Een schone lei na de wettelijke schuldsanering, of toch niet?

Een schone lei na de wettelijke schuldsanering, of toch niet?

Geplaatst op

De WSNP is een schuldregeling die geregeld is in de Faillissementswet (hierna te noemen “Fw”) en heeft in 1998 haar intrede gedaan binnen het Nederlandse rechtssysteem.
Het hoofddoel van de WSNP is het tegengaan van het feit dat schulden van natuurlijke personen tot in lengte van dagen zouden kunnen duren waardoor zij uiteindelijk geen zicht meer zouden kunnen hebben op een schuldvrije toekomst.
 

Aan het einde van de wettelijke schuldsanering wordt aan de schuldenaar, mits hij zich houdt aan alle verplichtingen, de schone lei toegekend.

Deze schone lei kan achteraf worden ontnomen. Dit gebeurt wanneer na de beëindiging van de schuldsanering met schone lei blijkt dat zich voordien feiten of omstandigheden hebben voorgedaan die grond zouden hebben opgeleverd voor tussentijdse beëindiging wegens schuldeisersbenadeling (artikel 358a Fw).

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 16 september 2013  een arrest gewezen waarbij een schone lei na tien jaar is ontnomen. In deze zaak speelde het volgende.

Procesverloop
A en B zijn in 1999 toegelaten tot de WSNP. Bij vonnis van de rechtbank Arnhem van 4 december 2002 is vastgesteld dat zij niet in de nakoming van de verplichtingen uit de schuldsanering tekort zijn geschoten en is de schone lei toegekend aan A en B. De wettelijke schuldsanering is op 22 december 2002 formeel beëindigd. Bij vonnis van de rechtbank Gelderland d.d. 27 juni 2013 is alsnog vastgesteld dat A en B toerekenbaar zijn tekortgeschoten in de nakoming van één of meer uit de schuldsanering voorvloeiende verplichtingen en als gevolg hiervan is de schone lei alsnog achteraf ontnomen.

Gronden voor de beslissing
De rechtbank heeft de schone lei ontnomen omdat uit het onherroepelijk geworden arrest van (de meervoudige strafkamer) van het hof van 23 oktober 2009 is gebleken dat A omstreeks de periode november 2000 tot en met 27 juni 2002 - dus gedurende de schuldsaneringsregelingen - een (grote) hoeveelheid hennepplanten heeft geteeld, bewerkt en verwerkt en in de periode januari 2002 tot en met oktober 2006 een gewoonte heeft gemaakt van het plegen van witwassen. De rechtbank acht het aannemelijk dat B, die gehuwd was met A, op de hoogte was van de hennepteelt. A heeft inkomsten ontvangen en behouden, zonder hiervan melding te maken aan de bewindvoerder. A en B hebben daarmee hun inlichtingenplicht geschonden en hebben getracht de schuldeisers te benadelen, aldus de rechtbank. Daarnaast is B strafrechtelijk veroordeeld bij vonnis van de rechtbank Arnhem van 11 mei 2011 voor het medeplegen van een gewoonte maken van witwassen over de periode januari 2002 tot en met oktober 2006.

Gronden hoger beroep
A en B zijn tegen dit vonnis in hoger beroep gegaan en stellen onder andere dat de conclusie dat B op de hoogte moet zijn geweest van de hennepteelt door A omdat zij waren gehuwd, niet is gebaseerd op vaststaande feiten en omstandigheden. Nog los van het feit dat een huwelijk niet zonder meer tot voormelde conclusie kan leiden, is B bij echtscheidingsbeschikking van 26 oktober 2000 van A gescheiden. Daarnaast moet volgens A en B worden aangenomen dat de feitelijke gedragingen van A en B, die ten grondslag hebben gelegen aan het witwassen en waarvoor zij zijn veroordeeld, hebben plaatsgevonden na het verlenen van de schone lei.

Oordeel Rechtbank
Beide delicten waren bewezen verklaard en hadden (deels) betrekking op de schuldsaneringsperiode. De feiten en omstandigheden vielen niet alleen A toe te rekenen, want de rechtbank achtte het aannemelijk dat B, die gehuwd was met A, op de hoogte was van de hennepteelt. Het formele feit van de echtscheiding maakt dit niet anders. A heeft substantiële inkomsten (circa 1,3 miljoen euro) ontvangen en behouden, zonder hiervan melding te maken aan de bewindvoerder, en daarmee de aankoop van een woning gefinancierd.

Oordeel Hof
Nu onherroepelijk bewezen is verklaard dat A zich gedurende de schuldsaneringsregeling schuldig heeft gemaakt aan het telen, bewerken en verwerken van hennepplanten en een gewoonte heeft gemaakt van witwassen dient het hof uit te gaan van de juistheid van het bewezenverklaarde. Ten aanzien van B is onherroepelijk bewezen verklaard dat zij zich gedurende de schuldsaneringsregeling schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van een gewoonte maken van witwassen. Het gerechtshof volgt het oordeel van de rechtbank en acht het aannemelijk dat B in het licht van de samenwerking tussen haar en A moet hebben geweten dat de woning met uit de hennepteelt verkregen gelden, althans met “zwart geld” werd aangekocht. De formele echtscheiding is op zichzelf onvoldoende om het uit het strafvonnis voortvloeiende dwingende bewijs met betrekking tot het witwassen te ontkrachten; dit klemt temeer nu B ten aanzien van de betaling van de woning geen alternatief scenario heeft gesteld.

Definitieve schone lei
Zo blijkt maar dat een schone lei niet vanzelfsprekend voor altijd blijft bestaan. Het ontnemingsverzoek van een schone lei heeft de normale verjaringstermijn van 20 jaar! Pas na het verstrijken van deze termijn kan een schuldenaar opgelucht ademhalen en kan de schone lei niet meer worden ontnomen.
 

Deel deze pagina