Hof bepaalt: Hongaarse chauffeurs niet in Nederlandse CAO

Hof bepaalt: Hongaarse chauffeurs niet in Nederlandse CAO

Geplaatst op

Chauffeurs die in dienst zijn bij een Hongaarse dochteronderneming van een Nederlands transportbedrijf hoeven niet volgens de Nederlandse arbeidsvoorwaarden te worden betaald. Dit heeft het Hof Den Bosch op 2 mei jl. bepaald. De rechtbank Oost Nederland had de chauffeurs, die ondersteund werden door FNV bondgenoten, eerder in het gelijk gesteld. Tegen deze uitspraak was het Hongaarse transportbedrijf in hoger beroep gegaan.

Inhoud van de rechtszaak

De zaak betrof chauffeurs van een Hongaars transportbedrijf. Zij verrichtten onder andere internationale transporten in opdracht van een groot Nederlands transportbedrijf dat onderdeel uitmaakt van hetzelfde concern.

Volgens de chauffeurs waren de Nederlandse arbeidsvoorwaarden van toepassing omdat de werkzaamheden voornamelijk in, van en naar Nederland werden verricht. De chauffeurs baseerden hun vorderingen onder andere op de Europese detacheringsrichtlijn. Op grond van deze richtlijn gelden de arbeidsvoorwaarden van het land waar de arbeid gewoonlijk wordt verricht, als die gunstiger zijn dan het land van waar de werknemers gevestigd zijn. De chauffeurs maakten aanspraak op achterstallig loon en vergoedingen. Per chauffeur ging het om enkele tienduizenden euro’s.

Het transportbedrijf voerde in hoger beroep aan dat de arbeidsovereenkomsten worden beheerst door het Hongaarse recht en niet door het Nederlandse recht en dat de detacheringsrichtlijn niet van toepassing was.

Werkgever in het gelijk gesteld

Het Hof heeft de werkgever nu in het gelijk gesteld. Volgens het Hof is er sprake van een reële vestiging in Hongarije van waaruit de chauffeurs gewoonlijk hun werkzaamheden verrichten en hun instructies ontvingen. Op grond hiervan is volgens het Hof het Nederlandse arbeidsrecht niet van toepassing. Volgens het Hof is de detacheringsrichtlijn in dit geval eveneens niet van toepassing omdat maar een zeer beperkt deel van het vervoer in Nederland werd verricht in opdracht van de Nederlandse vestiging, zodat niet voldaan werd aan de eis van terbeschikkingstelling van werknemers op het grondgebied van Nederland.

Duidelijkheid voor Nederlandse transportbedrijven

De uitspraak is met veel belangstelling tegemoetgezien door transporterend Nederland. Om te kunnen blijven concurreren in het Europese wegvervoer en door de verplaatsing van veel productielocaties naar Oost-Europa hebben veel Nederlandse transportbedrijven een of meerdere vestigingen in die landen geopend.

Tot op heden was er veel onduidelijkheid over wat nu wel en niet was toegestaan. De uitspraak van het Hof heeft in ieder geval meer duidelijkheid gegeven. Zolang er sprake is van een reële vestiging en geen brievenbusfirma en de werkzaamheden maar beperkt in Nederland worden verricht zijn de (veel duurdere) Nederlandse arbeidsvoorwaarden niet van toepassing.

Bekijk hier de uitspraak van het Hof.

Deel deze pagina