(Juridische) Zorg dichtbij

(Juridische) Zorg dichtbij

02 november 2012

 

Het kabinet Rutte II heeft in het regeringsakkoord vastgelegd wat het in de komende jaren van plan is met de gezondheidszorg. Naast preventie, waar de burger in de eerste plaats zelf voor verantwoordelijk is, kiest het kabinet voor de volgende drie prioriteiten: 1. Verbetering van de kwaliteit van geleverde zorg door het inzicht in de geleverde kwaliteit te verbeteren, praktijkvariatie te verminderen en zinloos medisch handelen tegen te gaan. 2. Kostenverlaging door de hoeveelheid geleverde zorg beter te beheersen, overbehandeling tegen te gaan, stringent pakketbeheer in te voeren, overcapaciteit te verminderen en verspilling te bestrijden. 3. Bevorderen van (regionale) samenwerking tussen zorgaanbieders door dure, complexe en acute zorg te concentreren; minder complexe zorg dichter bij de mensen te organiseren. Om deze beleidsdoelen te realiseren krijgen de zorgverzekeraars een nog grotere rol dan nu het geval is. Deze doelstellingen kunnen ingrijpende gevolgen hebben voor patiënten, artsen en instellingen. Informatie over de kwaliteit van zorg is van groot belang voor verzekeraars, patiënten, de Nederlandse Zorgautoriteit, de Nederlandse Mededingingsautoriteit, de Inspectie voor de Gezondheidszorg en het Tuchtcollege. Om te kunnen beoordelen of de geleverde zorg aan kwaliteitscriteria voldoet, zal steeds vaker getoetst worden aan de richtlijnen en standaarden van de beroepsgroepen. Verzekeraars zullen steeds meer selectiever gaan contracteren op basis van kwaliteitscriteria. In ons zorgstelsel hebben de burger (als verzekerde) en de arts of instelling (als zorgaanbieder) een contractuele relatie met de zorgverzekeraar. Tussen de burger en arts of instelling bestaat de arts-patiëntrelatie waarin de arts gehouden is aan zijn beroepsgeheim. De zorgverzekeraar heeft een zorgplicht jegens haar verzekerden en behoort er zorg voor te dragen dat een verzekerde binnen een redelijke termijn de noodzakelijke zorg kan krijgen. Hierbij geldt dat de patiënt in beginsel een ‘vrije artsenkeuze’ heeft. Het kabinet is echter voornemens de basisverzekering te beperken tot naturapolissen, hetgeen betekent dat de burger verplicht wordt de zorg binnen de basisverzekering af te nemen bij door zijn of haar verzekeraar gecontracteerde zorgaanbieders. Hierdoor zal het beginsel van vrije artsenkeuze onder druk komen te staan. Dit is ook het geval wanneer een zorgverzekeraar eenzijdig besluit de vergoeding voor een behandeling door een niet gecontracteerde zorgaanbieder drastisch te verlagen (b.v. Hof Den Bosch 19 juni 2012, LJN BW9803). De verzekerde kan een eventueel geschil met zijn of haar verzekeraar ook aanhangig maken bij de Geschillencommissie Zorgverzekeringen en aldus de verzekering tussentijds beëindigen wanneer de verzekeraar wanprestatie pleegt (b.v. Geschillencommissie Zorgverzekeringen 25 juli 2012, nr, 2011.02383). Ofschoon verzekeraars niet verplicht zijn om alle zorgaanbieders een contract aan te bieden, is het niet zo dat zij naar willekeur kunnen handelen. Ondanks hun sterke onderhandelingspositie, moeten zorgverzekeraars zorgvuldig handelen jegens zorgaanbieders zowel met wie zij wel als met wie zij geen contractuele relatie hebben. Zorgverzekeraars behoren transparant te maken waarom zij bepaalde zorgaanbieders uitsluiten van contractering. Echter, ook zorgaanbieders met een Aanmerkelijke Marktmacht kunnen niet weigeren in te gaan op een redelijk verzoek van een verzekeraar om een contract te sluiten (CBB 7 juni 2012, AWB 10/636, 11/318, LJN BW7731). In de arts-patiënt relatie staat het beroepsgeheim van de arts centraal. Schending van het beroepsgeheim kan strafrechtelijk en tuchtrechtelijk worden geredresseerd en de betreffende patiënt kan daarnaast nog een civielrechtelijke procedure starten als hij daardoor schade heeft geleden. Het is dus een goede zaak op te letten bij informatie-uitwisseling in de gezondheidszorg. Tuchtcolleges wijzen met enige regelmaat artsen op schending van hun geheimhoudingsplicht, bijvoorbeeld wanneer zij in een echtscheidingsprocedure een geneeskundige verklaring afgeven. Van artsen en instellingen wordt door zorgverzekeraars ten behoeve van hun verzekerden terecht gevraagd om duidelijk te maken dat zij goede kwaliteit van zorg leveren. Dat is in het bijzonder van belang bij ketenzorg. Daarbij mag de zorgverzekeraar echter niet zo ver gaan dat de arts zijn beroepsgeheim schendt. In beginsel gaat het beroepsgeheim voor het algemeen belang dat wordt gediend met de opsporing van strafbare feiten. Het Openbaar Ministerie vordert de laatste jaren steeds vaker medische dossiers van artsen en zorginstellingen op. Het is van groot belang dat artsen zich ook dan beroepen op hun geheimhoudingsplicht en een dergelijke vordering door de rechter laten toetsen.  De strafrechter acht een inbreuk op het beroepsgeheim alleen gerechtvaardigd in 'zeer uitzonderlijke omstandigheden' (HR 5 juli 2011, LJN BP6144). Het gezondheidsrecht is voortdurend in beweging en raakt de praktijk van alledag van patiënten, hulpverleners en zorginstellingen. Het gezondheidsrecht is bovendien complex en bestrijkt een breed gebied. Het is daarom belangrijk niet alleen de 'Zorg dichtbij' te hebben, maar wanneer dat nodig is, ook de 'Juridische Zorg'.

 

Deel deze pagina