Prepensioen korten op WW-uitkering, wanneer mag dat?

Prepensioen korten op WW-uitkering, wanneer mag dat?

Het is een situatie die ik regelmatig meemaak in de arbeidsrechtpraktijk. Een werknemer op leeftijd gaat akkoord met beëindiging van de arbeidsovereenkomst in de veronderstelling dat hij daarna een WW-uitkering zal ontvangen. Dit is lang niet altijd het geval. Werkgever en werknemers zijn zich hier vaak niet voldoende van bewust.

Hoe zit het ook alweer?

In veel pensioenregelingen staan bepalingen dat het opgebouwde ouderdomspensioen in de vorm van een prepensioen tot uitkering komt bij werkloosheid vanaf een bepaalde leeftijd (vaak 62 jaar en 9 maanden). Is hiervan sprake, dan bestaat er een grote kans dat het prepensioen wordt gekort op de WW-uitkering.

Een WW-uitkering ontvangt een werknemer alleen als er sprake is van inkomensverlies. Uit de WW volgt dat inkomen geheel op de uitkering in mindering moet worden gebracht. Sommige vormen van inkomen zijn hiervan uitgezonderd. Deze staan in het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten (AIB).

Hoofdregel is dat pensioen of prepensioen in mindering moet worden gebracht op de WW-uitkering. Dit is anders als een (pre)pensioenuitkering al voor de werkloosheid werd ontvangen en alleen als die samenhangt met een eerder verlies aan arbeidsuren.

Minder werken: inkomenseverlies en deeltijdpensioen

Een deeltijdpensioen wordt niet gekort op de WW-uitkering die samenhangt met dezelfde (resterende) dienstbetrekking waaruit de werknemer vervolgens volledig (werkloos) wordt. Dat is het geval waarbij een werknemer tijdens zijn baan besluit minder te werken en het inkomensverlies opvangt met een prepensioenuitkering. Deze uitzondering is logisch en praktisch. Naar mijn mening bevordert dit de arbeidsparticipatie en duurzame inzetbaarheid van werknemers, omdat zij niet hoeven te vrezen voor een korting op een eventuele WW-uitkering.

Wat als een werknemer prepensioen uit een eerder dienstverband gebruikt om minder te kunnen werken in zijn nieuwe baan? Op  6 september 2017 oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat dit geen extra uitzondering is op de wettelijke regeling (ECLI:NL:CRVB:2017:2863). De werknemer deed in die zaak dus vergeefs een beroep op de uitzondering.

Risico voor werknemer én werkgever

Ik sluit af met een waarschuwing aan het adres van werkgevers. Hoewel het lijkt alsof vooral werknemers een risico lopen op basis van deze complexe wet- en regelgeving, lopen ook werkgevers risico’s. Beëindigingsregelingen, vaak vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst, waarbij werknemers bijvoorbeeld onvoldoende zijn voorgelicht over hun arbeidsrechtelijke situatie, kunnen op grond van dwaling mogelijk worden vernietigd. Een goede analyse van de situatie is dus onontbeerlijk.

Deel deze pagina