Toestemming vereist van uw partner? Ondernemers en uw echtgenoten let op!

Toestemming vereist van uw partner? Ondernemers en uw echtgenoten let op!

Geplaatst op

Samen sta je sterk! Helaas geldt dit niet altijd binnen een huwelijk (of geregistreerd partnerschap). In sommige gevallen moet één van de echtgenoten beschermd worden tegen het gedrag van de andere echtgenoot. Om die reden is artikel 1:88 Burgerlijk Wetboek (BW) in het leven geroepen. In dit artikel is de zogenaamde toestemmingseis neergelegd. Deze eis houdt in dat de ene echtgenoot voor het aangaan van bepaalde rechtshandelingen toestemming moet vragen aan de andere echtgenoot, met als doel het gezin te beschermen tegen rechtshandelingen die benadelend zijn of een groot financieel risico met zich meebrengen.

Waar gaat het dan om? Artikel 1:88 BW geeft vier type rechtshandelingen waarvoor de andere echtgenoot toestemming moet verlenen. De eerste categorie staat in het kader van de bescherming van het woonmilieu van het gezin (lid 1 sub a). De echtelijke woning of inboedel mag niet zonder toestemming worden verkocht of bezwaard. Daarnaast moet de andere echtgenoot toestemming verlenen voor het doen van (bovenmatige) giften (lid 1 sub b). De voornoemde bepalingen brengen met betrekking tot ondernemers geen bijzonderheden met zich mee. Dit ligt anders ten aanzien van artikel 1:88 lid 1 sub c en d BW. Hierin gaat het om borgstellingen of andere wijzen van het afgeven van garanties ten behoeve van derden (sub c) en koop op afbetaling (sub d).

Om het werkbaar te houden zijn bepaalde rechtshandelingen die verricht worden door ondernemers uitgezonderd van de toestemmingseis. Deze uitzonderingen roepen in de praktijk echter veel vragen op.

Geen toestemming voor borg- of garantstellingen is vereist als een echtgenoot handelt in de normale uitoefening van zijn beroep of bedrijf. Op papier lijkt dit een duidelijke uitzondering, maar wanneer is er sprake van “in de normale uitoefening van zijn beroep of bedrijf”? In lid 5 van artikel 1:88 BW is de tweede uitzondering opgenomen. Er is eveneens geen toestemming vereist wanneer de genoemde handelingen worden verricht door een bestuurder van een NV of een BV die alleen of met zijn medebestuurders de meerderheid van de aandelen houdt, voor zover de handelingen worden verricht ten behoeve van de normale uitoefening van het bedrijf van de vennootschap. Ook deze uitzondering roept vragen op. Wanneer moet de hoedanigheid van aandeelhouder of medebestuurder aanwezig zijn? Hoe zit het als de aandelen in de vennootschap gecertificeerd zijn? En wat behoort tot “de normale uitoefening van het bedrijf van de vennootschap”?

Evenals zekerheidstelling ten behoeve van een derde, wordt de koop op afbetaling geacht een zodanige risicovolle handeling te zijn, dat daarvoor ook de toestemming van de andere echtgenoot vereist is. Hier geldt de uitzondering dat de toestemming niet vereist is voor overeenkomsten met betrekking tot zaken die kennelijk uitsluitend of hoofdzakelijk ten behoeve van de normale uitoefening van het beroep of bedrijf van de echtgenoot strekken. Ook hier kan men zich afvragen welke rechtshandelingen “kennelijk uitsluitend of hoofdzakelijk ten behoeve van de normale uitoefening van het beroep of bedrijf” strekken. Heeft een tandarts die een bank op afbetaling koopt de toestemming van zijn echtgenoot nodig? Toestemming is vereist als de bank in de woonkamer van de echtgenoten komt te staan. Maar wat als de tandarts bij de aankoop vermeldt dat de bank in de wachtkamer van zijn praktijk komt te staan?

Kortom, artikel 1:88 BW kan ten aanzien van ondernemers en hun echtgenoten de nodige vragen oproepen. Bovendien zijn de gevolgen van het artikel tweezijdig. Enerzijds moet u als ondernemer nagaan voor welke rechtshandelingen u de toestemming van uw echtgeno(o)t(e) nodig heeft. Anderzijds moet u nagaan of de echtgeno(o)t(e) van uw wederpartij met wie u zaken doet mogelijk zijn of haar toestemming moet verlenen. Gebeurt dit niet terwijl dit wel had gemoeten, dan houden de overeenkomsten mogelijk geen stand. De echtgenoot die geen toestemming verleend heeft, kan op grond van artikel 1:89 BW de rechtshandeling vernietigen. Vernietiging is – tenzij er sprake was van een gift - niet mogelijk indien de wederpartij te goeder trouw was.

In de praktijk wordt er het meest geprocedeerd ten aanzien van artikel 1:88 lid 1 sub c en de hierop geformuleerde uitzonderingen. In mijn volgende blog zal ik dieper ingaan op de problematiek van deze bepaling en de stand van de rechtspraak. In mijn derde blog zal ik nader ingaan op de mogelijkheden en gevolgen van de vernietiging.

Heeft u vragen over deze blog of wilt u meer weten over de toestemmingseis? Neem dan contact op met één van onze familierechtadvocaten!

Deel deze pagina