Identieke inschrijving, andere score?

Identieke inschrijving, andere score?

Geplaatst op

De Aanbestedingswet schrijft voor dat aanbestendende diensten een opdracht in beginsel moeten gunnen aan de hand van het gunningscriterium ‘economisch meest voordelige inschrijving’. Dit betekent dat kwaliteit een wezenlijke rol speelt in merendeel van de georganiseerde aanbestedingen. Afgewezen inschrijvers nemen geregeld contact met ons op over de beoordeling van hun inschrijving. Zij zijn bijvoorbeeld teleurgesteld in de door de aanbestedende dienst toegekende score en vragen zich af of hier iets tegen gedaan kan worden. Mijn reactie op dat moment luidt: “Dat is niet onmogelijk, maar een discussie over de kwalitatieve beoordeling door een aanbestedende dienst is doorgaans lastig.”

Hoe lastig? Bijzonder lastig, zo onderstreept een recente uitspraak van de Rechtbank Den Haag (ECLI:NL:RBDHA:2015:10016) nog maar eens. Eerst een korte toelichting op de theorie.

Theorie
Het is vaste jurisprudentie dat aanbestedende diensten een grote mate van vrijheid genieten bij de beoordeling van inschrijvingen. Artikel 2.114  Aanbestedingswet bepaalt immers dat zij de opdracht gunnen aan “de naar het oordeel van de aanbestedende dienst economisch meest voordelige inschrijving”. Zolang er sprake is van een onbevoordeelde en evenwichtig samengestelde beoordelingscommissie, zal een rechter niet snel treden in de inhoudelijke beoordeling van een inschrijving. Hij is immers geen inhoudsdeskundige op het betreffende onderwerp en een bepaalde mate aan subjectiviteit is inherent aan de beoordeling van kwalitatieve criteria. Zie voor een mooi citaat de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam van 15 juni 2015, ECLI:NL:RBAMS:2015:3965:

“De voorzieningenrechter stelt voorop dat enige mate van subjectiviteit inherent is aan de beoordeling van een kwalitatief criterium. (…) De rechter komt slechts een beperkte toetsingsvrijheid toe wanneer het aankomt op de beoordeling van een kwalitatief criterium. Aan de aangewezen - deskundige - beoordelaars moet dienaangaande de nodige vrijheid worden gegund. Dat klemt te meer nu van de rechter niet kan worden verlangd dat hij specifieke deskundigheid bezit op het gebied van het onderwerp van de opdracht. Slechts in het geval sprake is van aperte - procedurele dan wel inhoudelijke - onjuistheden c.q. onduidelijkheden die zouden kunnen meebrengen dat de (voorlopige) gunningsbeslissing niet deugt, is plaats voor ingrijpen door de rechter.”

Pas indien er sprake is van evidente, aperte procedurele of inhoudelijke onjuistheden in de beoordeling van de inschrijving, zal een rechter genegen zijn in te grijpen. Denk aan de casus waarin de gunningsbeslissing vermeldt dat de inschrijver laag heeft gescoord omdat in zijn inschrijving element X ontbreekt, terwijl onomstotelijk vaststaat dat element X wel degelijk is aangeboden.

Casus
In onderhavige uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 5 augustus 2015 heeft Gasometer B.V. een kort geding aanhangig gemaakt naar aanleiding van de aanbesteding van een trajectcontrole verkeerssysteem door de Staat. De Staat heeft met een aantal partijen een raamovereenkomst gesloten. Doel van de raamovereenkomst is om toekomstige opdrachten door middel van een minicompetitie tussen de raamcontractanten te verdelen.

De eerste opdracht is aan Gasometer gegund. Daarbij heeft zij de maximale score van 10 behaald voor de kwaliteit van haar foto van de geflitste voertuigen (een van de gunningscriteria). In de tweede minicompetitie is de opdracht gegund aan een andere partij. Gasometer heeft (o.a.) een 9,2 gescoord op het onderdeel foto. Zij voert aan dat de beoordeling evident onjuist is, nu zij identieke foto’s heeft overgelegd in de twee aanbestedingen en de aanbestedende dienst in de nota van inlichtingen heeft aangegeven de foto’s op dezelfde wijze te zullen beoordelen.

Zo op het eerste gezicht lijkt dit een houdbaar standpunt van Gasometer. De rechtbank gaat er echter terecht niet in mee. Zij overweegt dat Gasometer er niet van uit mocht gaan dat de foto’s exact hetzelfde zouden scoren. In de tweede aanbesteding is namelijk sprake van een kleinere (5 i.p.v. 7 beoordelaars) en anders samengestelde beoordelingscommissie. Gelet op deze wijziging van de beoordelingscommissie is een afwijking van de toegekende score mogelijk en gerechtvaardigd, aldus de rechtbank. De vorderingen van Gasometer worden afgewezen.

Conclusie
Bovenstaand vonnis toont aan dat de ruimte om in te grijpen in de kwalitatieve beoordelingen voor rechters zeer beperkt is. De Rechtbank Den Haag onderstreept nogmaals dat in iedere kwalitatieve beoordeling een zekere mate van subjectiviteit aanwezig is. Deze subjectiviteit kan in voorkomende gevallen leiden tot de opmerkelijke situatie dat twee identieke inschrijvingen, getoetst aan identieke criteria, anders worden gescoord. Een rechter zal een kwalitatieve beoordeling slechts afstraffen indien er sprake is van evidente onjuistheden in de (motivering van) de beoordeling.

Deel deze pagina