De partneralimentatie op de schop

De partneralimentatie op de schop

Geplaatst op

Hoe zat het ook alweer? U gaat scheiden van uw partner. Heeft u dan recht op een bijdrage in de kosten van uw levensonderhoud wanneer u daar niet zelf in kunt voorzien? En gaat daar voor u iets aan veranderen nu de politiek zich buigt over de herziening van de partneralimentatie?

Huidige situatie
Op dit moment wordt de partneralimentatie geregeld in artikel 1:157 en verder van het Burgerlijk Wetboek. Een echtgenoot die zelf niet voldoende inkomsten heeft om in zijn/haar levensonderhoud te voorzien en die inkomsten in redelijkheid ook niet zelf kan verwerven heeft op zijn/haar verzoek recht op een bijdrage in deze kosten van levensonderhoud van de andere echtgenoot.

Voor het berekenen van de hoogte van deze bijdrage wordt aanknoping gezocht bij twee begrippen, namelijk behoefte en draagkracht. De echtgenoot die partneralimentatie wil ontvangen, de alimentatiegerechtigde, dient aan te tonen dat hij/zij een bijdrage nodig heeft om dezelfde levensstandaard te behouden als tijdens het huwelijk. De echtgenoot die partneralimentatie moet betalen, de alimentatieplichtige, moet vervolgens aangeven wat zijn/haar draagkracht is om in deze behoefte bij te kunnen dragen. De duur van de partneralimentatieverplichting is twaalf jaren, tenzij uit het huwelijk geen kinderen zijn geboren en het huwelijk niet langer dan vijf jaren heeft geduurd. Is dit het geval, dan duurt de partneralimentatietermijn net zo lang als het huwelijk heeft geduurd. Uiteraard kunnen echtgenoten in onderling overleg ook andere afspraken overeenkomen over de duur van de alimentatie.

De gedachte achter dit partneralimentatiestelsel was gebaseerd op een zogenaamde ‘traditionele rolverdeling’ binnen het huishouden. Het was destijds gebruikelijk dat de ene echtgenoot, in de regel de vrouw, stopte met werken op het moment dat er kinderen kwamen om de zorg voor de kinderen op zich te nemen. De andere echtgenoot, vaak de man, voorzag dan in het inkomen en kon zich zo richten op het maken van carrière.

Inmiddels lijkt deze traditionele rolverdeling achterhaald. Steeds vaker werken beide echtgenoten en is er geen noodzaak om te stoppen met werken op het moment dat er kinderen komen. De klassieke huisvrouw die thuis blijft om voor kinderen te zorgen zodat haar echtgenoot carrière kan maken is steeds minder gebruikelijk. Bovendien zou een lange partneralimentatie de alimentatiegerechtigde niet prikkelen om weer te gaan werken na een echtscheiding. De partneralimentatie kan namelijk herzien worden wanneer men in zijn/haar eigen behoefte kan voorzien. Ook zijn er steeds meer samengestelde gezinnen, is er vaker co-ouderschap en zijn er veel meer echtscheidingen. Om al deze redenen heeft het de Tweede Kamer in de zomer van 2015 een voorzet gegeven voor het nieuwe partneralimentatiestelsel. Maar wat zijn de grootste veranderingen wanneer dit doorgaat?

Initiatiefwetsvoorstel wet herziening partneralimentatie
In het wetsvoorstel staan een aantal wijzigingen ten opzichte van bovenstaande huidige regeling.

Allereerst wordt de maximale partneralimentatieduur in het voorstel verkort naar vijf jaar. De echtgenoot die alimentatie moet betalen, betaalt in beginsel voor de duur van de helft van de huwelijksjaren met een maximum van vijf jaar. Wanneer echtgenoten korter dan drie jaar getrouwd zijn, bestaat er geen partneralimentatieverplichting. Een uitzondering hierop vormen de gezinnen met kinderen. Zijn er in het gezin kinderen jonger dan twaalf jaar, dan is er in elk geval een alimentatieverplichting totdat het jongste kind twaalf jaar is. Uitgangspunt blijft de helft van de huwelijksjaren met een maximum van vijf jaar. Zijn de echtgenoten langer dan vijftien jaar getrouwd en is de alimentatiegerechtigde maximaal tien jaar verwijderd van de AOW-gerechtigde leeftijd, dan is alimentatie in elk geval tot de alimentatiegerechtigde de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. In het wetsvoorstel is verder nog opgenomen dat een alimentatieverplichting niet langer eindigt wanneer er sprake is van een nieuwe relatie waarbij duurzaam wordt samengeleefd.

De nieuwe grondslag van de partneralimentatie is daarmee duidelijk: de wet onderschrijft het belang van het herstel van het tijdens huwelijk ontstane verlies aan verdiencapaciteit bij echtgenoten. Het idee achter dit wetsvoorstel is dat partneralimentatie een vangnet zou moeten zijn na een echtscheiding om een periode van niet werken op te vangen, maar dat ex-echtgenoten wel weer gestimuleerd worden om te gaan werken. Partneralimentatie is daarmee niet langer “lotsverbonden” maar gericht op compensatie.

Wat veranderd er voor lopende echtscheidingszaken?
Maar wat veranderd er dan voor de lopende echtscheidingszaken? Het voorstel is hier duidelijk over: in beginsel veranderd er voor de reeds lopende echtscheidingszaken niets, tenzij partijen dit zelf overeenkomen. “Oude” echtscheidingen waarbij het verzoekschrift tot echtscheiding is ingediend voor of tijdens het in werking treden van de wet, worden behandeld conform het huidige stelsel. Het in werking treden van de wet vormt bovendien op zichzelf geen reden voor het indienen van een wijzigingsverzoek voor de hoogte van de partneralimentatie. Heeft u toch een (andere) reden voor het verzoek tot wijziging, dan zijn de nieuwe wetsartikelen over de berekening van de draagkracht en de berekening van het inkomen wel van toepassing op het verzoek tot wijziging.

Conclusie
Uit bovenstaande kan worden geconcludeerd dat het in werking treden van deze wet veel zal veranderen binnen het partneralimentatiestelsel. Niet alleen de duur, maar ook de grondslag en de rekenmethode van de partneralimentatie gaan drastisch op de schop. Wanneer de herziening zal worden doorgevoerd is op het moment van dit schrijven nog onduidelijk. Het voorstel zal eerst moeten worden bestudeerd door de Raad van State.  Wellicht volgt er in de loop van dit jaar duidelijkheid.

Heeft u vragen over de hoogte van uw partneralimentatie in de huidige of de nieuwe situatie? Of wilt u een wijziging van de bestaande partneralimentatie? Neem dan vrijblijvend contact op met één van onze gespecialiseerde familierechtadvocaten. Wij adviseren u graag.

Deel deze pagina