Nieuwe alimentatienormen redelijk? De Rechtbank Den Haag neemt stelling

Nieuwe alimentatienormen redelijk? De Rechtbank Den Haag neemt stelling

Geplaatst op

Op 1 januari 2015 trad de Wet Hervorming Kindregelingen grotendeels in werking. Bij deze wet zijn onder meer het kindgebonden budget, de alleenstaande ouderkorting voor werkenden en het fiscaal voordeel bij kinderalimentatie voor alimentatieplichtigen drastisch gewijzigd. Voor een compleet overzicht van de wijzigingen wordt verwezen naar mijn eerdere blog.  Een van de meest ingrijpende wijzigingen vond plaats binnen het kindgebonden budget. Alleenstaande ouders met een inkomen tot een bepaalde grens kunnen bovenop het standaard kindgebonden budget een zogenaamde ‘alleenstaande-ouderkop’ krijgen. Het te ontvangen kindgebonden budget wordt daarmee aanzienlijk verhoogd, soms wel met een paar honderd euro. Bij het berekenen van de hoogte van de kinderalimentatie werd (en wordt) de behoefte van het kind verminderd met het door de alimentatiegerechtigde te ontvangen kindgebonden budget. Door verhoging van dit kindgebonden budget zou de behoefte van het kind aanzienlijk lager kunnen worden.

Op 18 november 2014 gaf de Expertgroep Alimentatienormen aan dat zij van mening waren dat ook bij het berekening van de behoefte van het kind na de invoering van de Wet Hervorming Kindregelingen het volledige kindgebonden budget in mindering moet worden gebracht op de behoefte van het kind. Daarmee zou de behoefte van het kind aanzienlijk lager worden en in sommige gevallen zelfs helemaal kunnen verdwijnen.  De verhoging van het kindgebonden budget zou in veel gevallen een wijziging mee kunnen brengen voor de alimentatieplichtige ouder, waardoor in een lagere behoefte van het kind hoeft te worden voorzien. Reden voor het indienen van een wijzigingsverzoek, aldus de Expertgroep in november jongstleden.

Ook de politiek plaatste al vraagtekens bij de nieuwe alimentatienormen. Zo stellen de Kamerleden Recourt en Van der Steur op 24 november 2014 al vragen aan de minister. De minister beantwoordt de vragen enkel met een opmerking dat er inderdaad meer rechtszaken kunnen komen in januari. Eind december 2014 stellen ook de Kamerleden Heerma en Omzigt vragen over de nieuwe regelingen. Het antwoord van de minister luidt per 12 januari 2015 dat hij de gevolgen van de Wet in kaart gaat brengen. Daar is tot op heden nog geen standpunt uit naar voren gekomen.

De soep wordt echter nooit zo heet gegeten als deze wordt opgediend, zo blijkt uit de eerste jurisprudentie op dit gebied. De Rechtbank Den Haag neemt als eerste rechtbank stelling. De Rechtbank Den Haag overweegt in haar uitspraak van 9 januari 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:1129 het volgende:

“Indien de aanbevelingen in de richtlijn van de Expertgroep Alimentatienormen op dit punt zouden worden gevolgd, inhoudende dat ook in de nieuwe situatie het gehele kindgebonden budget (inclusief de zogenaamde alleenstaande-ouderkop) in mindering wordt gebracht op de behoefte, leidt dit ertoe dat er in dit geval geen behoefte van de minderjarige aan een bijdrage van de man zou overblijven. De rechtbank acht dit niet redelijk en in strijd met het wettelijk uitgangspunt dat ouders gehouden zijn tot het verstrekken van levensonderhoud aan hun kinderen (voor zover draagkracht dit toelaat). Maatschappelijk gezien vindt de rechtbank het niet aanvaardbaar dat in de behoefte van een kind volledig zou worden voorzien uit gemeenschapsmiddelen, terwijl er bij de niet primair verzorgende ouder wel draagkracht is om een bijdrage aan het levensonderhoud van zijn of haar kind te leveren; de rechtbank is van oordeel dat de huidige regelgeving ook niet tot een dergelijke uitleg dwingt, nu de alleenstaande-ouderkop bedoeld lijkt te zijn als een inkomenspolitieke maatregel, vergelijkbaar met de alleenstaande ouderkorting, een heffingskorting die tot 2014 bestond en niet op de behoefte van het kind in aftrek werd gebracht. Om die reden wijkt de rechtbank af van het advies van de Expertgroep Alimentatienormen op dit punt en handhaaft zij de vastgestelde door de man te betalen bijdrage van € 25,-- ook na 1 januari 2015.

De Rechtbank acht het niet redelijk dat alimentatieplichtigen onder hun verplichting tot het bijdragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen uit komen door deze bijdrage te laten betalen door de maatschappij.

Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch past de nieuwe alimentatienormen in haar uitspraak van 22 januari ECLI:NL:GHSHE:2015:263 wel volledig toe en brengt het volledige kindgebonden budget, inclusief de alleenstaande-ouderkop in mindering op de behoefte.

Op 12 februari 2015 heeft de Rechtbank Den Haag wederom uitspraak gedaan over de alleenstaande-ouderkop en de behoefte van het kind, ECLI:NL:RDHA:2015:1456. Wederom besluit de Rechtbank Den Haag om de aanbeveling van de Expertgroep Alimentatienormen niet te volgen. De Rechtbank betrekt daarbij de wetsgeschiedenis van de Wet hervorming kindregelingen.

Nu de Rechtbank Den Haag op dit punt krachtig stelling heeft genomen is het afwachten wat andere rechtbanken met de aanbeveling van de Expertgroep Alimentatienormen zullen doen en of ook Gerechtshoven mee gaan in de overwegingen van de Rechtbank Den Haag. In elk geval is nog onduidelijk of - en zo ja in hoeverre – de alleenstaande-ouderkop in mindering moet worden gebracht op de behoefte. De toekomst zal dit moeten uitwijzen.

Heeft u een vraag over de hoogte van uw alimentatie? Neem contact op met de sectie Personen- en familierecht en wij bekijken samen met u hoe wij uw vraag kunnen beantwoorden.

Deel deze pagina