Product recall: wat nu?

Terugroepacties komen regelmatig in het nieuws. Van kindergoedspeelgoed tot auto’s, van met fipronil besmette eieren tot kipnuggets met stukjes plastic... In  elk product lijkt wel een gevaar op de loer te liggen. Wanneer moet tot een terugroepactie worden overgegaan?

Bij een terugroepactie wordt veelal de Engelse term product recall gebruikt. Een recall, ofwel terugroepactie, komt in beeld indien sprake is van producten waarvan gebleken is dat deze een gebrek vertonen, niet aan de voedselveiligheidsvoorschriften voldoen of op andere wijze een gevaar opleveren voor de gezondheid. Het doel van een product recall is het terughalen van een (mogelijk) onveilig product. Daarbij kan een onderscheid worden gemaakt tussen een stille recall en een publieke recall. Nog nooit gehoord van dit onderscheid? Dat kan kloppen. Een stille recall ziet op het uit de handel nemen van producten die zich nog in de toeleveringsketen bevinden om daarmee te voorkomen dat de producten op de markt worden aangeboden. Bij een publieke recall bevindt het product zich al op de markt als gevolg waarvan de recall dus publiek moet worden gemaakt om de eindgebruiker te waarschuwen en hem veelal op te roepen het product niet te gebruiken, maar te retourneren.

Onveilig of veilig product

Wanneer moet worden overgegaan tot het terugroepen van een product hangt af van de uit Europa afkomstige wetgeving. Wanneer het gaat om levensmiddelen is de Algemene Levensmiddelen Verordening uit 2002 van belang. Als het gaat om producten niet zijnde levensmiddelen (in het Engels aangeduid als non-food) dan is in beginsel de Richtlijn Algemene Productveiligheid relevant, welke richtlijn geïmplementeerd is in de Nederlandse Warenwet en diverse uitvoeringsbesluiten. Het gaat te ver om in deze blog de wetgeving in detail te bespreken. Belangrijk is dat uit deze wetgeving de hoofdverplichting volgt dat op de markt gebrachte producten of levensmiddelen veilig moeten zijn.

Levensmiddelen zijn onveilig als zij schadelijk voor de gezondheid óf ongeschikt voor menselijke consumptie zijn. Dit laatste betekent dat consumptie van het levensmiddel onaanvaardbaar wordt geacht. Dit is bijvoorbeeld het geval bij bedorven voedsel (waar je niet altijd ziek van hoeft te worden), maar ook bij ontoereikende informatie over het levensmiddel, zoals bijvoorbeeld bij de verkoop van paardenvlees als rundvlees. Een levensmiddel kan dus ongeschikt zijn voor menselijke consumptie zonder dat het per definitie gevaarlijk is voor de gezondheid.

Bij non-food (producten niet zijnde levensmiddelen) geldt dat een product veilig is wanneer het bij normaal gebruik geen enkel risico oplevert of slechts beperkte risico’s die verenigbaar zijn met het gebruik van het product en welke risico’s aanvaardbaar worden geacht. Hierbij speelt de informatie die aan de (eind)gebruiker van het product wordt verstrekt een belangrijk rol. Hoe is het product verpakt? Staat er een gebruiksaanwijzing op het etiket? Zal het product door een kwetsbare groep worden gebruikt (kinderen of ouderen)? Te denken valt aan schoonmaakmiddelen. Die zullen een risico vormen vanwege de chemicaliën die erin zijn verwerkt. In beginsel is een dergelijk product onveilig, met name voor kinderen. Echter, de risico’s gemoeid met het product kunnen worden ondervangen door een kinderveilige schroefdop en een groot waarschuwingskruis op het etiket voor de volwassen gebruiker. Op die manier wordt het product toch ‘veilig’ geacht.

In de praktijk is het lastig een afweging te maken of een product veilig of onveilig is. Over het algemeen worden in ieder geval drie stappen genomen. Eerst moet het risico worden opgespoord, waarbij de volgende vragen van belang zijn. Wat is het gebrek? Wat is de oorzaak? Om welke (serie) producten gaat het? Wie loopt er risico? Vervolgens wordt het risiconiveau bepaald door te onderzoeken wat de ernst van een mogelijk ongeval zou kunnen zijn en hoe groot de waarschijnlijkheid van dat ongeval is. Tot slot dient te worden bekeken in hoeverre het totale risico aanvaardbaar is. Bij producten die door meer kwetsbare personen zal worden gebruikt (bijv. kinderspeelgoed) zal een zeer laag risiconiveau niet aanvaardbaar worden geacht en zal sneller tot een publieke product recall worden besloten, terwijl in een andere situatie wellicht kan worden volstaan met een waarschuwing of een stille product recall.

Betrokken partijen

Een product wordt veelal via een uitgebreide handelsketen op de markt gebracht. Een dergelijke keten wordt gevormd door een groot aantal contractspartijen. Te denken valt aan de producent van een grondstof, de producent van het eindproduct, de distributeur, de afnemer, de groothandel, de supermarkt en uiteindelijk ook de consument. Veelal is er ook een rol voor de toezichthouder weggelegd, terwijl op de achtergrond ook de verzekeraars van de betrokken contractpartijen in de handelsketen meekijken en eventueel schade-experts benoemen.

Bij een product recall kunnen alle partijen in de hierboven genoemde keten worden geconfronteerd met het moeten treffen van maatregelen om te zorgen dat het product niet op de markt wordt gebracht, dan wel wordt weggehaald bij de eindgebruiker. Vaak zijn hiermee aanzienlijke kosten gemoeid, met als gevolg dat tussen de partijen (onder meer) de contractuele en commerciële verhoudingen onder druk komen te staan. De vraag naar de vergoeding van de geleden schade in geval van een product recall behoort tot het aansprakelijkheidsrecht.

Meer informatie

Wilt u meer informatie over de product recall dan wel over het (product)aansprakelijkheidsrecht? Neem dan gerust contact met mij op.

Deel deze pagina