Pleidooi over vergoeding immateriële schade door aardbevingen live te volgen

Pleidooi over vergoeding immateriële schade door aardbevingen live te volgen

21 november 2016

Het pleidooi in de rechtszaak die is aangespannen door een kleine 150 inwoners van het aardbevingsgebied tegen de Staat en de NAM is live te volgen op de website van RTV Noord. Het pleidooi vindt op dinsdag 22 november om 9.30 uur plaats bij de Rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen. In deze zaak eisen de inwoners onder meer een schadevergoeding voor de geleden immateriële schade veroorzaakt door de aardbevingen in Groningen als gevolg van de gaswinning door de NAM. Het pleidooi is live te volgen via de website van RTV Noord, maar ook op radio en tv besteedt RTV Noord ruim aandacht aan het pleidooi.

Bijna twee jaar geleden zijn advocaten Pieter Huitema en Yorick Boendermaker van De Haan Advocaten & Notarissen de rechtszaak gestart namens de bijna 150 inwoners van het aardbevingsgebied met psychische klachten of bij wie het woongenot is aangetast. Voorbeelden hiervan zijn de angst voor nieuwe aardbevingen en instortingsgevaar, slaapproblemen, stress, zorgen over waardevermindering van de woning of zorgen over het herstel van de fysieke schade die in veel gevallen niet wordt erkend door de NAM.

Huitema en Boendermaker zijn van oordeel dat de inwoners met dergelijke klachten recht hebben op vergoeding van de door hen geleden immateriële schade. De NAM is van oordeel dat alleen psychische klachten die door een arts worden bevestigd in aanmerking komen voor een vergoeding. Volgens de advocaten van de Groningers hoeft er niet per se sprake te zijn van psychische klachten, maar is aantasting van het woongenot door de vele problemen die de aardbevingen met zich brengen voldoende voor een vergoeding van de immateriële schade.

Uniek in deze zaak is dat niet alleen de NAM maar ook de Staat in rechte is betrokken. De Groningers houden de Staat medeverantwoordelijk omdat zij (samengevat) niet voldoende de veiligheid en de fundamentele rechten zoals het recht op een ongestoord privéleven heeft gewaarborgd en niet of niet tijdig heeft ingegrepen. De Staat ontkent dit alles en vindt dat zij zorgvuldig heeft gehandeld.

Deel deze pagina