Schadevergoeding na onrechtmatige aanbesteding

Schadevergoeding na onrechtmatige aanbesteding

Geplaatst op

Teleurgestelde inschrijvers die stellen dat de winnaar van een aanbesteding niet aan de gestelde eisen voldoet, trekken in (kort geding) procedures vaak aan het kortste eind. Indien een aanbestedende dienst stelt de inschrijving van de beoogd winnaar te hebben gecontroleerd, is dit in de regel voldoende voor rechters om klachten van andere inschrijvers af te wijzen. Dat een lichtzinnige beoordeling van de klachten van afgewezen inschrijvers risico’s meebrengt voor aanbestedende diensten bevestigt een recente uitspraak van de Rechtbank Amsterdam.

In deze zaak is de aanbestedende dienst achteraf aansprakelijk gesteld omdat zij ten tijde van de gunning niet voldoende grondig heeft onderzocht of de beoogd winnaar ook daadwerkelijk aan de gestelde eisen voldeed.

De casus
Het gemeentelijk vervoersbedrijf heeft een openbare aanbesteding georganiseerd ten behoeve van de inkoop van wegwerpkaarten. Gelet op de veiligheidsrisico’s is een van de gestelde eisen dat de betreffende wegwerpkaarten rechtstreeks worden vervoerd van de fabriek naar het vervoersbedrijf: “in a single journey, without further transfer or interim distribution”.

Naar aanleiding van de voorlopige gunningsbeslissing aan onderneming 1 heeft één van de afgewezen inschrijvers (onderneming 2) geklaagd: onderneming 1 zou bij het transport van de kaarten, in strijd met de gestelde eis, gebruik maken van overslag. Onderneming 2 stelt dat de winnaar de wegwerpkaarten produceert in China en dat het niet mogelijk is de kaarten zonder overslag bij het vervoersbedrijf in Amsterdam te krijgen. Het vervoersbedrijf heeft daarop onderzoek gedaan. Zij is tot de conclusie gekomen dat zij geen reden heeft om aan de inschrijving van onderneming 1 te twijfelen, nu uit de inschrijving en de toelichting van onderneming 1 niet blijkt dat sprake is van overslag van de vervoerskaarten. De voorlopige gunning aan onderneming 1 is omgezet in een definitieve gunning.

De rechtbank
In de procedure bij de rechtbank volhardt onderneming 2 in haar stelling dat de opdracht is gegund aan een partij die niet aan de gestelde eisen voldoet. Zij stelt dat de kaarten in ieder geval per vrachtwagen of trein naar een luchthaven in China worden vervoerd, waarna ze per vliegtuig in Schiphol aankomen om vervolgens via deze tussenstop per vrachtwagen naar Amsterdam te worden gebracht. Er is dus sprake van overslag. Als het vervoersbedrijf een gedegen controle had uitgevoerd was de inschrijving van onderneming 1 ongeldig verklaard. Onderneming 2 vordert een verklaring voor recht dat het vervoersbedrijf onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld en verantwoordelijk is voor de daardoor geleden schade.

De rechtbank stelt eerst vast dat partijen niet twisten over de uitleg van bovengenoemde eis: het overzetten van de kaarten vanaf het ene vervoermiddel naar het andere is verboden. De rechtbank gaat vervolgens niet mee met de stelling dat het vervoersbedrijf op de mededelingen van onderneming 1 had mogen vertrouwen. Uit de inschrijving van onderneming 1 blijkt niet duidelijk dat overslag van de kaarten uitgesloten is. Gelet op de onderbouwde stellingen van onderneming 2 had het vervoersbedrijf hier nadrukkelijk en grondig onderzoek naar moeten doen. Nu zij dat niet heeft gedaan en ter zitting ook niet heeft uitgelegd op welke wijze gewaarborgd is dat overslag niet plaatsvindt, slagen de stellingen van de onderneming 2.

De rechtbank concludeert dat het vervoersbedrijf geen overeenkomst had mogen sluiten met onderneming 1 omdat voldoende duidelijk was - of voor het vervoersbedrijf had moeten zijn- dat onderneming 1 niet aan de gestelde eis voldeed. Dit is aan het vervoersbedrijf toe te rekenen op grond van schuld, nu zij de Aanbestedingswet hoort na te leven. Een schending van de aanbestedingswetgeving moet leiden tot schadevergoeding van de daardoor geleden schade, aldus de rechtbank. 

Conclusie
Onderhavige uitspraak leert dat aanbesteders bezwaren van (afgewezen) inschrijvers serieus moeten nemen. Indien achteraf blijkt dat de opdracht is gegund aan de verkeerde partij omdat de aanbestedende dienst onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de winnende inschrijving, kunnen gedupeerde inschrijvers de betreffende aanbestedende dienst aansprakelijk stellen voor de geleden schade. Hoe groot die schade (en de hoogte van de schadevergoeding) is, hangt af van het concrete geval. In onderhavige zaak zal de schade in een aparte procedure worden vastgesteld. Wij houden u van deze zaak op de hoogte.

Voor nuancering klik hier de volledige uitspraak.

Deel deze pagina