De onbedoelde effecten van de transitievergoeding

De onbedoelde effecten van de transitievergoeding

Geplaatst op

Al heel lang is het in diverse branches (zoals Horeca, Hoveniersbedrijf, Schildersbedrijf, Land- en tuinbouw en Onderwijs) de praktijk dat wordt gewerkt met seizoenswerkers. In het huidige arbeidsrecht kennen we de ketenregeling waarbij opvolgende contracten met een onderbreking van drie maanden of minder niet meetellen bij het arbeidsverleden. Op deze manier kan een medewerker vele jaren gedurende “het seizoen” in dienst zijn zonder in aanmerking te komen voor een vast dienstverband en/of een ontslagvergoeding bij het einde van de samenwerking.

Transitievergoeding
Per 1 juli 2015 verandert het arbeidsrecht ingrijpend. Een belangrijke wijziging is de invoering van de zogenaamde transitievergoeding. Dat houdt in dat bij het eindigen van een dienstverband dat minimaal twee jaar heeft geduurd, de werkgever een ontslagvergoeding verschuldigd is aan de werknemer. Dit geldt zowel voor arbeidsovereenkomsten voor bepaalde als voor onbepaalde tijd.
Voor de berekening van de duur van de arbeidsovereenkomst worden een of meer voorafgaande arbeidsovereenkomsten die elkaar met tussenpozen van ten hoogste zes maanden hebben opgevolgd, samengeteld. Dit geldt ook indien de werknemer achtereenvolgens in dienst is geweest bij verschillende werkgevers die, kort gezegd, ten aanzien van de verrichte arbeid elkaars opvolger zijn.
Dit kan er toe leiden dat de werkgever die op of na 1 juli 2015 afscheid neemt van een seizoenswerker een fors bedrag aan de medewerker dient te betalen omdat voorgaande arbeidsovereenkomsten die destijds weliswaar van rechtswege waren geëindigd wel meetellen voor de berekening van de transitievergoeding. Wel geldt overigens dat de tussenpozen zelf niet meetellen voor de berekening van de vergoeding.

Voorbeeld
Jan van der Struik werkt al 6 jaar als seizoenswerker bij een hoveniersbedrijf. Omdat er in de winter geen werk is krijgt Jan steeds een tijdelijk contract  voor de duur van 8 maanden (maart tot en met oktober). In het huidige systeem wordt er geen arbeidsverleden opgebouwd. In het nieuwe systeem zal Jan, als zijn tijdelijke contract op 30 oktober 2015 afloopt, recht hebben op een transitievergoeding op grond van zijn volledige dienstjaren, te weten 4 jaar (48 maanden).

Onbedoeld gevolg?
Voor nogal wat bedrijven kan dit tot ernstige financiële problemen leiden, en mogelijk zelfs tot een faillissement. Ook kan het leiden tot het niet aanbieden van een nieuw tijdelijk contract, of wachten met een aanbieding  tot meer dan zes maanden zijn verstreken na het einde van het vorige contract. Kortom, het onbedoelde effect kan zijn dat de werknemer zijn werk juist kwijt raakt in plaats van dat zijn positie sterker wordt. Hoewel dit gevolg veelal speelt bij seizoenswerkers, kan dit ook van toepassing zijn op andere tijdelijke werknemers.
Op vragen uit de Tweede Kamer heeft Minister Asscher van Sociale Zaken op 9 januari 2015 geantwoord dat deze terugwerkende kracht niet onbedoeld is en kan worden verdedigd met het argument dat het van belang is dat er geen onderscheid wordt gemaakt tussen medewerkers met een vast dienstverband en medewerkers met een tijdelijke arbeidsovereenkomst.

Wijzigingsvoorstel
Vanuit werkgeverskringen en de Tweede Kamer bleven echter signalen komen dat deze nadelige effecten voor werkgevers (met seizoenswerkers) onredelijk en in strijd met de rechtszekerheid  zijn. Onder druk hiervan heeft Minister Asscher een drietal maatregelen voorgesteld die de onbedoelde effecten zoveel mogelijk moeten tegengaan.
Allereerst gaat het om een overgangsregeling die erop ziet dat voor de berekening van de vergoeding arbeidsovereenkomsten die voor 1 juli 2012 zijn geëindigd en elkaar met een onderbreking van meer dan drie maanden hebben opgevolgd (of een kortere termijn, als die op grond van de cao telt) niet worden meegeteld. Tijdelijke arbeidsovereenkomsten die elkaar na 1 juli 2012 met een periode van ten hoogste zes maanden opvolgen, tellen dus wel mee.
Verder wordt voorgesteld dat de transitievergoeding niet direct betaald hoeft te worden als de werkgever de werknemer de garantie geeft op een nieuwe baan binnen zes maanden. Die garantie moet bestaan uit een nieuwe (tijdelijke of vaste) arbeidsovereenkomst die ingaat binnen zes maanden te rekenen vanaf het moment waarop een tijdelijke arbeidsovereenkomst van rechtswege eindigt.
Tenslotte wordt voorgesteld dat wanneer een arbeidsovereenkomst op of na 1 juli 2015 wordt aangegaan, voorafgaande arbeidsovereenkomsten die tussen 1 juli 2012 en 1 juli 2015 zijn geëindigd en elkaar hebben opgevolgd met een tussenpoos van meer dan drie maanden, niet meetellen voor de transitievergoeding.
Een verstandig werkgever doet er goed aan niet te gokken op tijdige aanpassing van de wet en, nu het nog kan, kritisch te bekijken welke (seizoens)medewerkers een nieuw contract aangeboden kunnen krijgen zonder het risico te lopen op hoge transitievergoedingen.

Deel deze pagina