Belastingdienst krijgt een sterker bodemrecht bij faillissement ten koste van o.a. ondernemers

Belastingdienst krijgt een sterker bodemrecht bij faillissement ten koste van o.a. ondernemers

30 november 2012

mr. I. Grijpma Ondernemingsrecht - Leeuwarden

In het Belastingplan van het Ministerie van Financiën, dat gepresenteerd is op Prinsjesdag, is een voorstel opgenomen om de regels omtrent het bodemrecht van de Belastingdienst per 1 januari 2013 flink aan te scherpen. Bij de invoering van deze plannen zal onder meer de positie van banken, leasemaatschappijen en iedere ondernemer die zaken levert met eigendomsvoorbehoud in faillissement behoorlijk verslechteren. Tot op heden is het zo, dat indien het faillissement wordt uitgesproken van een onderneming, leasemaatschappijen en ondernemers die goederen geleverd hebben onder eigendomsvoorbehoud het geleasete respectievelijk de goederen kunnen ophalen alsof er geen faillissement is. Dat zal drastisch gewijzigd worden.

Op grond van de Invorderingswet 1990, artikel 21 lid 1, heeft de Belastingdienst een algemeen voorrecht op alle goederen van de belastingschuldige. Daarnaast kan de Belastingdienst op grond van artikel 22 lid 3  van diezelfde wet voor fiscale schulden beslag leggen op goederen die zich op de bodem van de belastingschuldige bevinden. Gedacht moet worden aan machines en inventaris van de onderneming. De voorraden van de onderneming vallen niet onder het bodemrecht van de Belastingdienst. Het beslag kan ook gelegd worden op goederen, eigendom van derden die aanwezig zijn op de bodem van de belastingschuldige, zoals een geleasete printer of machine of kantoormeubilair welke geleverd zijn onder eigendomvoorbehoud. Als de derde kan aantonen, dat de zaken zijn of haar reële eigendom zijn, zal de Belastingdienst deze goederen teruggeven. De Belastingdienst maakt hier zelden gebruik van. Wat vaak gebeurt in het zicht van het faillissement is, dat leasemaatschappijen haar eigendommen of ondernemers met eigendomsvoorbehoud de nog niet betaalde goederen ophalen, zodat per datum faillissement de zaken zich niet meer bevinden op de bodem van de belastingschuldige, wat de Belastingdienst een doorn in het oog is. Dit geldt met name ook voor de bank als zekerheidsgerechtigde. De bank oefent veelal een bodemverhuurconstructie uit vóór faillissement, waardoor de bank – kort gezegd – de bodem huurt van de belastingschuldige en daarmee de stil verpande zaken in vuistpand neemt. Alsdan bevinden de zaken zich niet langer op de bodem en in de macht van de belastingschuldige waardoor de Belastingdienst het nakijken heeft. De nieuwe plannen steken daar een stokje voor. De kern van het voorstel is, dat houders van pandrechten (vaak de bank), of overige derden (eigendomvoorbehouders, huurverkopers en financial lessors) die recht hebben op een zaak, die zich op de bodem van de belastingschuldige bevindt, mededeling aan de Belastingdienst moeten doen indien zij hun rechten willen uitoefenen met betrekking tot die bodemzaak of andere handelingen willen verrichten waardoor de zaak niet langer gekwalificeerd kan worden als bodemzaak. Anders gezegd leasemaatschappijen kunnen het geleaste niet terughalen, ondernemers waarvan de goederen nog niet zijn betaald kunnen met het eigendomvoorbehoud niet het eigendom opeisen van de zaak, en banken kunnen goederen niet in vuistpand nemen als zij de Belastingdienst daarvan niet voorafgaand mededeling doen. De Belastingdienst heeft na de mededeling vier weken de tijd om bodembeslag te leggen. Wordt niet voldaan aan de mededelingsplicht dan dient de executiewaarde van de bodemzaak aan de Belastingdienst vergoed te worden. Wat betekent dit nu concreet? Indien bijvoorbeeld een leasemaatschappij een machine terughaalt, zonder mededeling daarvan te doen aan de Belastingdienst, dan kan het zo zijn, dat de executiewaarde van de machine door de leasemaatschappij aan de Belastingdienst moet worden voldaan. Dit kan aardig in de papieren lopen. Een duidelijke verslechtering van de positie van banken, ondernemers met eigendomsvoorbehouden en leasemaatschappijen. Inmiddels hebben VNO NCW, MKB Nederland en de Nederlandse Vereniging Leasemaatschappijen hun bezwaren geuit tegen dit voorstel. Het ziet er echter naar uit, dat voorbij gegaan wordt aan alle bezwaren en per 1 januari 2013 het voorstel ingevoerd zal worden, waarmee de overheid/Belastingdienst per jaar € 100 miljoen verwacht te innen. Mocht u confronteert worden met een faillissement of met een debiteur, die een dusdanige betalingsachterstand heeft dat u overweegt uw goederen c.q. het leaseobject terug te nemen, schroom dan niet om contact op te nemen, zodat u er zeker van bent dat u de juiste handelingen verricht teneinde uw eigendommen terug te krijgen zonder vrees van eventuele claims van de Belastingdienst.

Deel deze pagina