De B.V. in oprichting: pas op voor aansprakelijkheid!

De B.V. in oprichting: pas op voor aansprakelijkheid!

Geplaatst op

Bij het oprichten van een B.V. heeft de bestuurder het oogmerk om zijn persoonlijke aansprakelijkheid te beperken. Tijdens de oprichtingsfase worden met grote regelmaat overeenkomsten gesloten voor de nog op te richten B.V. Dit is niet zonder gevaren. Een onjuiste, ondoordachte bekrachtiging van een rechtshandeling in de fase van oprichting kan het effect van het beperken van persoonlijke aansprakelijkheid teniet doen.

Hoofdelijk aansprakelijk tot de B.V. na de oprichting de rechtshandeling heeft bekrachtigd

Op grond van artikel 2:203 BW ontstaan er uit rechtshandelingen die zijn verricht namens een op te richten vennootschap slechts rechten en verplichtingen voor de vennootschap indien de rechtshandelingen na de oprichting uitdrukkelijk of stilzwijgend zijn bekrachtigd. Tot het moment waarop de vennootschap na haar oprichting de rechtshandeling heeft bekrachtigd, is degene die de rechtshandeling namens de vennootschap in oprichting heeft verricht hoofdelijk aansprakelijk. Deze aansprakelijkheid eindigt niet indien diegene bij het aangaan van de verbintenis wist of behoorde te weten dat de op te richten B.V. de verbintenis niet na zou kunnen komen. Deze wetenschap wordt vermoed aanwezig te zijn als de B.V. binnen een jaar na de oprichting in staat van faillissement wordt verklaard.

Wetenschap dat de op te richten B.V. de verbintenis niet na zou kunnen komen

Van de wetenschap bij de (indirect) bestuurder van de B.V. in oprichting dat de vennootschap niet na zou kunnen komen was ook sprake in de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 mei 2016. De casus is als volgt.

De indirect bestuurder van de B.V. in oprichting was een overeenkomst aangegaan voor de koop van onroerend goed voor een bedrag van afgerond 14 miljoen euro. De bestuurder heeft ingestemd met het schrappen van het financieringsvoorbehoud. Na de oprichting van de B.V. werd de koopovereenkomst bekrachtigd. Al snel werd duidelijk dat de B.V. over onvoldoende financiële middelen beschikte en zij haar verplichtingen voortvloeiende uit de koopovereenkomst niet kon nakomen. Verkoper ontbindt de koopovereenkomst en stelt de indirect bestuurder (en de direct bestuurder, een B.V.) hoofdelijk aansprakelijk. Het gerechtshof komt tot het oordeel dat de indirect bestuurder op het moment van het aangaan van de koopovereenkomst moest weten dat de B.V. haar verplichtingen uit de koopovereenkomst niet zou kunnen nakomen. De indirect bestuurder valt een ernstig verwijt te maken. De indirect bestuurder is zowel op grond van artikel 2:203 lid 2 BW als artikel 6:162 BW aansprakelijk.

Risico’s verbonden aan rechtshandelingen namens de B.V. in oprichting

Deze uitspraak laat zien dat aan de oprichtingsfase en de bekrachtiging van een rechtshandeling risico’s verbonden zijn. Als (indirect) bestuurder is het van belang om voorzichtig om te gaan met het aangaan van rechtshandelingen namens een B.V. in oprichting. Let goed op dat rechtshandelingen die zijn verricht tussen het moment van oprichting en het moment van inschrijving niet te bekrachtigen zijn. Ondanks dat deze periode vaak kort is, is het raadzaam om pas na ontvangst van het bericht van inschrijving te handelen. Indien rechtshandelingen worden bekrachtigd, betekent dit niet automatisch dat u als (indirect) bestuurder niet langer hoofdelijk aansprakelijk bent. Ondoordacht en lichtvaardig handelen kan grote gevolgen hebben. Ik adviseer u dan ook vooraf informatie in te winnen. Hiermee kunt u grote gevolgen voorkomen. Neemt u hiervoor gerust contact met mij op.

Deel deze pagina