Veranderingen arbeidsrecht (concept wetsvoorstel)

Veranderingen arbeidsrecht (concept wetsvoorstel)

In oktober 2017 blogde mijn collega, Simone Scheltinga, al over het regeerakkoord waarin de regering plannen opnam om de arbeidswetgeving aan te passen. De regering heeft op 9 april 2018 het voorlopige wetsvoorstel openbaar gemaakt. De beoogde wet krijgt de naam Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB). In deze blog zal ik op hoofdlijn ingaan op de voorgenomen wijzigingen.

Historische blik en doel nieuwe wet

Per 1 juli 2015 trad de Wet werk en zekerheid (Wwz) in werking. Deze wet veranderde het ontslagrecht. Het was de bedoeling dat werknemers eerder een vast dienstverband zouden krijgen en dat een rem zou worden gezet op flexwerk. Vanuit de advocatuur en rechtspraak was van begin af aan al kritiek op de wet. De vrees bestond dat vast werk vaster zou worden en flexwerk nog flexibeler.  

In de toelichting op de WAB onderkent de regering dat werkgevers nog steeds terughoudend zijn om werknemers in vaste dienst te nemen. Met een breed pakket aan maatregelen wil het kabinet de kloof tussen vaste contracten en flexibele arbeid aanpakken. De invoering van de wet is voorzien op 1 januari 2020.

Versoepeling ontslagrecht

Het kabinet wil het ontslagrecht versoepelen. Werkgevers moeten door de invoering van de Wwz een voldragen ontslaggrond hebben om een werknemer te kunnen ontslaan. Het moet bijvoorbeeld gaan om verwijtbaar handelen of een verstoorde arbeidsrelatie. De situatie dat twee gronden die op zichzelf niet tot een voldragen grond leiden, maar gecombineerd wel, mag niet tot ontslag leiden. Dit laatste wil het kabinet aanpassen door een cumulatiegrond in de wet op te nemen. Meerdere ‘halve’ gronden bij elkaar opgeteld kunnen dan als het ware één voldragen grond worden.

Deze versoepeling van het ontslagrecht wordt voor de werknemer mogelijk gecompenseerd met een extra vergoeding bovenop transitievergoeding. Mogelijk, dus niet standaard.  Het is aan de rechter om te beoordelen of de werkgever een hogere vergoeding moet betalen en hoe hoog deze dient te zijn. De vergoeding is maximaal de helft van de transitievergoeding.

Verruiming ketenregeling

Het kabinet is van mening dat werkgevers meer tijd nodig hebben om een werknemer te kunnen beoordelen. De regering stelt verder dat een werknemer er behoefte aan heeft om niet al na twee jaar zijn baan te verliezen. Daarom wordt de duur van de ketenregeling weer opgerekt naar drie jaar, zoals dat voor de invoering van de Wwz ook al het geval was.

Minder kosten bij ziekte voor MKB?

In het regeerakkoord staat dat het kabinet de loondoorbetalingsverplichting bij ziekte voor de kleine werkgever (tot 25 werknemers) wil verkorten naar 52 weken in plaats van 104 weken. Kleine werkgevers zouden dan meer premie moeten betalen. MKB Nederland schoot het geconcretiseerde plan van minister Koolmees echter af.Daarop gaf Minister Koolmees aan niet langer vast te houden aan deze afspraak in het regeerakkoord. Mogelijk komt er een alternatief. In de WAB is vooralsnog geen regeling opgenomen.

Langere dienstverbanden aantrekkelijker

Het kabinet houdt vast aan haar plannen met betrekking tot de proeftijd en premiedifferentiatie van de WW. De proeftijd van twee maanden wordt verruimd naar drie maanden bij een arbeidsovereenkomst van 2 jaar of langer en kan zelfs maximaal 5 maanden zijn bij een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Misbruik van deze regeling wordt voorkomen door de gewerkte periodes mee te tellen bij de ketenregeling.

Werkgevers moeten als het aan het kabinet ligt straks meer WW-premie betalen voor werknemers met een flexibel contract. Daarmee beoogt het kabinet een vast contract aantrekkelijker te maken en tegelijkertijd het hogere werkloosheidsrisico van flexibele arbeidsrelaties te beprijzen. Het kabinet kiest voor een hoge premie die ongeveer 2,5 á 3 keer hoger is dan de lage premie (ongeveer 5 procentpunt hoger).

Transitievergoeding vanaf het begin

De transitievergoeding is onder de Wwz pas verschuldigd vanaf het moment dat het dienstverband twee jaar duurt. Met invoering van de WAB zal vanaf de eerste dag recht op een transitievergoeding ontstaan. Daarnaast zal de verhoging van de transitievergoeding na tien jaren worden afgeschaft. Voorts zal bij de berekening van de hoogte van de transitievergoeding niet meer worden afgerond op halve jaren, maar op de daadwerkelijke duur van de arbeidsovereenkomst.

De regering wenst de werkgever in bepaalde situaties te compenseren. Ten eerste wanneer de werknemer twee jaar arbeidsongeschikt is geweest. Ten tweede wanneer het bedrijf eindigt wegens pensionering of ziekte van de werkgever. Daarnaast verruimt de regering de mogelijkheden om scholingskosten in mindering te brengen op de transitievergoeding en verruimt zij de criteria die gelden voor de overbruggingsregeling voor kleine werkgevers die werknemers ontslaan vanwege bedrijfseconomische redenen.

Oproepkrachten

Voor werknemers levert een oproepovereenkomst veel onzekerheid op. Als de WAB in de huidige vorm wordt ingevoerd, dan moet een werkgever voortaan minimaal vier dagen van te voren aangeven wanneer een werknemer moet werken. Als de werkgever te laat is, dan mag de werknemer weigeren om te werken. Voorts is het zo dat als de werkgever de oproep binnen vier dagen voor de werkdag intrekt, hij het loon volledig moet betalen.

De werkgever moet na een jaar een aanbod doen voor een contract met een vast aantal uren. Het aantal uren wordt gebaseerd op het gemiddeld aantal gewerkte uren in de afgelopen 12 maanden. Doet de werkgever dit aanbod niet, dan behoudt de werknemer het recht op loon over het gemiddeld aantal uren.

Let op: het is een consultatieversie

De hiervoor genoemde punten zijn plannen van de regering. Het is nog onzeker of deze plannen daadwerkelijk en in bovenstaande vorm worden doorgezet. Wij houden u van de verdere ontwikkelingen op de hoogte.

Meer weten over het (mogelijke nieuwe) arbeidsrecht? Neem dan contact op met mij op.

Deel deze pagina