Oppassen bij handelen met uw eigen B.V. (of N.V.)

Oppassen bij handelen met uw eigen B.V. (of N.V.)

Een groot deel van de Nederlandse B.V.’s kent slechts één aandeelhouder. Vaak is die aandeelhouder ook de enige bestuurder (directeur). Natuurlijk biedt dat veel voordelen. Het is relatief eenvoudig om besluiten te nemen. Er zijn geen andere aandeelhouders waarmee rekening moet worden gehouden.

Van een B.V. met een enig aandeelhouder is uiteraard sprake als er slechts één persoon de aandeelhouder is. Daarnaast is er volgens de wet ook sprake van een enig aandeelhouder als de aandelen worden gehouden door twee personen die gehuwd zijn in gemeenschap van goederen of die onder huwelijksvoorwaarden zijn gehuwd, waarbij de aandelen ook in een beperkte gemeenschap van goederen vallen.

Personen, die geregistreerd partner zijn, worden gelijk gesteld met gehuwden. Een geregistreerd partnerschap is een partnerschap dat wordt gesloten via de ambtenaar van de Burgerlijke Stand. Alleen een notarieel samenlevingscontract leidt dus niet tot een geregistreerd partnerschap.

Bij het antwoord op de vraag of er sprake is van een enig aandeelhouder wordt overigens geen rekening gehouden met (certificaten van) aandelen die een B.V. of een dochtermaatschappij in haar eigen kapitaal houdt.

Ook tussen twee B.V.’s onderling kan er sprake zijn van een enig aandeelhouder. Bijvoorbeeld tussen een holding en een werkmaatschappij.

Omdat de wetgever van mening is dat bij een B.V. met één aandeelhouder een groter gevaar kan bestaan dat de enig aandeelhouder handelingen verricht ten gunste van zichzelf en ten nadele (van de schuldeisers van) de B.V., is er in de wet een speciale regeling opgenomen.

Deze komt erop neer dat een overeenkomst of andere rechtshandeling tussen een B.V. en de enig aandeelhouder schriftelijk moet worden vastgelegd als die enig aandeelhouder ook degene is die namens de B.V. optreedt. Voorbeelden hiervan zijn een koopovereenkomst, huurovereenkomst of een geldleningsovereenkomst.

Het belang hiervan wordt duidelijk gemaakt in een recente uitspraak van de Rechtbank Limburg. Er is sprake van een holding (H) die enig aandeelhouder en bestuurder is van dochtervennootschap (D).
In 2010 zijn voertuigen van D aan H verkocht. De koopprijs is verrekend in rekening-courant. Dit blijkt uit de administratie. In 2012 gaat D failliet. De curator constateert de verkoop van de voertuigen. Er kan geen schriftelijke overeenkomst worden overlegd. De curator gaat over tot vernietiging van de niet schriftelijk vastgelegde koopovereenkomst. Gevolg is dat de betreffende voertuigen eigendom zijn gebleven van D en dat deze terug gegeven moeten worden. Uiteraard kan H de koopprijs die werd verrekend terugvorderen. Dat is echter feitelijk onmogelijk omdat D failliet is.

Uit deze zaak blijkt voldoende dat schriftelijke vastlegging noodzakelijk is om problemen te voorkomen. Deze vastlegging moet dusdanig specifiek zijn, dat duidelijkheid bestaat over de vraag op welk moment wat precies is overeengekomen. Bijvoorbeeld wat wordt er verkocht tegen welke prijs en aan wie. Dit kan in een ondertekende overeenkomst, maar het kan ook blijken uit notulen van een vergadering. Ook een niet ondertekend document kan onder omstandigheden voldoende zijn. Wel is op grond van een uitspraak van het gerechtshof Arnhem duidelijk dat uitsluitend facturen opmaken niet voldoet aan het vereiste.

Aangenomen wordt dat het ook mogelijk is om een handeling nog in een later stadium schriftelijk vast te leggen. Bijvoorbeeld als de jaarstukken worden opgemaakt. Uiteraard moet dit wel het geval zijn voor een faillissement. In elk geval geldt, hoe eerder hoe beter.

Het vereiste van schriftelijke vastlegging geldt overigens niet als er sprake is van een handeling die onder de afgesproken voorwaarden tot de gewone bedrijfsuitoefening van de B.V. behoort.

De enig aandeelhouder van de supermarktvennootschap hoeft de aankoop van zijn wekelijkse boodschappen dus niet schriftelijk vast te leggen als hij deze afrekent bij de kassa. In de bovengenoemde uitspraak van de rechtbank Limburg zou er ook geen probleem zijn geweest als D een autodealer zou zijn geweest en de betreffende vervoermiddelen zouden zijn verkocht tegen reguliere verkoopprijzen. Het betrof echter een bouwbedrijf.

Tot slot: het feit dat u niet verplicht bent een overeenkomst schriftelijk vast te leggen als er sprake is van een vennootschap met meer dan één aandeelhouder, wil uiteraard niet zeggen dat het niet verstandig is om dat wel te doen. Duidelijk vastgelegde afspraken voorkomen (juridische) problemen in de toekomst.

Heeft u naar aanleiding van deze blog vragen over de vastlegging van overeenkomsten tussen u en uw vennootschap of tussen vennootschappen onderling (bijvoorbeeld tussen een holding en een 100% dochtermaatschappij)? Neem dan gerust contact met ons op. Wij helpen u graag verder.

Deel deze pagina