Hinder door gebruik van een voetbalkooi

Hinder door gebruik van een voetbalkooi

Geplaatst op

Recentelijk, op 6 juni jl., is er een interessante uitspraak gewezen door de voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland (C-16-369402 – KG ZA 14-354). In deze zaak gaat het om enkele bewoners van de gemeente Veenendaal die overlast ondervinden van het gebruik van een naastgelegen voetbalkooi. De uitspraak toont aan dat een civielrechtelijk kort geding uitkomst kan bieden, daar waar de bestuursrechtelijke procedure geen soelaas biedt.

Bestuursrechtelijke traject
Voorafgaand aan het kort geding heeft een van de eisers in kort geding de bestuursrechtelijke weg gekozen. Het bestuursrechtelijke traject is aangevangen in 2011, met een verzoek van een van de omwonenden aan de gemeente Veenendaal om, in verband met de overlast, handhavend op te treden.

Nadat het verzoek was afgewezen, is er bezwaar gemaakt. Het college van burgemeester en wethouders heeft het bezwaar in haar besluit gegrond verklaard en het voornemen uitgesproken om handhavend op te treden, in de vorm van het treffen van geluidsisolerende maatregelen. Tegelijkertijd heeft het college van burgemeester en wethouders in een afzonderlijk besluit ontheffing verleend aan de Gemeente, waardoor de Gemeente niet handhavend hoefde op te treden tegen de geluidshinder.

Tegen beide besluiten is beroep ingesteld. De bestuursrechter heeft geoordeeld dat de uitgesproken bereidheid om handhavend op te treden op gespannen voet staat met het besluit om ontheffing te verlenen en beide beroepen gegrond verklaard. In zijn uitspraak heeft de bestuursrechter de Gemeente de opdracht gegeven om alle denkbare opties de revue te laten passeren, om zo te komen tot een redelijke oplossing.

Nadat hoger beroep was ingesteld, heeft de Raad van State op 5 maart 2014 uitspraak gedaan en de eerdere uitspraak van de bestuursrechter in stand gelaten. Nu de Gemeente geluidsisolerende maatregelen wenst te treffen, terwijl de omwonende(n) sluiting van de voetbalkooi verlangen, lijkt de uitspraak van de Raad van State (voorlopig) niets op te lossen.

Het kort geding
Het gaat eisers er in kort geding om dat, in afwachting van de oplossing die de Gemeente op grond van het oordeel van de bestuursrechter dient aan te dragen, de voetbalkooi wordt afgesloten. Eisers vorderen primair gehele afsluiting van de voetbalkooi en subsidiair afsluiting van de voetbalkooi in de avonduren en op zondag.

De voorzieningenrechter gaat nader in op de grondslag van de vordering. Het artikel waarin hinder is geregeld, is artikel 5:37 BW. Of toebrengen van hinder onrechtmatig is, hangt af van de aard, de ernst en de duur van de hinder en de daardoor toegebrachte schade in verband met de verdere omstandigheden van het geval, waaronder ook de plaatselijke omstandigheden, zo is in de jurisprudentie bepaald.

In casu hebben eisers onder meer aangevoerd dat er sprake is van trillinghinder door ballen die stuiteren op de grond en geluidhinder door het geluid van ballen die tegen het gaas van de kooi komen of die een paal of doel raken. Voorts is aangetoond dat de hinder invloed heeft op het functioneren van eisers en hun gezinsleden. Het voorgaande is niet weersproken door de Gemeente. Gelet hierop komt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat er sprake is van onrechtmatige hinder, welke volgens de voorzieningenrechter dient te worden beëindigd.

Algehele sluiting van de voetbalkooi gaat de voorzieningenrechter te ver. De voorzieningenrechter oordeelt dat de Gemeente de voetbalkooi van maandag tot en met zaterdag dient af te sluiten vanaf 19.00 tot 6.00 uur en op zondag de gehele dag. De afsluiting geldt totdat partijen overeenstemming hebben bereikt over de voorwaarden waaronder de voetbalkooi mag worden gebruikt.
 

Deel deze pagina