Waar twee partijen procederen om een been, loopt de derde ermee heen

Waar twee partijen procederen om een been, loopt de derde ermee heen

Geplaatst op

In een zaak bij het Hof Arnhem-Leeuwarden twisten de Rabobank Emmen en de installateur over wie de opbrengst toekomt van een sproei-, beluchtings- en belichtingsinstallatie die is aangebracht in een tuinbouwkas waarin orchideeën worden gekweekt. Het Hof komt tot een bijzondere conclusie.

Feiten

Vastgoed B.V. was eigenaar van een kas. Zij verhuurde de kas aan een derde die in de kas een orchideeënkwekerij exploiteerde. Vastgoed B.V. had de Rabobank op de kas een recht van hypotheek verleend.

In opdracht van Vastgoed B.V. heeft de installateur in de kas een beluchtings-, sproei- en belichtingsinstallatie met diverse toebehoren aangebracht. De installateur heeft de daarvoor benodigde materialen geleverd en de nodige werkzaamheden verricht. Op de overeenkomst van opdracht tussen Vastgoed B.V. en de installateur zijn de Algemene Leveringsvoorwaarden Installerende Bedrijven van Uneto-VNI (Alib ’92) van toepassing. In artikel 55 van de Alib ’92 is een eigendomsvoorbehoud opgenomen.

Vastgoed B.V. heeft de door de installateur verstuurde facturen ten bedrage van € 189.207,- niet betaald.

Juridisch kader

De installateur heeft vanwege de openstaande facturen een beroep gedaan op het eigendomsvoorbehoud op de beluchtings-, sproei- en belichtingsinstallatie. De Rabobank heeft zich daarentegen op het standpunt gesteld dat de installaties bestanddeel zijn geworden van de kas, en daarmee onder het hypotheekrecht van de Rabobank vallen.

Op grond van artikel 3:4 lid 1 BW is al hetgeen, volgens verkeersopvatting, onderdeel uitmaakt van een zaak, bestanddeel van die zaak. Uit de jurisprudentie van de Hoge Raad blijkt dat een aanwijzing dat een zaak volgens verkeersopvatting als onderdeel van een hoofdzaak heeft te gelden, kan zijn gelegen (1) in de omstandigheid dat de twee zaken in constructief opzicht specifiek op elkaar zijn afgestemd, of (2) in de omstandigheid dat de hoofdzaak, indien het bestanddeel zou ontbreken, als onvoltooid moet worden beschouwd in de zin, dat de hoofdzaak dan niet geschikt is te beantwoorden aan haar bestemming. Het gaat om de bestemming die uit de aard van de hoofdzaak zelf voortvloeit, niet om de economische of maatschappelijke bestemming die de concrete gebruiker subjectief aan de hoofdzaak heeft gegeven. Het komt niet aan op de functie die de apparatuur (eventueel) vervult in het productieproces. Of in een bepaald geval naar verkeersopvatting sprake is van een bestanddeel moet in het licht van alle omstandigheden van het geval worden beoordeeld.

Naar het oordeel van het hof moet een kas worden gekwalificeerd als een bouwwerk van glas bestemd voor het kweken van planten. Het hof benoemt vervolgens deskundigen die onderstaande vragen moeten beantwoorden:

  1. van welke installaties dient een kas ten minste te zijn voorzien om als kas voor het telen van enig gewas in het algemeen te kunnen functioneren?
  2. welke installaties dienen aanvullend te worden aangebracht om een kas geschikt te maken voor het telen van orchideeën?
  3. is de door de installateur geleverde beluchtingsinstallatie, inclusief toebehoren en regelapparatuur noodzakelijk voor het telen van enig gewas in deze kas in het algemeen, of is deze installatie specifiek aangebracht voor het telen van orchideeën?
  4. is de door de installateur geleverde sproei-installatie, inclusief toebehoren en regelapparatuur noodzakelijk voor het telen van enig gewas in deze kas in het algemeen, of is deze installatie specifiek aangebracht voor het telen van orchideeën?
  5. is de door de installateur geleverde belichtingsinstallatie, inclusief toebehoren en regelapparatuur noodzakelijk voor het telen van enig gewas in deze kas in het algemeen, of is deze installatie specifiek aangebracht voor het telen van orchideeën?

Sproei-installatie

Uit de antwoorden van de deskundigen volgt dat een watergeefsysteem nodig is om een kas te kunnen laten functioneren. Daarbij kan, afhankelijk van de beoogde teelt, een keuze worden gemaakt uit verschillende systemen. In dit geval is, met het oog op de door haar voorgenomen teelt van orchideeën, de keuze voor een sproei-installatie gemaakt. Daarmee is dit watergeefsysteem een bestanddeel van de kas geworden, zoals elk ander watergeefsysteem dat zou zijn geïnstalleerd bestanddeel van de kas zou zijn geworden. Doordat de sproei-installatie bestanddeel van de kas is geworden, is het eigendomsvoorbehoud van de installateur bij het aanbrengen van de installatie verloren gegaan. De sproei-installatie valt daarmee onder het hypotheekrecht van de Rabobank.

Beluchtings- en belichtingsinstallatie

Uit het rapport van de deskundigen blijkt ten eerste dat de installateur niet een beluchtingsinstallatie, maar een scherminstallatie in de kas heeft gerealiseerd.

Uit het antwoord van de deskundigen blijkt verder dat de aanwezigheid van een scherm- en een belichtingsinstallatie niet noodzakelijk is om een kas als kas te kunnen laten functioneren. Dat betekent dat deze installaties geen bestanddeel zijn geworden van de kas en daarmee roerende zaken zijn gebleven. Deze installaties vallen daarmee niet onder het hypotheekrecht van de bank.

Daarmee zou je denken dat de installateur recht heeft op de opbrengst van de scherm- en een belichtingsinstallatie, maar hier krijgt de uitspraak een verrassende wending. Uit het rapport van de deskundigen blijkt namelijk dat de installateur niet een volledige scherm- en belichtingsinstallatie heeft geleverd, maar slechts onderdelen daarvan. Het hof concludeert op basis van de vaststelling van de deskundigen dat de door de installateur geleverde onderdelen behoren bij een complete installatie zonder welke de installatie niet kan functioneren, zodat de door de installateur geleverde onderdelen bestanddeel zijn geworden van de al aanwezige installaties.

Op grond van artikel 5:14 lid 1 BW gaat de eigendom van een roerende zaak die bestanddeel wordt van een andere roerende zaak die als hoofdzaak is aan te merken, over aan de eigenaar van deze hoofdzaak. Op grond van lid 3 is als hoofdzaak aan te merken de zaak waarvan de waarde die van de andere zaak aanmerkelijk overtreft of die volgens verkeersopvatting als zodanig wordt beschouwd.  Dat brengt met zich mee dat niet de Rabobank, niet de installateur, maar Vastgoed B.V., die geen partij is in deze procedure, recht heeft op de opbrengst van de scherm- en belichtingsinstallatie. Waar twee partijen procederen om een been, loopt de derde ermee heen.

Deel deze pagina