Schadevergoeding bij letsel door eigen hond?

Schadevergoeding bij letsel door eigen hond?

Geplaatst op

Wanneer de eigenaar van een woning letselschade oploopt door een gebrek aan deze woning kan hij zijn mede-eigenaar aanspreken voor een deel van zijn schade, zo schreef mijn kantoorgenoot mr. Boendermaker in 2011 al in zijn blog. Dit oordeel van de Hoge Raad, bekend als het Hangmatarrest, roept de vraag op hoe dit zich vertaalt naar de aansprakelijkheid voor andere gebrekkige zaken met meerdere bezitters. Dit heeft inmiddels tot een aantal geschillen over de aansprakelijkheid van dieren geleid. In onderstaande kwesties gaat het om de vraag of een bezitter van een dier de mede bezitter aansprakelijk kan stellen voor de schade die dat dier veroorzaakt.

Hond Jengo beet zijn vrouwelijke baasje in haar arm en borst, waardoor de vrouw letsel opliep. De vrouw stelt vervolgens haar echtgenoot, als medebezitter van de hond, aansprakelijk voor de helft van haar schade. Daarnaast is er paard Imagine, een van de paarden van een echtpaar dat samen een manege drijft. Tijdens het geven van paardrijles wordt de vrouw omver gelopen door paard Imagine, waardoor zij letsel aan haar been en heup oploopt. De vrouw spreekt de man als mede bezitter van het paard aansprakelijk voor een deel van haar schade.

In beide zaken oordeelt de rechter dat de aansprakelijkheid van de medebezitter, zoals ontwikkeld in het hangmat-arrest, niet kan worden overgenomen voor de bezitters van een dier. Met name de kenbaarheid van het gevaar dat het bezitten van een dier met zich meebrengt is daarbij van belang, aldus de rechter. Door het bezitten van een dier schep je bewust een risico en omdat iedereen weet dat een dier gevaarlijk kan zijn is het aan de bezitters zelf om een deugdelijke verzekering af te sluiten, zo blijkt uit de rechtspraak. De Hoge Raad meent dat er hier een onderscheid kan worden gemaakt met de aansprakelijkheid voor een gebrek aan de woning zoals in het Hangmat-arrest het geval was. Daar gaat het namelijk om een gevaar dat langzaam en onzichtbaar voor de bezitters ontstaat. Hierdoor is van kenbaarheid met het gevaar doorgaans geen sprake. Er bestaat na deze uitspraak van de Hoge Raad dus geen recht op schadevergoeding van de medebezitter bij letsel door de eigen hond of ander eigen dier.

Hoewel de zaken over Jengo en Imagine juridische gezien niet veel verschillen van het hangmat-arrest maakt de Hoge Raad toch duidelijk een onderscheid tussen de aansprakelijkheid van medebezitters voor opstallen, waaronder een woning, en de aansprakelijkheid van medebezitters voor dieren. Het uitdijen van de aansprakelijkheid voor medebezitters komt daarmee ten einde. Hoewel de uitspraak niet in lijn is met bijvoorbeeld het arrest City Tax/De Boer, waarin de Hoge Raad juist vanwege het oogpunt van rechtseenheid en consistentie geen onderscheid wenste te maken tussen de verschillende grondslagen voor werkgeversaansprakelijkheid, past het wel in de huidige trend in de rechtspraak waarin de rechter terughoudend is bij het vaststellen van de aansprakelijkheid. Ondanks dat de juridische argumenten voor het onderscheidt minimaal zij lijkt het dus toch te passen in het huidige juridische beeld dat de Hoge Raad schets. Slachtofferbescherming blijft een grote rol spelen in het aansprakelijkheidsrecht maar verliest wel terrein.

Deel deze pagina