Ex-collega’s ronselen, mag dat zomaar?

Ex-collega’s ronselen, mag dat zomaar?

De werkloosheidscijfers zijn in tijden niet zo goed geweest. Mooi natuurlijk, tenzij je als werkgever op zoek bent naar gekwalificeerd personeel. Of erger nog, wanneer jouw personeel wegloopt naar de concurrent omdat ze daar opeens meer kunnen verdienen.

Vaak proberen werkgevers dit te voorkomen via een concurrentiebeding. Maar dit beding kent strenge eisen. Denk bijvoorbeeld aan het moeten motiveren waarom je als werkgever zwaarwegende belangen hebt om dit beding op te nemen in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Doe je dit niet of niet goed genoeg, dan is het beding niet geldig. Daarnaast kent de wet een ruime vernietigingsmogelijkheid voor concurrentiebedingen. Werknemers krijgen dus ruime bescherming van de wet.

Het anti-ronselbeding biedt hier misschien een oplossing. Dit beding zorgt ervoor dat een ex-werknemer zijn voormalige collega’s niet mag benaderen (ronselen) voor een vacature bij zijn nieuwe werkgever. Op die manier kun je een mogelijke leegloop naar de concurrent voorkomen. De vraag die de laatste tijd in de rechtspraak speelt is of dit beding toch ook onder de wetgeving van het concurrentiebeding valt. Om een antwoord op deze vraag te krijgen zal ik stilstaan bij de tekst van de wet en de verschenen rechtspraak.

Wanneer is er volgens de wet sprake van een concurrentiebeding?

Volgens de wettekst is er sprake van een concurrentiebeding wanneer dit beding de werknemer beperkt om na het einde van de arbeidsovereenkomst op zekere wijze werkzaam te zijn. Verwijzend naar deze tekst oordeelde de Hoge Raad bijvoorbeeld dat een relatiebeding een concurrentiebeding is (HR 3 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:364). Dit oordeel is op zich begrijpelijk. De wettekst stelt niet dat het beding pas een concurrentiebeding is als de werknemer in het geheel niet bij een andere werkgever mag werken. De werknemer wordt al op zekere wijze beperkt doordat hij geen werkzaamheden mag verrichten voor de relaties van zijn voormalige werkgever.

De formulering lijkt aan de andere kant niet zo ruim dat er al sprake is van een concurrentiebeding als het beding de werknemer op ‘enige’ wijze in zijn werk beperkt. Een werknemer kan zijn werkzaamheden over het algemeen prima verrichten zonder daarvoor zijn voormalige collega’s te benaderen. Dus valt het anti-ronselbeding dan wel onder deze wettekst?

Wat zegt de rechtspraak hierover?

Vrij recentelijk oordeelde de rechtbank Midden-Nederland hierover (Rb. Midden-Nederland 6 februari 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:402). In deze kwestie was er sprake van een werknemer werkzaam bij een bedrijf gespecialiseerd in de verkoop van fitnessapparatuur en inrichting van sportscholen. De werknemer stapte over naar een ander bedrijf met dezelfde expertise. Vervolgens overtuigde hij een voormalig collega om voor zijn nieuwe werkgever te komen werken en benaderde hij op een beurs ook nog eens twee andere voormalige collega’s. De zaak kwam vervolgens voor de rechter. De rechtbank oordeelde dat het hebben van contact met voormalige collega’s niet valt onder het begrip ‘werkzaam zijn’. De uitspraak staat niet op zich, want de rechtbank Gelderland oordeelde in 2016 hetzelfde (Rb. Gelderland 16 juni 2016, ECLI:NLRBGEL:2016:3560). Overigens oordeelden beide rechters vervolgens wel dat het beding in strijd was met een aantal grondrechten (vrije arbeidskeuze, vrije verplaatsing, recht op privacy en het recht op vrijheid van meningsuiting).

Daartegenover staat een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 17 januari 2018 (ECLI:NL:RBZWB:2018:1947). De werknemer was in dienst bij een groot accountancy bureau en had daar de functie van recruiter. Zij stapte vervolgens over naar een ander accountancy bureau om daar eveneens als recruiter te werken. Zij werd vervolgens benaderd door een voormalig collega die ook graag wilde overstappen. De werknemer nodigde hem daarop uit voor een gesprek en was vervolgens ook aanwezig bij het sollicitatiegesprek. De ex-werkgever was van mening dat dit een overtreding van het anti-ronselbeding was. De rechtbank oordeelde in dit geval dat het anti-ronselbeding een concurrentiebeding is, omdat de werknemer wel werd beperkt om op zekere wijze werkzaam te zijn. Zij was immers recruiter en uit hoofde van haar functie moest zij werknemers aantrekken. Daarin werd zij beperkt.

Anti-ronselbeding is per definitie niet een concurrentiebeding

Uit de wettekst en de jurisprudentie blijkt dat het anti-ronselbeding niet per definitie een concurrentiebeding is. Over het algemeen beperkt een dergelijk beding een werknemer namelijk niet om op zekere wijze werkzaam te zijn bij de nieuwe werkgever. Slechts wanneer er sprake is van bijzondere omstandigheden, zoals het geval van de recruiter, kan mogelijk wel sprake zijn van een concurrentiebeding en de daarmee gepaard gaande beperkingen.

Dit betekent dat de strikte wettelijke regels van het concurrentiebeding in beginsel niet van toepassing zijn. Een dergelijk beding kan nog wel in strijd zijn met een aantal grondrechten.

Meer weten over het anti-ronselbeding of concurrentiebedingen? Bel me of stuur me een mail.

Deel deze pagina