Wetsvoorstel 19 juni 2015 versobering partneralimentatie

Wetsvoorstel 19 juni 2015 versobering partneralimentatie

Geplaatst op

Echtscheiden is van alle tijden en daarmee ook het fenomeen partneralimentatie.  Wist u dat in de Codex van Hammurabi van circa 1780 voor Christus de wetgeving rond het huwelijk en scheiding al stond beschreven? Onder het huidige recht moeten echtgenoten elkaar getrouwheid, hulp en bijstand bieden en elkaar het nodige verschaffen. Beide echtgenoten moeten, behoudens bijzondere omstandigheden, bijdragen in de kosten van hun huishouding. Wanneer er een formele echtscheiding wordt uitgesproken, eindigen in principe de verplichtingen van het huwelijk. Dit geldt echter niet voor de onderhoudsplicht. De principiële verplichting om financieel in de kosten van de huishouding van de ander bij te dragen blijft bestaan. Heeft de één niet voldoende inkomsten, en kan deze redelijkerwijs als behoeftig worden beschouwd, dan kan de ander worden aangesproken tot betaling van partneralimentatie. Tot 1 juli 1994 kon de verplichting om partneralimentatie te betalen levenslang zijn. Vanaf 1 juli 1994 is de duur beperkt tot twaalf jaar.


In de afgelopen jaren is er discussie ontstaan over partneralimentatie. De breedgedragen opvatting dat partneralimentatie aan vernieuwing toe is, heeft in 2012 geleid tot een initiatiefnota  met voorstellen die ingrijpend afwijken van de bestaande wetgeving. Op 19 juni 2015 is bekend geworden dat een Kamermeerderheid (PvdA/VVD/D66) het wetsvoorstel ‘Wet herziening partneralimentatie’ ter consultatie aan de Raad van State heeft toegezonden.  Het wetsvoorstel beoogt zowel de duur als de hoogte van de partneralimentatie te beperken.  Volgens het voorstel dient de grondslag voor het betalen van partneralimentatie niet langer de lotsverbondenheid door het huwelijk te zijn maar ‘compensatie voor de gedurende het huwelijk als gevolg van de tijdens het huwelijk gemaakte keuzes ontstane verlies aan verdiencapaciteit’. De initiatiefnemers achten het niet redelijk dat -volgens de huidige wettelijke regeling- het welstandsniveau tijdens het huwelijk ook recht geeft op datzelfde welstandsniveau daarna. Om die reden wordt in het voorstel aangesloten bij de werkelijk voor het huwelijk bestaande inkomensverschillen tussen de partners.
 
De duur van de alimentatieverplichting dient verkort te worden naar 5 jaar waarbij zou moeten dienen te gelden voor huwelijken korter dan drie jaar dat er geen recht op partneralimentatie ontstaat. Verder dient de alimentatieplicht in ieder geval te eindigen op het moment dat de alimentatieplichtige de AOW gerechtigde leeftijd bereikt. Op deze hoofdregels worden in het wetsvoorstel de nodige uitzonderingen gemaakt, onder meer voor huwelijken die langer hebben geduurd dan 15 jaar en huwelijken met kinderen  jonger dan 12 jaar. Verder dient volgens de initiatiefnemers een hardheidclausule opgenomen te worden. Voorts biedt het wetsvoorstel de mogelijkheid om reeds bij huwelijkse voorwaarden vast te leggen of en zo ja tot welk bedrag na echtscheiding de ene echtgenoot tegenover de andere echtgenoot tot een uitkering tot diens levensonderhoud zal zijn gehouden. Daarnaast zal het krijgen van een nieuwe partner niet langer van invloed zijn op de duur van de alimentatieverplichting.

De verwachting van de initiatiefnemers is dat het voorstel ertoe zal leiden dat er minder over partneralimentatie zal worden geprocedeerd. Hier heb ik mijn twijfels over, partneralimentatie blijft naar mijn mening namelijk maatwerk. Verder biedt de huidige regeling scheidende echtelieden ook de mogelijkheid om afspraken op maat te maken over de partneralimentatie en kan ook nu aan de rechter verzocht worden om de duur van de alimentatie te beperken, bijvoorbeeld tot het moment waarop de kinderen 12 jaar zijn.
Feit is wel dat met het wetsvoorstel tegemoet wordt gekomen aan de maatschappelijke opvatting dat de partneralimentatieregeling niet meer van deze tijd is. De sectie personen- en familierecht zal u op de hoogte houden van de ontwikkelingen omtrent het wetsvoorstel.

Deel deze pagina