Verjaring in het Vervoerrecht: oppassen geblazen!

6 februari 2020

Zowel het nationaal als internationaal vervoerrecht wordt gekenmerkt door korte verjaringstermijnen van meestal één en soms twee jaar. Dit verklaart voor een deel ook de hectiek binnen het vervoerrecht bij een schadeclaim. Maar hoe zat het ook alweer, en op welke wijze kunnen lopende verjaringstermijnen verlengd, geschorst of gestuit worden. In deze blog in het kort de hoofdregels op een rij.

Het laten verlopen van een verjaringstermijn heeft verstrekkende financiële gevolgen. Als schuldeiser sta je dan met lege handen. Hoewel de schadeclaim nog steeds bestaat – ook na de verjaring – is het recht om deze te vorderen verjaard.

Verlenging

In artikel 8:1701 Burgerlijk Wetboek (BW) is bepaald, dat een verjarings- of vervaltermijn verlengd kan worden. Dit is eerst mogelijk nádat het feit, dat de vordering heeft doen ontstaan, heeft plaatsgevonden. Anders gezegd, pas als er bijvoorbeeld schade is ontstaan aan de lading – zoals door het onjuist vastzetten van de lading – kan een verlenging worden overeengekomen. Deze afspraak kunnen partijen contactueel overeenkomen.  

In alle gevallen waarin de regeling van vervoerdersaansprakelijkheid van dwingend recht is kun je niet contractueel afspreken dat de wettelijke termijn van verjaring of verval wordt gewijzigd. De wijziging kan een kortere of langere verjaringstermijn behelzen. Voornoemde verlenging is daarvan dus een uitzondering. Ook uitgezonderd is de regeling van verjaring opgenomen in het CMR. Als het CMR van toepassing is, dan zijn de bepalingen terzake verjaring in het CMR geldig.

Schorsing

Het CMR is van toepassing in het internationaal wegvervoer. Het CMR kent een figuur, dat niet bekend is in het Burgerlijk Wetboek. In artikel 32 lid 1 van het CMR is een bepaling opgenomen waarmee het mogelijk is de verjaring van een schadeclaim te schorsen. Deze schorsing gaat in door een aansprakelijkheidsstelling te zenden aan bijvoorbeeld de vervoerder. Als de vervoerder vervolgens de schadeclaim afwijst, wees je er dan van bewust, dat de verjaringstermijn niet langer geschorst is ex artikel 32 lid 2 CMR. De oorspronkelijke verjaringstermijn loopt dan weer verder. Is bijvoorbeeld de verjaring geschorst na vier maanden, dan heb je na de schorsing nog acht maanden, uitgaande van een verjaringstermijn van één jaar.

Stuiting

Naast de verlenging en de schorsing staat in het vervoerrecht ook de stuiting van de verjaringstermijn ten dienste. Deze is geregeld in Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en geldt voor allerlei vorderingen, ook buiten het vervoerrecht. Stuiting kan door een schriftelijke aanmaning of mededeling als bedoeld in art. 3:317 BW. In deze aanmaning of mededeling doe je er verstandig aan duidelijk aan te geven dat je de vervoerder aansprakelijk houdt voor de schade aan de lading. Om er zeker van te zijn, dat de stuiting de vervoerder bereikt is het aan te raden de brief ook aangetekend te verzenden en/of per e-mail met een ontvangstbevestiging.

Het gevolg van de stuiting is dat er – anders dan bij schorsing – een nieuwe verjaringstermijn gaat lopen van meestal één jaar. Is op grond van artikel 8:1701 BW de verjaringstermijn verlengd, dan wordt aangenomen dat tijdens deze verlengde periode stuiting van de verjaringstermijn mogelijk is. In dat geval zal de nieuwe verjaringstermijn, die door stuiting begint te lopen, gelijk zijn aan de oorspronkelijke termijn van meestal één jaar.

Let wel op bij vorderingen tegen de vervoerder onder het CMR. Is de verjaringstermijn geschorst en is die schorsing opgeheven omdat de vervoerder de schadeclaim afwijst, dan moet worden bedacht dat stuiting van de verjaringstermijn niet mogelijk is. Een schriftelijke aanmaning of mededeling op grond van artikel 3:317 BW, die betrekking heeft op dezelfde schadeclaim als waarvoor de verjaringstermijn eerder al geschorst is geweest, kan er niet toe leiden dat de verjaring wederom wordt geschorst of alsnog wordt gestuit. (Hoge Raad van 20 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:2043)

Conclusie

Concluderend is het dus belangrijk bij een mogelijke schadeclaim niet stil te zitten, maar direct actie te ondernemen zodat de vordering niet kan verjaren. Eén – gering – voordeel. De rechter mag niet ambtshalve zichzelf de vraag stellen of een schadeclaim verjaard is. Dit is ingevolge art. 3:322 lid 1 BW verboden. De vervoerder moet uitdrukkelijk daarop een beroep doen.

Heeft u vragen of wenst u meer informatie over verjaring in het vervoerrecht, dan kunt u contact opnemen met mr. Ineke Grijpma. Mail of bel gerust naar: 058-29 48 500 i.grijpma@dehaanlaw.nl