Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg

Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg

Geplaatst op

Op 13 januari jl. heeft het Zorginstituut Nederland het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg vastgesteld en als kwaliteitsstandaard opgenomen in het Register van Zorginstituut Nederland. Dit Kwaliteitskader vormt daarmee de wettelijke basis voor de kwaliteit van de verpleeghuiszorg. Het doel van het kwaliteitskader is drieledig:

  1. Het beschrijft wat cliënten en hun naasten mogen verwachten van verpleeghuiszorg.
  2. Het biedt opdrachten voor zorgverleners en zorgorganisaties om samen de kwaliteit te verbeteren en het lerend vermogen te versterken.
  3. Het vormt het kader voor extern toezicht en voor inkoop en contractering van zorg. Al met al een belangrijk document voor alle zorgverleners en zorgorganisaties die werkzaam zijn binnen de verpleeghuiszorg.

Voorgaande Kwaliteitskaders Verpleeghuiszorg

Het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg volgt de voorgaande kwaliteitskaders op. In het kwaliteitskader ‘Verantwoorde zorg’ uit 2010 lag de nadruk vooral op vergelijkbaarheid en indicatoren. Met de komst van het kwaliteitskader ‘Kwaliteit in dialoog’ uit 2016 als onderdeel van het plan ‘Waardigheid en Trots, liefdevolle zorg voor onze ouderen’ werd al een andere weg ingeslagen, waarbij de kwaliteit en waardigheid door de ogen van de cliënt centraal ging staan. Het ging bij dit kwaliteitskader niet (meer) om de vraag hoe alle aspecten van zorg konden worden gemeten, maar over de vraag of de zorgaanbieder heeft nagedacht over de onderdelen van het kwaliteitskader, hoe de zorgaanbieder dit in een cyclus heeft vormgegeven en op welke manier hij de kwaliteit in de governance een plek geeft (onder meer door gesprekken te voeren met cliëntenraad, ondernemingsraad en andere partijen).

Vernieuwde Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg

Evenals in het kwaliteitskader ‘Kwaliteit in dialoog’, is de cliënt als mens het vertrekpunt voor het vernieuwde Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg. Het gaat om hoe de cliënt de kwaliteit van zorg ervaart. Kwaliteitsinformatie is voor cliënten van belang en is daarnaast belangrijk voor interne sturing, zorginkoop en toezicht. De ‘zwarte lijst verpleeghuizen’ zal dus voorlopig blijven bestaan.

In het kwaliteitskader staat voorts het continu werken aan betere kwaliteit centraal. Leren en verbeteren is daarmee niet vrijblijvend, maar is de norm voor goede kwaliteit van zorg. Indicatoren die voor leren en verbeteren ontwikkeld worden, worden toetsbaar. Het kwaliteitskader beschrijft de kwaliteit van zorg op micro-, meso- en macroniveau:

  • Microniveau: het kader beschrijft wat de cliënt kan verwachten van de dagelijkse interactie met zorgverleners en beschrijft de elementen van kwaliteit die belangrijk zijn in het contact met de cliënt en in (multidisciplinaire) samenwerking.
  • Mesoniveau: het kader beschrijft de randvoorwaarden die de zorgorganisatie op orde moet hebben om de zorg op microniveau zo optimaal mogelijk te ondersteunen.
  • Macroniveau: het kader beschrijft waar IGZ, NZa, zorgkantoren en samenleving op kunnen rekenen in het licht van toezicht en verantwoording en beschrijft de rol van de landelijke koepels bij de ondersteuning van het werken aan leren en verbeteren.

Dynamisch en ontwikkelingsgericht werken aan kwaliteit binnen de verpleeghuiszorg

In een integraal model voor dynamisch en ontwikkelingsgericht werken aan de kwaliteit binnen de verpleeghuiszorg worden acht thema’s genoemd. Deze thema’s zijn gerelateerd aan thema’s van inhoud van zorg, kwaliteit en veiligheid en de randvoorwaarden hiervoor.

De vier kwaliteit en veiligheid thema’s zijn:

  • persoonsgerichte zorg en ondersteuning;
  • wonen en welzijn;
  • veiligheid;
  • leren en verbeteren van kwaliteit.

De vier randvoorwaardelijke thema’s zijn:

  • leiderschap, governance en management;
  • personeelssamenstelling (voldoende en vakbekwaam personeel);
  • gebruik van hulpbronnen;
  • gebruik van informatie.

Bij de nadere uitwerking van de thema’s worden concrete eisen genoemd. Voorbeelden hiervan zijn dat vanaf 1 juli 2017 ieder cliënt binnen 24 uur over een voorlopig zorgleefplan moet beschikken, dat uiterlijk zes weken na opname volledig en definitief wordt. Ook moet per diezelfde datum de verantwoordelijkheid voor het opstellen van een zorgleefplan worden belegd bij een verzorgende van tenminste niveau 3.

Op het gebied van veiligheid is onder meer vereist het aanleveren van indicatoren over de basisveiligheid (uiterlijk 1 juli volgend op het verslagjaar bij het Zorginstituut) en elke verpleeghuisorganisatie dient per 1 juli 2017 een incidentencommissie te hebben ingesteld of gebruik te maken van een lokale of regionale incidentencommissie.

De uitwerking van het thema leren en verbeteren van kwaliteit is omvangrijk, hetgeen gezien het primaire doel van het kwaliteitskader in de lijn der verwachting ligt. Er worden op dit gebied verscheidene concrete eisen gesteld aan de zorgorganisatie en zorgverleners. Zo dient elke verpleeghuisorganisatie vanaf rapportagejaar 2017 de interne én externe verantwoording via één kwaliteitsverslag te verzorgen. Ook moet elke verpleeghuisorganisatie voor 1 januari 2018 over een kwaliteitsmanagementsysteem te beschikken. Elke jaar dient de verpleeghuisorganisatie voorts het kwaliteitsplan aan te passen op basis van het kwaliteitsverslag.

Voor de zorgorganisatie is voorts relevant dat de Raad van Bestuur dient te werken volgens de geldende versie van de Zorgbrede Governance Code. Per 1 januari jl. is de nieuwste versie daarvan in werking getreden, welke ook de nodige aanpassingen binnen de governancestructuur van de organisatie zal vergen. Wat betreft de personeelssamenstelling zijn in paragraaf 6.3 van het kwaliteitskader tijdelijke normen beschreven waaraan de organisatie moet voldoen. Deze blijven geldend totdat de sector landelijke context-gebonden normen heeft ontwikkeld voor voldoende en vakbekwaam personeel.

Implementatie van het Kwaliteitskader

Naast voorgaande eisen, worden er in het kwaliteitskader nog talrijke genoemd. Het is aan de zorgorganisaties en de zorgverleners om één en ander te implementeren binnen de zorgverlening. In de bijlagen bij het kwaliteitskader zijn per thema handreikingen opgenomen die hiervoor concrete handvatten bieden.

De regie op de implementatie van het Kwaliteitskader ligt in het begin bij het Zorginstituut. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering ligt bij de sectorpartijen (de zorgverleners en de zorgaanbieders). Het Zorginstituut richt een Stuurgroep in die de uitvoering van de opdrachten ondersteunt en bewaakt.

Ook de Inspectie voor de Gezondheidszorg (‘IGZ’) zal het Kwaliteitskader gaan gebruiken bij haar toezicht. De eerder door de IGZ naar buiten gebrachte toezichtvisie voor de verpleegzorg zal daarbij worden aangepast aan het nieuwe kwaliteitskader.

Advies over Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg?

Het kwaliteitskader vergt de nodige inzet en aanpassingen van zowel zorgorganisaties als zorgverleners. Het is een belangrijk document voor de kwaliteit van zorg, het extern toezicht daarop en de zorgcontractering. Loopt u als zorgaanbieder in de verpleeghuiszorg tegen bepaalde zaken aan? Wilt u weten of u voldoet aan de eisen uit het vernieuwde kwaliteitskader of welke aanpassingen er nodig zijn? U mag altijd contact opnemen met mij of één van mijn collega’s van de sectie gezondheidszorg, wij adviseren u graag.

Deel deze pagina