Bestuurdersaansprakelijkheid - Deel III

Bestuurdersaansprakelijkheid - Deel III

Geplaatst op

Veel ondernemers kiezen ervoor hun onderneming te drijven middels een BV. De gedachte bestaat dat je dan als ondernemer niet meer in privé aansprakelijk gesteld kunt worden. In mijn eerdere blogs heb ik al aangegeven dat die gedachte strikt genomen niet juist is. Onder omstandigheden kan er namelijk sprake zijn van bestuurdersaansprakelijkheid. In dat geval kan de ondernemer als bestuurder van de BV ook in zijn privévermogen worden aangesproken. Allereerst kan de ondernemer als bestuurder van de BV door de BV zelf worden aangesproken op grond van art. 2: 9 BW. In mijn vorige blog heb deze eerste variant van de bestuurdersaansprakelijkheid besproken. In deze blog zal ik aandacht besteden aan de aansprakelijkheid van de bestuurder tegenover derden, de zogenaamde “externe aansprakelijkheid”

Aansprakelijkheid tegenover derden

Het is ook mogelijk dat de bestuurder met zijn privévermogen aansprakelijk wordt gesteld door een derde. Deze externe aansprakelijkheid doet zich vaker voor dan de interne aansprakelijkheid. Bij deze variant van bestuurdersaansprakelijkheid gaat het dus om aansprakelijkheid van de bestuurder met zijn privévermogen tegenover derden. Bij deze derden kan met name gedacht worden aan schuldeisers van de BV. Hier betreft de aansprakelijkheid dus niet een interne aangelegenheid en daarom er gesproken van “externe aansprakelijkheid”. De wetgever heeft voor deze vorm van aansprakelijkheid geen specifieke wettelijke bepaling opgesteld. In de jurisprudentie van de Hoge Raad is deze variant van bestuurdersaansprakelijkheid opgehangen aan de algemene bepaling voor onrechtmatig handelen in artikel 6: 162 BW.

Voldoende ernstig verwijt

Een derde kan de bestuurder in zijn privévermogen aanspreken als de bestuurder van zijn handelswijze als bestuurder een “persoonlijk en voldoende ernstig verwijt” gemaakt kan worden. Ook hier geldt een zware maatstaf. Het dient immers te gaan om een “voldoende ernstig verwijt”. Aansprakelijkheid zal bij deze variant van bestuurdersaansprakelijkheid dus evenmin snel worden aangenomen. Ook hier is de achterliggende gedachte dat het niet wenselijk is wanneer de bestuurders van rechtspersonen in Nederland te risicomijdend handelen.

Individuele beoordeling

Wat opvalt, is dat het bij deze aansprakelijkheidsvariant moet gaan om een “persoonlijk” verwijt aan de bestuurder. Bij de in mijn vorige blog besproken interne aansprakelijkheid geldt in beginsel een collectieve verantwoordelijkheid van het bestuur, terwijl er bij de onderhavige variant per bestuurder individueel beoordeeld dient te worden waar hem of haar een voldoende ernstig verwijt van gemaakt kan worden. Voorts komt deze aansprakelijkheid pas aan bod, zodra de BV de schade van de derde niet zelf kan vergoeden. Eerst zal de derde dus voor zijn of haar schade aan moeten kloppen bij de BV en wanneer dat geen soelaas biedt, kan de bestuurder in privé worden aangesproken.

Voorbeelden

In de rechtspraak van de Hoge Raad zijn een aantal standaardsituaties naar voor gekomen waarin aansprakelijkheid op deze grond aangenomen kan worden. Zo kan de bestuurder door een derde in privé aansprakelijk worden gesteld voor zijn of haar schade wanneer de bestuurder namens de BV met deze derde een overeenkomst sluit, terwijl hij weet of redelijkerwijs behoort te weten dat de BV de verplichtingen uit die overeenkomst helemaal niet na kan komen. Of dat een bestuurder in privé aansprakelijk gesteld kan worden, wanneer hij of zij bewerkstelligt dat de BV haar lopende verplichtingen jegens een derde niet nakomt, terwijl de bestuurder daarbij weet dat deze derde daardoor schade lijdt en de BV deze schade in de toekomst niet zal kunnen vergoeden. Er kunnen zich overigens ook andere situaties voordoen waarin door een derde aan een bestuurder een persoonlijk en voldoende ernstig verwijt gemaakt kan worden, maar de hiervoor genoemde twee situaties komen in de rechtspraak met name naar voren.

Aansprakelijkheid buiten bestuursactiviteiten

Bij deze variant van bestuurdersaansprakelijkheid moet aan de bestuurder een verwijt gemaakt kunnen worden van zijn handelswijze in zijn hoedanigheid van bestuurder. De bestuurder kan echter ook op een andere wijze handelen dan als bestuurder van de BV. Zo rusten bijvoorbeeld op een makelaar - die tevens bestuurder kan zijn van de BV waarin de onderneming van het makelaarskantoor is gegoten - specifieke zorgvuldigheidsnormen als makelaar. Deze specifieke zorgvuldigheidsnorm voor makelaars bestaan los van het feit of een makelaar wel of geen bestuurder is van de BV. Als een makelaar een dergelijke specifieke zorgvuldigheidsnorm als makelaar schendt, kan hij aansprakelijk gesteld worden op basis van deze zorgvuldigheidsnorm en niet op basis van bestuurdersaansprakelijkheid. In dat geval geldt de zware maatstaf, die een voldoende ernstig verwijt verlangt, dus niet. Aansprakelijkheid van de makelaar, die tevens bestuurder is, wordt in dit geval dan ook sneller aangenomen en hier kan niet gesproken worden van bestuurdersaansprakelijkheid.

Conclusie

Bij veel mensen leeft de gedachte dat je als ondernemer niet meer in privé aangesproken kunt worden als je een BV opricht. Als uitgangspunt is die gedachte juist, maar hierop bestaat wel een belangrijke uitzondering. Namelijk als de ondernemer als bestuurder in privé aansprakelijk gesteld kan worden. Ik heb dit in mijn eerste blog uitgelegd. De aansprakelijkheid van de bestuurder tegenover de BV en derden heb ik nu besproken. In mijn volgende blog zal ik ingaan op een aantal specifieke vormen van bestuurdersaansprakelijkheid, waaronder bestuurdersaansprakelijkheid bij faillissement.

 

Deel deze pagina