Stakingsrecht heeft weer alle aandacht

Stakingsrecht heeft weer alle aandacht

Geplaatst op

In de laatste week van 2014 werd het spannend bij de geldautomaten van Rabobank. Als gevolg van een staking door het personeel van Brink’s werden deze automaten niet meer bijgevuld. Rabobank kon haar klanten niet meer garanderen dat pinnen overal nog steeds mogelijk was. De staking heeft als achtergrond een flinke reorganisatie welke Brink’s doorvoert. Hierdoor zou mogelijk tweederde van al het personeel zijn baan verliezen.

Brink’s is van mening dat de staking onrechtmatig is en heeft daartoe een kort geding aangespannen om te voorkomen dat de staking voortduurt. De vakbonden vertegenwoordigden in deze procedure het personeel van Brink’s. De zitting vond plaats op 29 december 2014 en een dag later werd al uitspraak gedaan door de Rechtbank Midden-Nederland (vindplaats: ECLI:NL:RBMNE:2014:7163).

Het recht op het voeren van collectieve acties – waaronder het stakingsrecht valt – is geregeld in het Europees Sociaal Handvest (ESH) en vastgelegd in de Grondwet. Artikel 6 ESH regelt wanneer acties mogelijk zijn, maar geeft tegelijkertijd de begrenzingen aan van dit recht. Een staking is mogelijk wanneer het gaat om een belangengeschil tussen werkgever(s) en werknemers, er eerst minder vergaande middelen zijn ingezet om het doel te bereiken (ultimum remedium) en er niet gehandeld wordt in strijd met eerder gemaakte afspraken in collectieve arbeidsovereenkomsten. Een staking kan niet door de beugel wanneer zwaarwegende procedureregels worden veronachtzaamd en in redelijkheid niet tot de actie gekomen had kunnen worden.

Een stakingsactie is een belangrijk grondwettelijk middel om een zwaarwegend belang te dienen. Het is erg lastig om dit te beperken nu de toets van de rechter marginaal is. Het enkele feit dat een staking schade veroorzaakt maakt nog niet dat deze onrechtmatig is. In de kwestie van Brink’s werd door de rechter geoordeeld dat het niet bijvullen van geldautomaten niet tot een onaanvaardbare ontwrichting van het betalingsverkeer leidde.

Een ander argument welke Brink’s aanvoerde was de veiligheid van werkwilligen, bankmedewerkers, winkeliers en de klanten daarvan. Ook deze stelling werd door de rechter afgewezen. Ter zitting werd door de vakbonden toegezegd dat er geen acties zullen plaatsvinden bij de vestigingen van Brink’s en bij de meldkamer. Verder zullen de bonden hun acties vier uur van tevoren aankondigen. Uiteindelijk kwam de rechter dan ook tot het oordeel dat de staking niet onrechtmatig was en dat het personeel hun collectieve acties mag blijven uitoefenen.

Dat het stakingsrecht een groot goed is, blijkt ook uit een uitspraak van de Hoge Raad van 31 oktober 2014 (vindplaats: ECLI:NL:HR:2014:3077). In dit arrest is bepaald dat ook tot een staking mag worden opgeroepen bij klanten of leveranciers van het bedrijf waarmee de vakbonden een conflict hebben. In dit geval hadden de bonden een conflict met het Amsterdamse havenbedrijf Rietlanden waar kolenschepen werden gelost. In de buurt van Rietlanden staat een kolenwasserij van Enerco waarvoor Rietlanden de schepen lost.

Tijdens een onaangekondigde staking werd andere overslagbedrijven verzocht schepen van klanten van Rietlanden niet te lossen. Het werk werd “besmet” verklaard. Toevallig lag er net een schip waarvan de kolen voor Enerco waren bestemd. Dit werd niet gelost en ook bij andere bedrijven kon het schip niet leeg gehaald worden. Gevolg: grote schade voor Enerco. Enerco is vervolgens gaan procederen om de “besmetverklaring” op te laten heffen door de rechter. Zonder succes. De besmetverklaring kan bijdragen tot een doeltreffende uitoefening van het stakingsrecht en daarmee tot het actiedoel. De besmetverklaring kan Enerco immers prikkelen om druk uit te oefenen op Rietlanden.

De besmetverklaring is een belangrijk middel voor vakbonden om stakingen effectief te laten zijn. Het toont eens te meer dat collectieve acties geen dode letter zijn, maar kunnen bijdragen aan het realiseren van een actiedoel.

Deel deze pagina