Incassomiddelen bij grensoverschrijdend zakendoen

Incassomiddelen bij grensoverschrijdend zakendoen

Dat tijdig betalen van facturen door debiteuren een belangrijke zaak is hoeft een ondernemer niet te worden verteld. Goed debiteurenbeheer is voor de cashflow, en daarmee de levensvatbaarheid van een bedrijf, van levensbelang.

Voor succesvol incasseren zijn zaken als een volledig up to date debiteurendossier, met daarin opgenomen de facturen, juiste gegevens van de debiteur en gevoerde correspondentie met de debiteur in de vorm van herinneringen en aanmaningen een minimaal vereiste.

Wat als betaling uitblijft?

Als de debiteur ondanks aanmaningen niet vrijwillig tot betaling overgaat, komen juridische acties om de hoek kijken, waaronder het leggen van beslag. In Nederland  kan reeds beslag worden gelegd zonder dat de crediteur de beschikking heeft over een uitspraak; dit heet conservatoir beslag.

Een stuk lastiger ligt het als het gaat om een buitenlandse debiteur, omdat dan de mogelijkheden om een procedure te voeren en of bijvoorbeeld beslag te leggen niet altijd eenvoudig te bepalen zijn.

Om de vordering op een buitenlandse debiteur toch te kunnen innen zijn er de volgende mogelijkheden:

  • ten aanzien van de debiteur zonder bekende woonplaats in Nederland kan conservator beslag worden toegepast indien er zich goederen, waaronder banktegoeden, vorderingen etc. van de debiteur in Nederland bevinden; dit wordt het vreemdelingenbeslag genoemd;
  • sinds 18 januari 2017 is de verordening betreffende het Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen om grensoverschrijdende inning van schuldvorderingen te vergemakkelijken in werking getreden; European Accounts Preservation Order(EAPO).

Europees bankbeslag

Door deze verordening is het mogelijk om door middel van een standaardformulier de Nederlandse rechter een verzoek te doen tot het mogen leggen van beslag op bankrekeningen in een Europese lidstaat; met uitzondering van Denemarken en het Verenigd Koninkrijk. De verordening is uitsluitend van toepassing op geldvorderingen in burgerlijke en handelszaken in grensoverschrijdend verband.

Een zaak is grensoverschrijdend indien de bankrekening waarop het beslag betrekking heeft wordt aangehouden in een andere lidstaat, dan de lidstaat waar het verzoek wordt ingediend of de lidstaat waar de schuldeiser zijn woonplaats heeft.

Voorts wordt de toestemming (bevel) door de rechter slechts uitgevaardigd indien de schuldeiser voldoende bewijsmateriaal heeft verstrekt om het gerecht te overtuigen dat er dringend behoefte bestaat aan dit Bankbeslag, gelet op het reële risico dat het verhaal op een later moment onmogelijk zal worden.

Nadat het bevel is uitgevaardigd dient binnen 14 dagen een bodemprocedure ingesteld te worden, dan wel binnen 30 dagen na de datum van indiening van het verzoek.

Deze procedure dient aanhangig te worden gemaakt bij de bevoegde rechter volgens een andere Europese Verordening; in de regel bij de rechter van de verkoper, waardoor de Nederlandse rechter de zaak kan behandelen.

Aan het bevel wordt in de regel de schuldeiser verplicht een vorm van zekerheid te stellen voor een bedrag dat volstaat om misbruik van de procedure te voorkomen en voorts vanwege mogelijke schade die de debiteur zou kunnen lijden als gevolg van ten onrechte gelegd beslag.

De verordening geeft voorts de mogelijkheid om een verzoek in te dienen bij de bevoegde informatie-instantie in de lidstaat van tenuitvoerlegging tot het verkrijgen van rekeninginformatie van de debiteur. Hiervoor is wel vereist dat de schuldeiser beschikt over een in een lidstaat verkregen uitspraak, gerechtelijke schikking of een authentieke akte.

Voor het indienen van het verzoek geldt geen verplichte procesvertegenwoordiging , alhoewel vanwege de samenhang met de hoofdprocedure in de regel deze mede gezien het gehanteerde jargon door een advocaat het beste kan worden ingediend.

Deel deze pagina