Bewijs bij de wederpartij: bestaat er recht op inzage?

Bewijs bij de wederpartij: bestaat er recht op inzage?

Geplaatst op

Bewijs neemt in ons rechtssysteem een prominente rol in. Veel procedures worden niet beslist op juridische punten, maar worden afgedaan op basis van de vraag of er wel of geen bewijs is geleverd. Wanneer u meent in uw recht te staan, krijgt u in een procedure niet altijd gelijk. U zult uw stellingen voldoende moeten onderbouwen en bewijzen. Wanneer u daar niet in slaagt, kunt u in “bewijsnood” komen te verkeren en wordt uw vordering afgewezen. Dit kan leiden tot onredelijke situaties. Bijvoorbeeld wanneer de wederpartij wel over stukken beschikt, die u nu juist al bewijs nodig hebt. U kunt hierbij denken aan contracten, bankafschriften, maar bijvoorbeeld ook aan verzekeringspolissen. De vraag die dan rijst is of de wederpartij deze stukken aan u moet afgeven. Heeft u recht op inzage in deze stukken?

In beginsel is het zo dat iedere partij zijn eigen bewijs moet leveren. Een algemene verplichting voor de wederpartij om stukken af te geven, bestaat in ons rechtssysteem niet. Net als elke regel, wordt deze regel echter bevestigd door een uitzondering. In de wet is namelijk bepaald dat de wederpartij soms toch inzage moet verlenen in stukken die hij of zij onder zich heeft. De wetgever heeft dit bepaald in artikel 843a van ons Wetboek van burgerlijke rechtsvordering, welke bepaling luidt als volgt:

“Hij die daarbij rechtmatig belang heeft, kan op zijn kosten inzage, afschrift of uittreksel vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorgangers partij zijn, van degene die deze bescheiden te zijner beschikking of onder zijn berusting heeft.”

Het is niet zo dat u deze inzage zomaar kunt verlangen. De inzage zal via de rechter gevorderd moeten worden. Een advocaat zal namens u dus een procedure aanhangig moeten maken, waarin inzage in de bescheiden gevorderd wordt.

Vervolgens dient er voldaan te worden aan een aantal vereisten. Zo dient er sprake te zijn van een rechtmatig belang bij de inzage. In de wet staat weliswaar “rechtmatig belang”, maar in de jurisprudentie komt duidelijk naar voren dat het dient te gaan om “zwaarwegend belang”. Het dient voor u de enige mogelijkheid te zijn om uw stellingen te bewijzen en u moet een zeer groot nadeel lijden wanneer u geen inzage krijgt in de stukken. Vervolgens dienen de bescheiden waarin u inzage wenst voldoende bepaald te worden. Het is derhalve niet zo dat u bijvoorbeeld de gehele boekhouding op kunt vragen om daarin even een kijkje te nemen of er iets in zit waar u in de procedure wellicht iets aan heeft. In juridisch jargon wordt dan gesproken over een zogenaamd “fishing expedition”. Hiervoor is deze regeling niet bedoeld. Dit zijn de belangrijkste voorwaarden waaraan voldaan dient te worden en vaak strandt een vordering tot inzage in bescheiden omdat niet aan deze vereisten wordt voldaan.

Mocht u naar aanleiding van het bovenstaande het idee hebbend dat u nu de mogelijkheid heeft gevonden om bewijs te leveren van een belangrijke stelling, juich dan niet te vroeg. Veelal worden vorderingen die strekken tot inzage niet toegewezen. Rechters houden strak vast aan het uitgangspunt dat iedere partij bewijs moet leveren van zijn eigen stellingen. Een vordering tot inzage wordt dus slechts bij uitzondering toegewezen en het is absoluut geen regel dat inzage wordt toegestaan. Het is daarom het beste dat u zelf de beschikking hebt over alle nodige bewijzen in een procedure. Mocht dat dan onverhoopt toch niet het geval zijn, dan kan deze regeling u wellicht uitkomst bieden.
 

Deel deze pagina