De Wet Franchise is een feit! Wat betekent dit voor u?

7 januari 2021

De franchiseovereenkomst was niet wettelijk verankerd. Daar is dus nu verandering in gekomen. De reden voor politiek Den Haag om het onderwerp franchise op te nemen in het Burgerlijk Wetboek (BW) ligt in de wens/ noodzaak evenwicht in de relatie tussen de franchisegever en franchisenemer te brengen. Er zijn in het BW dwingendrechtelijke bepalingen opgenomen met het doel de positie van de franchisenemer te versterken.

In deze blog wordt ingegaan op de gevolgen die de nieuwe Wet Franchise heeft voor de praktijk.

Bestaande en nieuwe contracten

Franchiseovereenkomsten die reeds bestaan behoeven nog niet op alle onderdelen vanaf 1 januari jl. te voldoen aan de wettelijke bepalingen. Voor sommige bepalingen geldt een overgangsperiode. Dit betreft contractsbepalingen over goodwill, het non-concurrentiebeding en het instemmingsvereiste voor wijzigingen in de franchiseformule. Deze onderwerpen dienen binnen twee jaar in bestaande franchiseovereenkomsten alsnog in lijn te worden gebracht met de nieuwe wet. De overgangsperiode loopt dus tot 1 januari 2023. Nieuwe franchiseovereenkomsten moeten direct volledig in overeenstemming zijn met de wet. Denk daarbij dus aan de bepalingen over de goodwill, het non-concurrentiebeding en het instemmingsvereiste. Dit betekent dus dat zowel voor de huidige (ten dele) als de toekomstige franchisegevers en franchisenemers er vanaf nu nieuwe rechten en verplichtingen gelden.

Rechten en verplichtingen

De wetgever heeft met de nieuwe artikelen 7:911 t/m 922 BW een kader willen scheppen voor vier deelgebieden van de samenwerking tussen de franchisegever en de franchisenemer die belangrijk zijn voor een evenwichtige verhouding. Deze zijn:

  • de precontractuele uitwisseling van informatie,
  • de tussentijdse wijziging van een franchiseovereenkomst,
  • de beëindiging van de franchisesamenwerking en
  • het overleg tussen de franchisegever en zijn franchisenemers.

Voor franchisegevers en franchisenemers is het vanaf nu dus verplicht om, voorafgaand aan het sluiten van een franchiseovereenkomst, bepaalde informatie met elkaar te delen. Dit met als reden dat beide partijen voldoende kans geboden wordt om de risico’s van het aangaan van een franchiseovereenkomst te beoordelen. Een voorbeeld is, dat de franchisenemer een conceptovereenkomst dient te ontvangen van de franchisegever en de franchisenemer de tijd wordt gegeven het concept te bestuderen en/of te laten beoordelen door een deskundige. In dat tijdsbestek kan de franchisegever het concept niet wijzigen. Verder rusten er bepaalde verplichtingen op de franchisegever. Tijdens de looptijd van de overeenkomst moet de franchisegever de franchisenemer informeren over verlangde investeringen, ontwikkelingen, plannen en wijzigingen die de franchiseovereenkomst raken. De franchisegever moet op verzoek van de franchisenemer de franchisenemer commercieel en/ of technisch ondersteunen.

Ook ziet de Wet Franchise op de situatie nadat de franchiseovereenkomst een einde heeft genomen. De wet bevat bepaalde vereisten waaraan de inhoud van een franchiseovereenkomst in ieder geval moet voldoen. Het gaat dan om de onderwerpen goodwill, het non-concurrentiebeding en het instemmingsvereiste. In de franchiseovereenkomst zal dus een regeling moeten worden opgenomen over de te betalen goodwill na beëindiging van de overeenkomst. Ook mag een concurrentiebeding niet langer duren dan één jaar na het einde van de franchiseovereenkomst. Verder heeft de franchisegever voor het doorvoeren van wijzigingen in de franchiseovereenkomst of -formule in sommige gevallen de instemming nodig van de franchisenemer.

Internationaal

De Wet Franchise bevat dwingendrechtelijke bepalingen voor franchisenemers en franchisegevers die in Nederland gevestigd zijn. Dit geldt ook als deze partijen in hun franchiseovereenkomst hebben verklaard dat een ander recht dan het Nederlands recht van toepassing is. Wanneer de franchisegever in Nederland gevestigd is, maar de franchisenemer in het buitenland gevestigd is, mag er worden afgeweken. Ook als door deze partijen een rechtskeuze voor Nederlands recht is gemaakt.

Wat nu?

U moet als (toekomstig) franchisegever of franchisenemer in actie komen! Er is met name werk aan de winkel voor de franchisegever, maar de franchisenemer doet er ook goed aan zich te laten informeren welke rechten (en verplichtingen) hij heeft. Bestaande overeenkomsten dienen voor een deel al in lijn te zijn met de nieuwe wettelijke bepalingen en er dient nagedacht te worden over de onderwerpen goodwill, non-concurrentie en instemming wat voor 1 januari 2023 geregeld moet zijn. Ook raad ik u aan de overige gebruikelijke documenten te bestuderen, zoals het handboek en de verschillende door te lopen processen. Deze moeten allicht ook aangepast worden. Het is ook aan te bevelen om een Precontractueel Informatie Document op te stellen als franchisegever.

Meer informatie

Hebt u vragen over de te maken aanpassingen in uw (standaard) franchiseovereenkomst en overige franchisedocumenten en -processen, neemt u dan gerust contact op Daniël Schildknecht.

Gerelateerde actualiteiten

BNR radio | De Haan Advocaten Wij zijn te horen op BNR Luister de podcast