Vermogensbijtelling AWBZ per 1 januari 2013

Vermogensbijtelling AWBZ per 1 januari 2013

02 mei 2013

Regeling AWBZ Langdurige zorg voor ouderen, chronisch zieken en gehandicapten wordt betaald uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (hierna: AWBZ). Met deze wet wordt voorkomen dat u hoge kosten moet maken op het moment dat u dure verzorging of behandelingen nodig hebt. Het eerste half jaar van uw verblijf in een AWBZ-instelling bent u een zogenaamde “lage bijdrage” verschuldigd, welke bijdrage wordt berekend op basis van uw verzamelinkomen van twee jaar geleden, waarbij ook het verzamelinkomen van uw partner wordt meegeteld. Het verzamelinkomen is de optelsom van de inkomsten uit box 1, box 2 en box 3. De minimale lage bijdrage bedraagt € 152,00 per maand, de maximale lage bijdrage bedraagt € 797,80 per maand. Zodra het eerste half jaar van verblijf in een AWBZ-instelling verstreken is, wordt door het Centraal Administratie Kantoor (wellicht beter bekend als CAK) beoordeeld of door de persoon die in de AWBZ-instelling verblijft ook een “hoge bijdrage” verschuldigd is, en zo ja, hoe hoog deze bijdrage dient te zijn. De hoge bijdrage wordt, anders dan de lage bijdrage, berekend op basis van het bijdrageplichtige inkomen. Voor de hoge bijdrage geldt geen minimumbedrag. De maximale hoge bijdrage bedraagt € 2136,40. Wetswijziging Om de zorg in de toekomst betaalbaar te houden, heeft het kabinet met ingang van 1 januari 2013 de eigen bijdrage voor de AWBZ verhoogd voor mensen die eigen vermogen bezitten. Deze verhoging wordt aangeduid als “vermogensbijtelling” en wordt opgeteld bij het verzamelinkomen van twee jaar geleden. Deze twee bedragen vormen samen de nieuwe grondslag voor het berekenen van de eigen bijdrage. Simpel gezegd komt het er dus op neer dat mensen met een vermogen boven het heffingsvrije vermogen in box 3, een hogere eigen bijdrage (namelijk 8 % van het box 3-vermogen) moeten betalen op het moment dat ze worden opgenomen in een AWBZ-instelling, dan mensen die met hun vermogen niet boven de heffingsvrije voet in box 3 uitstijgen. De verhoging van 8 % komt boven op de al langer bestaande bijtelling van 4 % van het box 3-vermogen. De staatssecretaris van Volksgezondheid, de heer Van Rijn, heeft in een brief aan de Tweede Kamer aangegeven dat mensen die een lage bijdrage verschuldigd zijn voor het verblijf in een AWBZ-instelling, er gemiddeld € 12,00 per maand op achteruit gaan. Mensen die echter een hoge bijdrage moeten betalen, gaan er gemiddeld met € 235,00 op achteruit. Houdt u er wel rekening mee dat deze bedragen gemiddelden zijn. In de praktijk kan het om veel hogere bedragen gaan. U zult begrijpen dat de staatskas behoorlijk gebaat is bij deze nieuwe regeling. Volgens de staatssecretaris levert de wetswijziging maar liefst een bedrag op van € 190.000.000,00. Vanwege een grote stroom aan kritiek heeft de staatssecretaris op 4 april jl., op verzoek van de Tweede Kamer, te kennen gegeven dat enkele verzachtende maatregelen worden genomen voor mensen die onder de regeling van de AWBZ vallen. In bepaalde situaties wordt een uitzondering gemaakt op de eigen bijdrage. Zo hoeven woningeigenaren die hun woning verkocht hebben niet direct een eigen bijdrage te betalen. Een goede uitzondering, aangezien de waarde van een woning wel wordt meegeteld als vermogen, maar woningeigenaren vaak niet over dit vermogen kunnen beschikken. Ook vergoedingen voor letselschade worden buiten de berekening gehouden. Hoe deze uitzonderingen precies worden vormgegeven, zullen we nog moeten afwachten. Actie Om te voorkomen dat u, op het moment dat u in een AWBZ-instelling terechtkomt, een hoge eigen bijdrage verschuldigd zult zijn, kunt u ervoor kiezen om uw vermogen te verkleinen. Een mogelijkheid hiervoor is om in uw testament op te nemen dat het niet opeisbare erfdeel aan uw kinderen wel tot uitkering dient te komen op het moment dat de langstlevende ouder wordt opgenomen in een AWBZ-instelling. Dit wordt ook aangeduid als “opeisbaarheidsclausule”. Het nadeel dat aan deze mogelijkheid kleeft, is dat deze maatregel pas in werking treedt op het moment dat de eerste ouder overlijdt. Een betere oplossing zou zijn dat u ertoe overgaat om uw vermogen alvast bij leven over te hevelen naar uw kinderen, in de vorm van schenkingen. Voor een schenking van ouders aan kinderen geldt een jaarlijkse vrijstelling van maar liefst € 5141,00 (jaar 2013). Indien uw kind een leeftijd heeft tussen 18 en 40 jaar, dan kan de vrijstelling voor schenkingen van ouders aan kinderen eenmalig verhoogd worden tot € 24.676,00 (jaar 2013). Ook kan er nog een extra bedrag van € 26.732,00 (jaar 2013) belastingvrij worden geschonken, indien de schenking gebruikt wordt om een dure studie te betalen, om een eigen woning te verwerven, te verbeteren of te onderhouden en/of om de eigenwoningschuld af te lossen. Ook bij deze laatste vrijstelling geldt dat uw kind een leeftijd moet hebben tussen de 18 en 40 jaar. Bij schenkingen bestaat ook de mogelijkheid om deze enkel “op papier” te laten plaatsvinden. Het voordeel van dergelijke schenkingen is dat u tijdens uw leven de geschonken gelden in uw bezit houdt en de verkleining van uw vermogen als het ware niet in uw portemonnee voelt. Slot Wilt u voorkomen dat uw vermogen in de staatskas terechtkomt op het moment dat u wordt opgenomen in een AWBZ-instelling? Neemt u dan tijdig maatregelen, bijvoorbeeld in de vorm van het opnemen van een opeisbaarheidsclausule in uw testament, of door uw vermogen reeds bij leven over te hevelen naar de volgende generatie. Bij De Haan AGW Advocaten & Notarissen staat een team van specialisten voor u klaar om u van een goed advies te voorzien. Vragen? Schroomt u dan niet om contact met ons op te nemen.

Deel deze pagina