en hiervoor een vervoerovereenkomst aangaat met een vervoerder.

De afzender hoeft de goederen ook niet fysiek aan de vervoerder mee te geven. Veel afzenders maken gebruik van andere dienstverleners om goederen op te slaan, bijvoorbeeld in een warehouse. Dit warehouse wordt dan aangemerkt als aflader. Deze draagt de goederen in fysieke zin over aan de vervoerder, maar is geen partij bij de vervoerovereenkomst zoals de afzender. De praktijk laat echter zien dat veel afladers zich ten onrechte uitgeven als afzender door als zodanig de vrachtdocumenten in te vullen en te ondertekenen. Om te voorkomen dat de aflader ten onrechte door de vervoerder als afzender wordt aangesproken, wordt daarom geadviseerd altijd op het vrachtdocument op te merken dat de aflader heeft gehandeld ‘in opdracht van’ de afzender.

De vervoerder

De andere ‘hoofdpersoon’ is uiteraard de vervoerder. De vervoerder is de partij die een verbintenis aangaat om zaken te vervoeren. Dit hoeft echter niet te betekenen dat de vervoerder ook daadwerkelijk zelf het vervoer uitvoert. Enerzijds kan de vervoerder het feitelijk vervoer laten verrichten door ondergeschikten. Anderzijds kan de vervoerder op zijn beurt weer een derde in de arm nemen, met wie hij een overeenkomst sluit om het vervoer te laten uitvoeren. In dit geval spreken we van een papieren vervoerder en onder-vervoerders.

Bij deze figuur is er veel overlap met de expediteur. Juridisch gezien is dit de interessantste figuur. Een expediteur sluit immers ten behoeve van zijn opdrachtgever op eigen naam of namens zijn opdrachtgever een vervoerovereenkomst. Anders dan een vervoerder verricht een expediteur niet zelf het vervoer, maar sluit hij ten behoeve van zijn opdrachtgever een vervoerovereenkomst. Hij kan dit op eigen naam doen of op naam van zijn opdrachtgever. Als een expediteur op eigen naam een overeenkomst sluit met een vervoerder is hij daarmee feitelijk ook afzender. Het onderscheid met een papieren vervoerder lijkt subtiel, maar in juridisch opzicht zijn er grote verschillen.

Keten van overeenkomsten

In de praktijk ontstaat er vaak een keten van overeenkomsten waarbij het vervoer geheel of gedeeltelijk door meerdere partijen wordt uitbesteed. Het gevolg hiervan is dat het vaak een hele puzzel kan zijn om achteraf vast te stellen wat partijen nu precies zijn overeengekomen en welke rechten en verplichtingen hieruit zijn ontstaan. Vaak zal dit pas achteraf kunnen worden vastgesteld aan de hand van gebruikte termen en begrippen, documenten, betalingen en de wijze waarop partijen zich naar elkaar toe hebben gepresenteerd.

Deel deze pagina