Wees geen flAPPdrol op de fiets!

Wees geen flAPPdrol op de fiets!

De afgelopen jaren is het mobiele telefoongebruik fors toegenomen. Ook is het tegenwoordig een stuk drukker op fietspaden en door de komst van de elektrische fiets zijn de snelheidsverschillen op fietspaden groter. Om de risico’s op ongevallen te verkleinen is het vanaf 1 juli 2019 het niet meer toegestaan om tijdens het fietsen een telefoon vast te houden.

Wetswijziging

Per 1 juli 2019 wordt artikel 61a van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens (RVV) gewijzigd. Het wordt verboden om tijdens het besturen van alle voertuigen, dus ook op de fiets, een mobiel elektronisch apparaat vast te houden. De wijziging luidt als volgt:

Het is degene die een voertuig bestuurt verboden tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat dat gebruikt kan worden voor communicatie of informatieverwerking vast te houden. Onder een mobiel elektronisch apparaat wordt in elk geval verstaan een mobiele telefoon, een tabletcomputer of een mediaspeler.”

Het gaat hier niet alleen om mobiele telefoontjes, maar ook om andere elektronische apparaten. Met het oog op de snelle ontwikkelingen ten aanzien van elektronica is gekozen voor een breed begrip. Hieronder vallen dus ook fotocamera’s, navigatiesystemen, tablets, etc.

Het verbod geldt alleen tijdens het rijden op de fiets. Wanneer de fietser stil staat, mag hij wel een mobiel elektronisch apparaat gebruiken. Een appje sturen of de route opzoeken op de fiets blijft dus mogelijk, op voorwaarde dat fietser stil staat.

Ook is het verbod alleen van toepassing wanneer het mobiel elektronische apparaat wordt vastgehouden met de hand. Wanneer bijvoorbeeld een navigatiesysteem op de fiets is bevestigd, wanneer handsfree wordt gebeld of wanneer via oortjes muziek wordt geluisterd, geldt het verbod uit artikel 61a RVV niet.

Boete

Wanneer artikel 61a RVV wordt overtreden, kan er een boete worden opgelegd:

  • Voor fietsers bedraagt de boete 95 euro;
  • Voor automobilisten en bestuurders van een motor of een tram bedraagt de boete 240 euro;
  • De bestuurder van een bromfiets riskeert een boete van 160 euro.

Aanrijding tussen twee fietsers

Bij een aanrijding tussen twee fietsers kan er een discussie over de aansprakelijkheid ontstaan. Er zal dan moeten worden beoordeeld of een van de fietsers zich schuldig heeft gemaakt aan schending van de gedragsregels uit artikel 5 of 6 Wegenverkeerswet 1994 (WVW). Artikel 6 WVW verbiedt verkeersdeelnemers zich zodanig te gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval plaatsvindt, waardoor een ander wordt gedood of waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht of zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden ontstaat. Artikel 5 WVW verbiedt verkeersdeelnemers zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd.

Wanneer één van de twee fietsers een telefoon in de hand hield tijdens de aanrijding, zal al snel worden aangenomen dat de fietser niet oplettend genoeg is geweest om gevaar op de weg te voorkomen. De fietser met de telefoon in de hand kan in zo’n situatie sneller aansprakelijk worden geacht voor de (letsel)schade die als gevolg van het ongeval is ontstaan.  

Aanrijding tussen een automobilist en een fietser

In het geval dat een automobilist of een ander motorvoertuig een fietser aanrijdt, zal de eigenaar van het motorvoertuig in eerste instantie 50% van de (letsel)schade moeten vergoeden. Voor fietsers jonger dan 15 jaar geldt zelfs een vergoedingspercentage van 100%. Alleen wanneer de bestuurder van het motorvoertuig een beroep kan doen op overmacht, kan worden afgeweken van deze regel. Er is sprake van overmacht, wanneer de bestuurder geen enkel verwijt gemaakt kan worden. Dit is zelden het geval.

Wanneer blijkt dat de fietser een telefoon in de hand hield tijdens het ongeval en het ongeval hierdoor mede is ontstaan, zal wel sneller sprake zijn van ‘eigen schuld’ van de fietser. Wanneer ‘eigen schuld’ wordt vastgesteld, kunnen bovengenoemde vergoedingspercentages van 50% respectievelijk 100% verminderd worden.  Een gedeelte van de door de fietser geleden schade blijft dan voor eigen rekening van de fietser. De bewijslast ten aanzien van de vraag of er sprake is van ‘eigen schuld’ van de fietser rust op de bestuurder van het motorvoertuig. De automobilist zal dus moeten aantonen dat de fietser een telefoon in zijn handen had en dat hierdoor een onveilige verkeerssituatie is ontstaan.

Bij een dergelijke discussie omtrent de aansprakelijkheid van een verkeersongeval en het verhalen van uw letselschade kunt u zich het beste laten vertegenwoordigen door een letselschadespecialist.

Neem gerust contact met mij op of met een van mijn collega’s van de afdeling letselschade. Wij kunnen u vaak kosteloos bijstaan en helpen u graag bij het verkrijgen van de vergoeding waar u recht op heeft.

Deel deze pagina