Regeerakkoord: grote wijzigingen in het ontslagrecht

Regeerakkoord: grote wijzigingen in het ontslagrecht

03 november 2012

mr. N. Entzinger Arbeidsrecht - Groningen Hoofdkantoor Het recent door Rutte en Samsom gepresenteerde regeerakkoord brengt grote wijzigingen met zich voor het ontslagrecht en het sociale zekerheidsrecht. De plannen zijn nog niet geheel uitgekristalliseerd en deze zullen dan ook in de komende periode concreet worden gemaakt door de nieuwe regering, Rutte II. Wanneer de plannen – al dan niet met een aantal wijzigingen – zullen worden ingevoerd, is nog niet duidelijk. Zowel voor werknemers als werkgevers zijn ingrijpende maatregelen in het akkoord opgenomen. Wat gaat er veranderen en wat kunt u verwachten?

Wat zijn de plannen? De PVDA en VVD hebben er voor gekozen de ontbindingsprocedure bij de kantonrechter af te schaffen (met uitzondering voor werknemers waarvoor een opzegverbod geldt). Na invoering van de plannen zal een werkgever aangewezen zijn op een procedure bij het UWV WERKbedrijf. De procedure houdt in dat advies aan het UWV WERKbedrijf gevraagd moet worden voordat een arbeidsovereenkomst – met inachtneming van de opzegtermijn - beëindigd mag worden. Het UWV WERKbedrijf toetst aan strikte criteria en zal de werkgever binnen vier weken adviseren. De werkgever is niet gehouden het advies van het UWV WERKbedrijf op te volgen. Doet de werkgever dat niet, dan heeft de werknemer uiteraard alle reden om zich tot de kantonrechter te wenden om een vergoeding voor de beëindiging van de arbeidsovereenkomst te vragen. De kantonrechter zal – ook bij een positief advies van het UWV WERKbedrijf – het ontslag toetsen aan dezelfde criteria als welke het UWV WERKbedrijf hanteert.  De vergoeding die de kantonrechter zal toekennen bedraagt een kwart maandsalaris per dienstjaar met een maximum van € 75.000,--. Wanneer de werkgever is afgeweken van een negatief advies van het UWV WERKbedrijf en toch tot ontslag is overgegaan, heeft de kantonrechter ook de mogelijkheid het ontslag van de werknemer ongedaan te maken. In de plannen is eveneens opgenomen dat wanneer in een CAO is voorzien in een vergelijkbare (qua inhoud en snelheid) procedure als bij het UWV WERKbedrijf, deze door de werkgever moet worden doorlopen. In dat geval zal de werkgever dus niet de procedure bij het UWV WERKbedrijf moeten doorlopen, maar de procedure conform CAO. Het uitgangspunt van het regeerakkoord is ‘van werk naar werk’. Daarom zal het zogeheten ‘transitiebudget’ ingevoerd gaan worden: een werkgever zal bij onvrijwillig ontslag van een werknemer een budget voor de werknemer ter beschikking dienen te stellen ter hoogte van een kwart maandsalaris per dienstjaar tot een maximum van vier maandsalarissen. Is de werknemer ontslagen dan zal hij kunnen terugvallen op een kortere WW-uitkering dan op dit moment het geval is. De duur van de WW-uitkering zal maximaal 24 maanden bedragen in tegenstelling tot de huidige 38 maanden. De hoogte van de uitkering zal de eerste 12 maanden worden gekoppeld aan het laatst verdiende brutosalaris. Daarna wordt de WW-uitkering gerelateerd aan het minimumloon. Wat valt te verwachten? De gevolgen van de plannen zijn in dit stadium nog moeilijk te duiden. Zal het beoogde doel – een flexibelere arbeidsmarkt – wel bereikt worden? Het lijkt erop dat de wijzigingen juist tot meer en (in sommige gevallen) juist langere procedures kunnen leiden.  Werknemers zullen halsstarriger worden waardoor de verhoudingen sneller op scherp komen te staan. Er wordt hen geen andere keus geboden. De periode waarin zij recht zullen hebben op een WW-uitkering wordt immers korter en de ontslagvergoeding kan fors lager zijn dan de huidige. Bovendien zal de werknemer voor het verkrijgen van een vergoeding moeite moeten doen. Het UWV WERKbedrijf zal geen vergoeding toekennen. Daardoor zal de werknemer meer geneigd zijn om over een vergoeding te gaan procederen. Hoewel voor werkgevers het akkoord wellicht op het eerste gezicht een verbetering lijkt, is dat nog maar de vraag. Immers, meer dan voorheen zal een werkgever haar (ontslag-) dossier van een werknemer goed op orde moeten hebben. Ook loont het voor de werkgever om vooraf goed na te denken over de in te zetten strategie. Goed voorbereiden is verstandig Er zitten veel haken en ogen aan de plannen van VVD en PVDA. De verwachting is dat het de relatie tussen werknemer en werkgever zal verharden. Een goede reden om u daar goed op voor te bereiden. Uiteraard geeft de sectie Arbeidsrecht van De Haan Advocaten & Notarissen u daarover graag advies en meer informatie. Niek Entzinger November 2012 n.entzinger@dehaanlaw.nl 0505757592 0629596025

 

 

Deel deze pagina