Bewijsvermoeden ook van toepassing op aardbevingsschades buiten de provincie Groningen

Bewijsvermoeden ook van toepassing op aardbevingsschades buiten de provincie Groningen

Door de Arbiter Bodembeweging en de Rechtbank Noord-Nederland is algemeen aanvaard dat eigenaren die te maken hebben met fysieke aardbevingsschade aan een onroerende zaak gelegen in de provincie Groningen, een beroep kunnen doen op het bewijsvermoeden neergelegd in artikel 6:177a van het Burgerlijk Wetboek.

Onlangs heeft de Arbiter Bodembeweging in de zaak met het nummer 18/0242 het bewijsvermoeden ook toegepast op schade aan een onroerende zaak gelegen in Zuidlaarderveen. De uitspraak is om meerdere redenen interessant voor eigenaren van onroerend goed in de omgeving van Zuidlaren (en Emmen). In deze blog wordt eerst ingegaan op het bewijsvermoeden en vervolgens worden de belangrijkste overwegingen van de Arbiter Bodembeweging besproken.

Het wettelijk bewijsvermoeden van artikel 6:177a BW

Om vastgoedeigenaren die te maken hebben met fysieke aardbevingsschade ten gevolge van de gaswinning tegemoet te komen in hun bewijspositie, heeft de wetgever per 31 december 2016 in de wet artikel 6:177a lid 1 BW opgenomen. Dit artikel luidt als volgt:

“Bij fysieke schade aan gebouwen en werken, die naar haar aard redelijkerwijs schade door beweging van de bodem als gevolg van de aanleg of de exploitatie van een mijnbouwwerk ten behoeve van het winnen van gas uit het Groningenveld zou kunnen zijn, wordt vermoed dat die schade veroorzaakt is door de aanleg of de exploitatie van dat mijnbouwwerk.”

Wanneer het bewijsvermoeden van toepassing is op een specifieke schade, wordt dus vermoed dat die schade het gevolg is van aardbevingen en is het vervolgens aan NAM dat vermoeden te weerleggen.

Onlangs heeft de Advocaat Generaal in een advies aan de Hoge raad zich uitgelaten over de vraag wat vereist is om van een weerlegging van dat vermoeden te kunnen spreken. De Advocaat Generaal is kortgezegd van oordeel dat enkel twijfel zaaien door NAM onvoldoende is. NAM moet aannemelijk maken dat de schade niet door aardbevingen is veroorzaakt en moet een andere oorzaak aannemelijk maken.

De uitspraak van de Arbiter Bodembeweging

In de uitspraak van de Arbiter Bodembeweging die de aanleiding is geweest voor het schrijven van deze blog, heeft de Arbiter Bodembeweging een tweetal belangrijke uitspraken gedaan.  

Ten eerste neemt de Arbiter Bodembeweging een bewijsvermoeden aan op grond van artikel 6:177a BW door als volgt te oordelen:

“De arbiter is van oordeel dat het feit dat het pand net over de provinciegrens is gelegen niet uitsluit dat het wettelijk bewijsvermoeden van toepassing kan zijn. De arbiter overweegt hiertoe dat het pand van de eigenaar op kleine afstand van het Groningenveld is gelegen en dat zich in de nabijgelegen provincie Groningen een groot aantal soortgelijke schadegevallen voordoen. De arbiter ziet geen aanleiding om, zonder dat daar voldoende harde criteria voor bestaan, de provinciegrens tussen Groningen en Drenthe te hanteren als strikte afbakening voor toepassing van het bewijsvermoeden.”

Wanneer een eigenaar van een onroerende zaak echter schade heeft geleden ten gevolge van bevingen afkomstig uit een ander gasveld, zoals het Annerveense Veld of het Emmenveld, kan hij of zij geen beroep doen op het bewijsvermoeden van artikel 6:177a BW. Het bewijsvermoeden van artikel 6:177a BW ziet namelijk alleen op bevingen afkomstig uit het Groningenveld.

De arbiter komt eigenaren van onroerend goed in de omgeving van het Annerveense veld en de omgeving van Emmenveld echter tegemoet. De arbiter oordeelt namelijk dat er een arbitraal bewijsvermoeden moet worden aangenomen voor de bevingen afkomstig uit het Annerveense Veld en het Emmenveld. Dit is belangrijk, omdat eigenaren van vastgoed in de omgeving van Emmen en Annen zich dus op het standpunt kunnen stellen dat ook voor de bevingen afkomstig uit deze velden moet worden aangenomen dat de schade is veroorzaakt door de aardbevingen en het dus aan NAM is om aannemelijk maken dat de schade niet door aardbevingen is veroorzaakt.

Belangrijke uitspraak

De uitspraak is voor vastgoedeigenaren in de omgeving Zuidlaren (en de omgeving Emmen) van groot belang, aangezien zij zich naar het oordeel van de Arbiter Bodembeweging op het standpunt kunnen stellen dat er een bewijsvermoeden moet aangenomen, ook wanneer zij schade hebben gemeld naar aanleiding van een beving afkomstig uit een ander veld dan het Groningenveld.

Deel deze pagina