Wet- en regelgeving pandrecht en faillissement

Wet- en regelgeving pandrecht en faillissement

Hoewel de afgelopen jaren het aantal faillissementen jaarlijks nog steeds daalt, dient nog steeds elke sector beducht te zijn op een faillissement van een crediteur. Weet wat je moet doen als je als logistiek dienstverlener niet achteraan in de rij van schuldeisers wilt staan.

In de transportwereld is het relatief eenvoudig om een pandrecht op goederen te vestigen. Deze goederen worden wellicht door jouw bedrijf vervoerd of bevinden zich in jouw warehouse. Ook kan gedacht worden aan fysieke distributie, expeditie, laden, lossen, opdracht en lastgeving. Een pandrecht op goederen die jij voor jouw opdrachtgever in je macht hebt wordt een vuistpandrecht genoemd. Dit is vaak het geval bij het uitvoeren van een transportopdracht of bij het in bewaarneming hebben van goederen in het kader van de uitvoering van een opslagovereenkomst. Een vuistpand onderscheidt zich van een bezitloos pandrecht door het feit dat het verpande goed in de macht is van jou als pandhouder.

Wat is een pandrecht eigenlijk?

Het pandrecht is vergelijkbaar met het hypotheekrecht, met als groot verschil dat het bij een hypotheekrecht over onroerende goederen gaat. Gedacht moet worden aan grond en de daarop gebouwde woningen. Een pandrecht kan niet op onroerende goederen gevestigd worden. Het pandrecht hee dus niets te maken met een pand (een gebouw), maar met verpanding. Een pandrecht kan op vrijwel alle andere zaken gevestigd worden: op roerende goederen, op rechten aan toonder of order en op het vruchtgebruik van een dergelijke zaak of recht. Een pandrecht kan dus op veel verschillende zaken rusten. Zo is het mogelijk om pandrecht op auto’s te vestigen, op inventaris en op voorraad, maar ook op debiteurenvorderingen en op aandelen.

Hoe wordt een vuistpandrecht gevestigd?

Het vestigen van een vuistpandrecht is beslist niet moeilijk. Voor het vestigen van een vuistpandrecht op roerende zaken is nodig een geldige titel, levering en beschikkingsbevoegdheid. Een vuistpandrecht moet tussen partijen worden overeengekomen. Dan is er een geldige titel. Dit kan expliciet worden opgenomen in de vervoersovereenkomst of in de overeenkomst van bewaarneming in het geval er sprake is van opslag van goederen. De Algemene Vervoerscondities (AVC), de Fenex- voorwaarden of de opslagvoorwaarden van Stichting Vervoersadres (SVA) bevatten ook artikelen, waarin er een pandrecht wordt gevestigd ten gunste van de vervoerder, respectievelijk de bewaarnemer. Als jij één van deze voorwaarden op juiste wijze hanteert wordt het pandrecht ‘vanzelf’ overeengekomen. Als een opdrachtgever failliet gaat, en jij hebt nog goederen van deze opdrachtgever in jouw macht, dan kan het zeker lonen om uit te zoeken of de door jou gehanteerde overeenkomsten en voorwaarden een dergelijk pandrecht bevatten. De levering geschiedt in de transportwereld veelal doordat jij als vervoerder en/ of als het warehousebedrijf de goederen onder je hebt genomen om deze goederen te transporteren en/of om in bewaring te nemen. Als laatste eis de beschikkingsbevoegdheid van de pandgever. Enkel en alleen de eigenaar van de goederen is bevoegd om als pandgever, jouw opdrachtgever, te fungeren en een pandrecht te vestigen op zijn goederen ten gunste van de pandhouder. Indien de pandgever niet de eigenaar blijkt te zijn, dan kun jij als pandhouder mogelijk beschermd worden in het geval je te goeder trouw was en mocht aannemen dat de pandgever de eigenaar was.

Waarom een pandrecht vestigen?

Het doel van het vestigen van een pandrecht is het hebben van zekerheid dat een vordering wordt voldaan. Wordt er niet voldaan aan de verplichtingen, dan is de pandhouder gerechtigd om de goederen waarop het vuistpandrecht rust te verkopen en zijn vordering te voldoen uit de opbrengst. Let wel, de goederen mogen enkel worden verkocht: het jezelf toe-eigenen van verpande zaken is niet mogelijk als je jouw vordering niet betaald krijgt. Dit wordt het recht van parate executie genoemd. Hierdoor kun je dus zonder tussenkomst van een rechter de goederen verkopen. In geval van een faillissement wordt jouw bevoorrechte positie geen andere. De pandhouder is ook een separatist waardoor jouw positie en het vuistpandrecht niet worden aangetast door een faillissement van jouw opdrachtgever. De pandhouder kan handelen alsof er geen faillissement is. Dit geldt ook voor de schuldsanering en de surseance van betaling. Zonder instemming van de failliete opdrachtgever en de curator kun je in beginsel jouw vordering verhalen uit de verkoopopbrengst van de verpande goederen, die je op dat moment in je macht hebt. De curator behartigt de belangen van de pandhouder(s) en regelt in de praktijk veelal de verkoop van de betre ende verpande goederen. Hiervoor ontvangt de curator dan een vergoeding voor de failliete boedel.

Nog enkele voordelen van een pandrecht?

Het pandrecht is een zogeheten zakelijk recht, dat zaaksgevolg heet. Dit houdt in dat het pandrecht op de desbetre  ende goederen blij rusten, ongeacht wie eigenaar is van deze goederen. Indien het pandrecht wordt gevestigd door jou met je opdrachtgever en dus de (voormalige) eigenaar van de goederen en daarna je opdrachtgever de goederen verkoopt aan een derde, dan blijf jij als pandhouder gerechtigd om je vordering te verhalen op de in jouw macht zijnde goederen.

In de praktijk bevatten algemene voorwaarden veelal ook een eigendomsvoorbehoud. Door middel van het overeenkomen van een eigendomsvoorbehoud gaat het eigendom van een roerende zaak pas over na betaling van de volledige koopsom. Het kan dus zo zijn dat jouw opdrachtgever nog niet betaald hee voor de goederen die jij voor hem transporteert of hebt opgeslagen. De opdrachtgever is in zo’n situatie nog niet beschikkingsbevoegd, een van de vereisten voor het vestigen van een vuistpandrecht. Hierdoor heb jij geen vuistpandrecht kunnen vestigen, anders dan je wellicht dacht. De Hoge Raad heeft in een arrest van 3 juni 2016 (ECLI:NL:HR:2016:1046) anders beslist, wat in jouw voordeel als pandhouder is. Bij een koop onder eigendomsvoorbehoud verkrijgt de koper, jouw opdrachtgever, gelijk een eigendomsrecht onder de opschortende voorwaarde van betaling. Dit voorwaardelijke eigendomsrecht kan onvoorwaardelijk aan jou verpand worden. Met iedere deelbetaling stijgt de economische waarde hiervan. Met volledige betaling groeit het eigendomsrecht van jouw opdrachtgever uit tot een onvoorwaardelijke en vervalt het eigendomsrecht van de verkoper definitief.

Curatoren dienen in een faillissement rekening te houden met de belangen van een pandhouder. De pandhouder heeft een bevoorrechte positie, anders dan de gewone concurrente crediteuren. Een vuistpandrecht gee jou in de transportwereld, als blijkt dat jouw opdrachtgever failliet is of niet in staat is aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen, meer zekerheid op betaling (van een deel) van jouw openstaande vorderingen.

Bron: Deze blog is recent in artikelvorm verschenen in VERN magazine. Klik hier om het magazine te bekijken.

Deel deze pagina