Inruilauto’s en gebreken

Inruilauto’s en gebreken

In mijn vorige column kwam ik met een duidelijke boodschap: consumenten genieten in Nederland veel bescherming. Als ondernemer is het goed u daarvan bewust te zijn en altijd duidelijk te zijn over wat u verkoopt. Bij de verkoop van een tweedehands auto rust erop de verkoper een vergaande mededelingsplicht ten aanzien van gebreken. Naar aanleiding van mijn column kreeg ik de vraag of dit alleen voor de verkoper geldt of dat dit ook geldt voor een particulier die een auto inruilt. Het komt namelijk nogal eens voor dat iemand een auto inruilt waar het nodige aan mankeert. De ondernemer zal zich daar niet altijd van bewust zijn en kan zo met een behoorlijke kostenpost blijven zitten.

De bescherming van consumenten is gebaseerd op Europese regelgeving. Europa is sterk gefocust op consumentenbescherming en heeft de bescherming van professionele ondernemers minder hoog in het vaandel staan. Om te kijken of een ondernemer een zaak kan hebben tegen de consument die een auto met allerlei gebreken inruilt, moet dus worden teruggevallen op onze eigen nationale wetgeving. Toen ik de bovengenoemde vraag gesteld kreeg, dacht ik direct aan een vrij recente uitspraak van een rechtbank in Oost Nederland. In deze zaak had een particulier een auto ingeruild die tamelijk veel olie verbruikte. Het olieverbruik was zo hoog, dat er na elke rit enorm veel olie bijgevuld moest worden. Het kon dus niet anders dan dat de particulier hiermee bekend moest zijn. Het autobedrijf voelde zich bedonderd en probeerde verhaal te halen bij de particulier. Deze gaf niet thuis en het draaide uit op een rechtszaak. Het oordeel van de rechter over de vraag of op een particulier ook een mededelingsplicht rust beantwoordde de rechter als volgt:
Een mededelingsplicht van een leek ten opzichte van een professional, zoals hier het geval, kan naar het oordeel van de kantonrechter niet snel worden aangenomen”.

Waar op een professionele ondernemer dus een verstrekkende mededelingsplicht rust, wordt van een particulier in beginsel niet verwacht dat hij mededelingen hoeft te doen. In de zaak liep het voor het autobedrijf vervolgens niet goed af omdat niet bewezen kon worden dat het hoge olieverbruik ook aanwezig was ten tijde van inruil van de auto. Een vervelende uitkomst voor het autobedrijf, maar wel een duidelijke uitspraak van de rechter. Particulieren trekken dus meestal aan het langste eind en de les voor een autobedrijf is dus dat inruilauto’s altijd goed gecontroleerd moeten worden.

Wanneer een particulier een auto dus inruilt, zal een autobedrijf veelal geen verhaal kunnen halen wanneer het blijkt om een auto te gaan die behept is met allerlei gebreken. Dit zal slechts anders zijn wanneer bewezen kan worden dat de particulier hier mededelingen over had moeten doen. Ik kan u hierbij al aangeven dat dit in een procedure een moeilijk punt is.

Consumenten worden dus niet alleen beschermd wanneer ze iets kopen, maar ook wanneer ze iets inruilen. Hieraan kan niets worden veranderd en daarom is goed om daar als ondernemer bewust van te zijn. De tip die ik u dus mee wil geven is de volgende: wordt er iets ingeruild, controleer dan goed wat u aankoopt. Wanneer achteraf namelijk blijkt dat u een barrel heeft ingeruild, zult u daar helaas toch mee blijven zitten.

Dit artikel heeft mr. Tjerk Binnema geschreven ten behoeve van de rubriek Auto en Recht van Autoplus.

Deel deze pagina