Overlast van nieuwe carport onrechtmatige hinder ondanks verleende vergunning?

Overlast van nieuwe carport onrechtmatige hinder ondanks verleende vergunning?

Geplaatst op

Voor sommige mensen een geschenk, voor anderen een noodzakelijk kwaad, maar (bijna) iedereen heeft ze: buren. Jarenlang is er geen enkel probleem, maar dan ziet de ene buur ineens vanuit zijn woonkamer een carport verrijzen bij de andere buur waar ook nog eens een nieuwe Prius onder staat te blinken. Zo ging het ook ongeveer in een zaak die in kort geding werd voorgelegd aan een voorzieningenrechter in het oosten van het land en waar de voorzieningenrechter op 25 april 2016 een uitspraak over heeft gedaan.

Wat was er aan de hand? Buurman X heeft een nieuwe carport gebouwd van ongeveer 7 meter lang en 5 meter breed met een schuinoplopend dak van 3 tot 4 meter hoog met zonnepanelen. Voor de carport is een omgevingsvergunning aangevraagd. De gemeente heeft het besluit genomen de vergunning van rechtswege te verlenen waarbij geen inhoudelijke toets van de aanvraag heeft plaatsgevonden. Het besluit van de gemeente is gepubliceerd in de plaatselijke Huis aan Huis krant. Er zijn geen bezwaren ingediend tegen het besluit zodat het besluit onherroepelijk is geworden en de verleende vergunning formele rechtskracht heeft gekregen.

Met de vergunning in de tas is buurman X vervolgens de carport gaan bouwen. Dit was echter tegen het zere been van buurman Y die ineens vanuit zijn woonkamer uitzicht kreeg op de carport van buurman X. Buurman en buurman konden het onderling niet eens worden zodat hun geschil door buurman Y aan de voorzieningenrechter werd voorgelegd.

Buurman Y stelt in de procedure dat de carport voor een dusdanige mate van overlast zorgt dat er sprake is van onrechtmatige hinder en hij vordert verwijdering of verplaatsing van de carport. Buurman X verweert zich en stelt dat er geen sprake is van onrechtmatige hinder en dat de carport is gebouwd overeenkomstig de verleende vergunning.

De voorzieningenrechter overweegt dat buurman X als vergunninghouder er in het algemeen op mag vertrouwen dat de vergunning overeenkomstig de wet is verleend en dat de belangen van de betrokkenen zijn afgewogen zodat hij gerechtigd is om van de vergunning gebruik te maken. Een dergelijke vergunning die in overeenstemming met het bestemmingsplan is verleend vrijwaart de houder echter niet van aansprakelijkheid wegens het veroorzaken van onrechtmatige hinder.  

De voorzieningenrechter gaat dan ook toetsen of er sprake is van een onrechtmatige hindersituatie (art. 6:162 BW jo art. 5:37 BW). De carport zou namelijk (zon)licht ontnemen omdat de carport gedeeltelijk voor het raam van de woonkamer van buurman Y is opgetrokken. Ook vanuit de buitenjacuzzi ondervindt buurman Y hinder van de carport omdat vanuit de jacuzzi tegen het dak van de carport wordt aangekeken, waardoor buurman Y woongenot wordt ontnomen.

Of er sprake is van onrechtmatige hinder hangt onder meer af van de aard, de ernst en de duur van de hinder, alsmede van de omvang van de daardoor veroorzaakte schade en de verdere omstandigheden van het geval. Om antwoord te kunnen geven op de vraag of er sprake is van onrechtmatige hinder heeft de voorzieningenrechter de situatie ter plaatse bekeken tijdens een gerechtelijke plaatsopneming. Een beetje zoals de befaamde rijdende rechter dus.

De voorzieningenrechter is uiteindelijk van oordeel dat de carport geen aanzienlijke stoornis in het genot van de eigendom van buurman Y oplevert. Weliswaar wordt het uitzicht vanuit de woonkamer belemmerd door de carport en is vanuit de jacuzzi het dak van de carport te zien, maar dit betekent niet dat er sprake is van onacceptabele hinder of overlast van de carport. De voorzieningenrechter komt dan ook tot de slotsom dat buurman Y de overlast van de carport moet dulden.

Deel deze pagina