Uitkering aan schuldeisers in faillissement. Hoe gaat dat?

Uitkering aan schuldeisers in faillissement. Hoe gaat dat?

Geplaatst op

Een faillissement wordt op verzoek van de schuldenaar zelf of op verzoek van een schuldeiser uitgesproken door de rechtbank indien de schuldenaar niet meer kan voldoen aan zijn betalingsverplichtingen (“in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen” - artikel 1 Fw). Bij het uitspreke n van het faillissement wordt een rechter-commissaris benoemd en een curator aangesteld (artikel 14 lid 1 Fw).


Een faillissement kan gezien worden als een algemeen beslag op het vermogen van de schuldenaar (voor zover behorend tot het faillissement - artikel 23 Fw) ten behoeve van de gezamenlijke schuldeisers. De curator heeft tot taak het vermogen te gelde te maken en een zo hoog mogelijke opbrengst te genereren voor de schuldeisers.
Schuldeisers kunnen hun vordering, inclusief de rente en kosten tot datum faillissement, bij de curator indienen ter verificatie. Alle ingediende vorderingen, welke door de curator worden goedgekeurd, worden geplaatst op de zogeheten ‘lijst van voorlopig erkende schuldvorderingen’ (N.B.: betwisting van vorderingen wordt hier verder buiten beschouwing gelaten). Op deze lijst wordt onder andere een onderscheid gemaakt tussen preferente vorderingen en concurrente vorderingen. Preferente vorderingen zijn vorderingen waaraan een voorrecht is verbonden, welke meebrengt dat deze vorderingen bij voorrang boven andere schuldvorderingen kunnen worden verhaald. Concurrente vorderingen hebben geen voorrang. Dit onderscheid is van belang voor de uiteindelijke verdeling van het bij het einde van een faillissement nog beschikbare boedelactief.
Bij gelegenheid van de zogenaamde verificatievergadering (zitting ten overstaan van de rechter-commissaris) worden de op de lijst geplaatste schuldvorderingen beoordeeld en – bij geen bezwaren – overgebracht op een definitieve lijst. Aan de hand van deze definitieve lijst worden bij het einde van het faillissement de uitkeringen aan de verschillende schuldeisers gedaan. Hoe gaat dat in zijn werk?

Alvorens de curator toekomt aan de uitdeling aan de schuldeisers moeten de kosten van het faillissement en de zogenaamde boedelvorderingen worden voldaan. Boedelvorderingen zijn vorderingen die veelal tijdens het faillissement zijn ontstaan (door wetsduiding dan wel een gedraging van de curator) , welke een directe aanspraak jegens de boedel geven en niet geverifieerd hoeven te worden. Voorbeelden hiervan zijn het salaris van de curator, de huur na datum van het faillissement (artikel 39 lid 1 Fw) en het loon van werknemers vanaf datum faillissement (artikel 40 lid 2 Fw).

Indien er nog geld over is na volledige betaling van de boedelschuldeisers, dan worden de preferente schulden voldaan. Onder de preferente vorderingen vallen onder meer de vorderingen van de belastingdienst uit hoofde van loon- en omzetbelasting, alsmede loonvorderingen van het UWV.

Ten slotte  vindt, indien mogelijk, een uitkering plaats aan de concurrente (gewone) crediteuren. Dit betreft zelden betaling van de volledige vordering; meestal gaat het om een gedeeltelijke uitkering. Indien aan alle schuldeisers uitkeringen zijn gedaan en het boedelactief aldus is verdeeld, is de taak van de curator voltooid.
Stel nu dat ook de concurrente schuldeisers volledig worden betaald en dat er zelfs  nog geld over is? In dat geval wordt het resterende bedrag uitgekeerd aan de aandeelhouder(s) (in geval van een rechtspersoon), dan wel de voormalige gefailleerde (natuurlijk persoon).
 

Deel deze pagina