Zijn uw bedrijfsgeheimen al goed beschermd?

Zijn uw bedrijfsgeheimen al goed beschermd?

Bedrijven investeren vaak veel geld in het verwerven, ontwikkelen en toepassen van knowhow en informatie. Hoe voorkomt u dat uw werknemers met deze waardevolle informatie aan de haal gaan? En welke mogelijkheden heeft u om de schade te beperken en eventueel te verhalen op uw (ex-)werknemer en zijn nieuwe werkgever? Deze bijdrage beantwoordt deze vragen vanuit het arbeidsrecht.

Arbeidsrechtelijke bescherming van bedrijfsgeheimen

De Nederlandse wetgeving bevat geen specifieke regeling voor de bescherming van bedrijfsgeheimen, maar beschikt wel over een divers instrumentarium daarvoor, namelijk via het civiele recht (waaronder het arbeidsrecht) en het strafrecht.

Bedrijfsgeheimen worden in het arbeidsrecht wettelijk op twee manieren beschermd. Op grond van artikel 7:611 van het Burgerlijk Wetboek is de werknemer verplicht zich als een goed werknemer te gedragen. Daaronder valt ook dat hij verplicht is bedrijfsgeheimen van zijn werkgever geheim te houden. Schending van die verplichting kan zelfs een grond vormen voor ontslag op staande voet. Verder bevat de Wet op de ondernemingsraden een geheimhoudingsplicht (artikel 20).

Omdat de wet hier dus maar heel beperkt aandacht aan schenkt, staat in de arbeidsovereenkomst vaak expliciet opgenomen dat er een verplichting tot geheimhouding geldt (een zogenaamd geheimhoudingsbeding). Op overtreding daarvan staat meestal een forse boete. Als er geen contractuele afspraak is kan gebruikmaking van een bedrijfsgeheim van een ander zonder diens toestemming een onrechtmatige daad opleveren. Bijvoorbeeld als een nieuwe werkgever gebruik maakt van bedrijfsgeheimen die een werknemer heeft meegenomen van zijn vorige werkgever.

Als een werknemer of zijn nieuwe werkgever bedrijfsgeheimen gebruikt, kunt u naar de rechter bijvoorbeeld om een verbod op onrechtmatige handelingen en het terugroepen van inbreukmakende goederen. Verder kunnen ook algemene maatregelen worden verzocht, zoals beslaglegging tot afgifte van inbreukmakende goederen en schadevergoeding.

Wetsvoorstel Wet bescherming bedrijfsgeheimen

Op 10 november 2017 heeft minister Wiebes het wetsvoorstel Wet bescherming bedrijfsgeheimen (Wbb) ingediend. Download dit wetsvoorstel hier, of bekijk meer informatie op de website van de Tweede Kamer.

Het wetsvoorstel is gebaseerd op een Europese Richtlijn van 8 juni 2016  (2016/943/EU). Deze richtlijn moet uiterlijk 9 juni 2018 omgezet zijn in een wet. Of die termijn gehaald wordt, is de vraag. Zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer moet hierover nog een ei leggen.

Als de wet er komt, dan komt er een wettelijke (Europese) definitie van het begrip “bedrijfsgeheim”: Van een bedrijfsgeheim is sprake als het gaat om informatie die aan de volgende voorwaarden voldoet:

  1. zij is geheim in die zin dat zij, in haar geheel dan wel in de juiste samenstelling en ordening van haar bestanddelen, niet algemeen bekend is bij of gemakkelijk toegankelijk is voor degenen binnen de kringen die zich gewoonlijk bezighouden met dergelijke informatie;
  2. zij bezit handelswaarde omdat zij geheim is, en
  3. zij is door degene die daar rechtmatig over beschikt, onderworpen aan redelijke maatregelen, gezien de omstandigheden, om deze geheim te houden.

Wat betekent dit voor de praktijk? Houders van bedrijfsgeheimen krijgen op grond van de aanstaande wet- en regelgeving een aantal wettelijke mogelijkheden om hun bedrijfsgeheimen te beschermen. Zij worden beschermd tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken of openbaar maken van bedrijfsgeheimen en kunnen schadevergoeding vorderen. Een voorbeeld is het recht om een verbod te vragen om de bedrijfsgeheimen te verspreiden.

Een belangrijke mogelijkheid is dat houders van bedrijfsgeheimen op kosten van degene die inbreuk maakt op het bedrijfsgeheim de gehele of gedeeltelijke vernietiging vorderen van de daarmee gemaakte producten, informatie en voorwerpen die het bedrijfsgeheim bevatten.  Dit kan dus ook worden gevorderd op kosten van de werknemer. Dit kan niet als de werknemer de bedrijfsgeheimen niet opzettelijk heeft verspreid.

Hoe bewijs je nu dat je een bedrijfsgeheim hebt, zonder dit in een gerechtelijke procedure prijs te geven? Dit duivelse bewijsdilemma vormt een belemmering binnen het huidige recht. De Richtlijn verplicht lidstaten om voldoende waarborgen te introduceren om het bestaan van bedrijfsgeheimen te bewijzen, zonder de inhoud daarvan bekend te maken. Hoe dat het beste kan gebeuren wordt aan de rechter overgelaten.

Conclusie

Onder de nieuwe Wet bescherming bedrijfsgeheimen ontstaat straks een specifieke wettelijke basis om bedrijfsgeheimen te beschermen. De wet voorziet in de juridische mogelijkheden om (ex-)werknemers en hun nieuwe werkgevers aan te spreken en desnoods juridisch aan te pakken. De maatregelen die opgelegd kunnen worden liegen er niet om. Er zijn mogelijkheden om deze kosten te verhalen, ook op de (ex-)werknemer. Dit risico zou werknemers van het verspreiden van bedrijfsgeheimen moeten weerhouden. De wet verstevigt daarmee de positie van bedrijven om hun bedrijfsgeheimen te beschermen.

Deel deze pagina