Het slapende dienstverband, blijft slapen toegestaan?

Het slapende dienstverband, blijft slapen toegestaan?

Na invoering van het nieuwe ontslagrecht (Wet Werk en Zekerheid) heb ik aandacht besteed aan het slapend dienstverband en heb ik in een blog de vraag beantwoord of het slapend houden van een dienstverband kon worden gebruikt om te ontkomen aan de verplichting tot betaling van de transitievergoeding aan een werknemer die langer dan twee jaar arbeidsongeschikt was. Het antwoord daarop was toen: ja, nog wel.

Sindsdien heeft de vraag of de werkgever verplicht is een werknemer te ontslaan na twee jaar arbeidsongeschiktheid de werkgevers en werknemers, de rechtspraak, advocaten, maar ook de media, beziggehouden. Er zijn uitspraken gewezen door verschillende kantonrechters waarin zij de ene keer de werkgever hebben verplicht tot ontslag en betaling van de transitievergoeding en de andere keer weer niet. Het belang van duidelijkheid hierover is groot. Is het slapend dienstverband nog toegestaan?

Vragen aan Hoge Raad, advies advocaat-generaal

Een rechter van de Rechtbank Limburg heeft op 10 april 2019 gebruik gemaakt van de mogelijkheid prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad. Het stellen van prejudiciële vragen is voor lagere rechters mogelijk op het moment dat onduidelijkheid bestaat over het antwoord op een bepaalde rechtsvraag. Kort gezegd was de vraag van de rechter of een werkgever verplicht is het dienstverband op verzoek van een werknemer te beëindigen na twee jaar arbeidsongeschiktheid.

Voordat de Hoge Raad oordeelt geeft de advocaat-generaal eerst advies aan de Hoge Raad. Het advies van de advocaat-generaal wordt in het merendeel van de gevallen gevolgd.

Advies advocaat-generaal: verplicht ‘slapend dienstverband’ beëindigen

Volgens advocaat-generaal Ruth De Bock is helder dat de wetgever van slapende dienstverbanden af wil, nu voor betaling van de transitievergoeding een compensatieregeling in het leven is geroepen. Daarom brengt het goed werkgeverschap volgens de advocaat-generaal met zich dat een werkgever een werknemer niet in een slapend dienstverband mag houden met als enige reden om de betaling van een transitievergoeding te ontlopen.

Naar het oordeel van de advocaat-generaal rust op de werkgever de verplichting om, op verzoek van de arbeidsongeschikte werknemer, het slapend dienstverband te beëindigen met betaling van een bedrag aan de werknemer ter hoogte van de wettelijke transitievergoeding. Uitzonderingen daarop kunnen worden gemaakt in het geval van:

  1. het bestaan van reële re-integratiemogelijkheden voor de werknemer, waardoor de werkgever een belang heeft bij het in dienst houden van de werknemer;
  2. voor de periode tot aan de inwerkingtreding van de compensatieregeling: financiële problemen van de werkgever door het moeten voorfinancieren van de transitievergoeding;
  3. het niet (geheel of gedeeltelijk) gecompenseerd zullen krijgen van de transitievergoeding;
  4. mogelijke andere belangen van de werkgever bij het in dienst houden van de werknemer, anders dan de enkele wens om de transitievergoeding niet te hoeven betalen.

 

Conclusie

Geconcludeerd kan worden dat dit advies aan de Hoge Raad een voorlopige (kleine) overwinning is voor de werknemer met een “slapend dienstverband”. Of deze overwinning door deze werknemers gevierd kan worden of dat het een pyrrusoverwinning is zal blijken op het moment dat de Hoge Raad oordeelt. Daar zal nog even op moeten worden gewacht.

Het definitieve antwoord op de vraag of het slapend dienstverband toegestaan blijft, volgt dus later, waarschijnlijk over twee maanden als het oordeel van de Hoge Raad wordt verwacht. Wordt opnieuw vervolgd…

Meer informatie

Indien u informatie wenst over het slapende dienstverband of indien u andere arbeidsrechtelijke vragen heeft kunt u contact met mij opnemen via n.entzinger@dehaanlaw.nl of via 050-5757412. Ook kunt u via dit telefoonnummer contact opnemen met mijn collega’s van de sectie arbeidsrecht van De Haan Advocaten & Notarissen.

Deel deze pagina