Zorgschade; een vergoeding voor naasten die het slachtoffer in zijn hulpbehoefte voorzien

Zorgschade; een vergoeding voor naasten die het slachtoffer in zijn hulpbehoefte voorzien

Geplaatst op

Inleiding
Wanneer iemand schade lijdt waarvoor een ander aansprakelijk is heeft hij recht op vergoeding van zijn schade. Maar hoe zit het met de vergoeding van schade van personen in de nabije omgeving van het slachtoffer? De dochters die hun bejaarde moeder met ernstig blijvend letsel als gevolg van een medische misser samen de 24-uurszorg willen bieden die zij nodig heeft, maar hiervoor hun huizen moeten laten verbouwen. Of de vader die na een verkeersongeval niet meer voor de kinderen kan zorgen tijdens de avonddiensten van de moeder, waardoor de moeder de diensten niet meer kan uitvoeren en inkomsten misloopt? Deze schade wordt niet rechtstreeks door het slachtoffer geleden maar is indirect wel degelijk gevolg van het opgelopen letsel. Komt dergelijke schade voor vergoeding in aanmerking?

Verplaatste schade, artikel 6:107 BW
Op grond van artikel 107 van boek 6 van het Burgerlijk Wetboek kan de aansprakelijke partij verplicht zijn om ook de schade van derden te vergoeden voor zorg aan het slachtoffer die vrijwillig is geboden. Dit artikel ziet op een beperkte kring van personen en op kosten die voortvloeien uit de verwondingen van het slachtoffer zelf. Deze bepaling is het gevolg van de verplichting van de aansprakelijke partij om het slachtoffer in staat te stellen om zich van de noodzakelijke verpleging en verzorging te voorzien. De naasten van het slachtoffer kunnen deze verplichting van de aansprakelijke partij in natura overnemen en komen vervolgens voor een vergoeding in aanmerking. De vraag naar de grenzen van deze verplichting en de daarmee gepaard gaande vergoeding is in de rechtspraak vaak aan de orde gekomen. Onder andere de vragen wie voor vergoeding in aanmerking komt en welke kosten moeten worden vergoed zijn veel besproken.

Bespaarde kosten voor professionele hulp
In het bekende Johanna Kruidhof-arrest heeft de Hoge Raad de eerste piketpalen geslagen over de vergoeding voor thuisverpleging. Johanna Kruidhof had als leerling van groep 7 van een basisschool in Losser koffie- en theedienst. Met een klasgenootje maakte zij in de keuken van de school koffie en thee voor de leerkrachten. Johanna had de waterketel op het gasfornuis gezet en wilde de theezakjes uit het bovenkastje pakken. Haar t-shirt vatte hierbij vlam en Johanna liep ernstige brandwonden op, waarvoor zij in het Brandwondencentrum in Beverwijk is behandeld. De ouders van Johanna raakte veel vrije tijd en vakantiedagen kwijt in verband met de bezoeken aan het ziekenhuis en brandwondencentrum en in verband met de thuisverpleging van hun dochter.

De Hoge Raad oordeelde in deze zaak dat indient de ouders van een ernstig gewond kind op redelijke gronden zelf de noodzakelijke verpleging en verzorging op zich nemen, bij het begroten van de schade geabstraheerd kan worden van het feit dat deze taken niet door professionele, betaalde hulpverleners worden vervuld en dat de ouders in staat zijn om de taken te vervullen zonder inkomstenderving. De schadevergoeding voor de ouders wordt gemaximeerd aan de hoogte het geschatte bedrag van bespaarde kosten van professionele hulp.

De grenzen zijn ook na dit Johanna Kruidhof-arrest echter niet volledig duidelijk. Wat betreft de verzorging thuis door de echtgenote van een terminaal slachtoffer gedurende de laatste weken van zijn leven oordeelde de Hoge Raad namelijk dat in dit geval geen vergoeding aan de verzorgende toekomt. De Hoge Raad motiveert dit oordeel aan de hand van de aard van de zorg. Hij meent dat het in deze situatie niet normaal en gebruikelijk is om deze zorg uit te besteden aan een professionele en betaalde verzorger. Er bestaat daarom geen recht op een vergoeding.

Wetsvoorstel zorg- en affectieschade
Al lange tijd zet de wetgever zich in om de zorgschade in het wetboek te introduceren. De wetgever wil hiermee de vergoedingsmogelijkheid voor de redelijke zorgkosten van naasten ten behoeve van het slachtoffer in het wetboek vastleggen. In juli 2015 is (opnieuw) een wetvoorstel ingediend, waarbij is voorgesteld om zorgschade en affectieschade in het wetboek op te nemen.

Hiervoor heb ik uiteen gezet dat er recht kan bestaan op een vergoeding van zorgschade ter hoogte van de bespaarde kosten voor professionele hulp. Op grond van de rechtspraak is het echter niet mogelijk om inkomstenderving vergoed te krijgen die ontstaat wanneer een ouder minder gaat werken om de zorg te kunnen verlenen. In de Memorie van Toelichting van het voorstel blijkt dat deze inkomensschade samen met het verlies van vakantiedagen, voor zover dit verlies samenhangt met een vermindering van de arbeidsuren te behoeve van de zorg van het letselschadeslachtoffer, voor vergoeding in aanmerking kan komen. In de literatuur zijn de nodige (praktische) bezwaren op dit voorstel geuit wat er inmiddels toe heeft geleidt dat het wetsvoorstel met betrekking tot zorgschade van het voorstel omtrent affectieschade is gesplitst. Over het voorstel met betrekking tot de affectieschade zal op 28 juni 2016 door de tweede kamer worden gestemd. Affectieschade betreft een vergoeding voor het door naasten ondervonden leed als gevolg van ernstig letsel of overlijden van een naaste. Het betreft hier een afgebakende kring van naasten en nabestaande die recht hebben op vaste bedragen zodat langdurige en onplezierige discussies over het leed dat is ontstaan worden voorkomen. Op de affectieschade zal in een volgende blog nader worden ingegaan. Het wetvoorstel met betrekking tot de zorgschade zal, gezien de discussie over met name de kring van gerechtigden en de omvang van de vergoeding, de eindstreep vooralsnog niet halen. Voorlopig zullen we het derhalve met de in de rechtspraak gevormde regels moeten blijven doen.

Deel deze pagina