NOW-I Nieuws: Het is tijd voor de vaststelling van de subsidie. Hoe zit het met de benodigde verklaringen?

21 oktober 2020

Vanaf 7 oktober 2020 is het mogelijk een aanvraag in te dienen voor de vaststelling van de subsidie die onder de Eerste tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid, beter bekend als NOW-I, is verleend aan werkgevers die hierom hebben verzocht. In de gevallen waarin geen accountantsverklaring is vereist, kan de aanvraag worden ingediend tot en met 23 maart 2021 en in de gevallen waarin wel een accountantsverklaring moet worden meegestuurd, hebben de werkgevers tot en met 21 juni 2021 de tijd om de aanvraag in te dienen.

Zoals in de inleiding al is verklapt, bepaalt NOW-I in welke gevallen geen verklaring nodig is, in welke gevallen een verklaring van een deskundige derde (hierna: derdenverklaring) volstaat en in welke gevallen een accountantsverklaring noodzakelijk is bij het indienen van een aanvraag om vaststelling van de subsidie. De verklaring ziet op de bevestiging van de opgevoerde omzetdaling en is uiterst van belang voor het vast te stellen bedrag.

Voordat wordt ingegaan op wanneer welke verklaring nodig is, volgt hierna een korte beschrijving van de belangrijkste begrippen binnen de NOW-I.

Hoe zat het ook alweer?

De eerste aanvraag ziet op subsidieverlening. In deze fase wordt uitgegaan van een inschatting van de toekomstige omzetdaling. Vervolgens wordt 80% van het verleende bedrag daadwerkelijk uitbetaald als voorschot. Nadat de subsidieperiode voorbij is, wordt de subsidie vastgesteld, naar aanleiding van een nieuwe aanvraag van de werkgever. Als de omzetdaling van tevoren juist is ingeschat, dan volgt er een nabetaling van 20%. Is de omzetdaling te hoog ingeschat dan kan er sprake zijn van een nabetaling die kleiner is dan 20%, maar ook van gedeeltelijke en soms zelfs volledige terugbetalingsverplichting.

Hoe weet de werkgever of en zo ja welke verklaring nodig is?

Voor de beantwoording van deze vraag geldt de hoogte van het verleende voorschot als drempelwaarde:

  • onder € 20.000 is geen verklaring nodig
  • tussen € 20.000 en € 100.000 is een derdenverklaring nodig
  • boven € 100.000 is een accountantsverklaring nodig

Naast het voorschot is ook het uiteindelijk vastgestelde bedrag van belang.

Artikel 13, tweede lid NOW-I is echter niet heel makkelijk te lezen, zodat de toelichting op dit punt erg van belang is. Uit de toelichting kan worden afgeleid, dat de verplichting, tot het overleggen van een accountantsverklaring, pas geldt bij de subsidievaststelling van € 125.000 en hoger. Dus stel, er is een voorschot uitbetaald van € 130.000 (in dat geval is sprake van subsidieverlening van € 162.500), maar de subsidie wordt uiteindelijk vastgesteld op een bedrag die lager is dan € 125.000, dan hoeft er naar mijn oordeel geen accountantsverklaring te worden overgelegd.  Dit volgt uit de toelichting op de NOW-I, waarin is aangegeven dat wordt uitgegaan van de reguliere grens van de Aanwijzingen voor de subsidievaststelling op grond waarvan geen accountantsverklaring gevraagd wordt voor vaststellingen onder € 125.000.

Uit het voorgaande volgt, dat de vraag of een accountantsverklaring nodig is, uiteindelijk afhankelijk is van de hoogte van de vaststelling.  De vaststelling kan ertoe leiden dat er, ondanks een voorschot, boven de drempelwaarde geen accountantsverklaring nodig is. Dit is het geval wanneer de vaststelling onder de € 125.000 is gebleven. De omgekeerde situatie wordt in de toelichting echter ook niet uitgesloten. Stel, er is sprake van een voorschot van onder de drempelwaarde van € 100.000, maar bij de vaststelling blijkt het bedrag hoger te zijn dan € 125.000. In dat geval moet er alsnog een accountantsverklaring komen. Dit zal aan de orde zijn in de gevallen, waarin de uiteindelijke omzetdaling van tevoren is onderschat. Voor vaststelling van een hoger bedrag dan, waarvan bij de subsidieverlening is uitgegaan, is overigens wel noodzakelijk dat de verleningsbeschikking alsnog wordt gewijzigd.
Dit volgt uit de regel, die geldt voor alle subsidies, namelijk dat de subsidie uiteindelijk niet hoger kan worden vastgesteld dan het bedrag waarvoor deze eerder is verleend.

Het voorgaande lijkt wel een beetje kip-en-ei probleem te kunnen worden voor de werkgevers. Het bedrag van de vaststelling lijkt van doorslaggevend belang voor de beantwoording van de vraag, welke stukken overgelegd moeten worden bij de aanvraag. In de voorbereiding van de aanvraag is het definitieve vastgelegde bedrag echter niet bekend. Het UWV biedt aan werkgevers daarom een rekentool, waarmee de subsidievaststelling van tevoren kan worden berekend. Zodoende kan ook van tevoren worden vastgesteld of een accountantsverklaring nodig is, dan wel of een derdenverklaring volstaat.  

Voor wat betreft de derdenverklaring geldt het volgende.

Deze is verplicht bij een voorschot boven de € 20.000 (subsidieverlening van € 25.000) of bij een subsidievaststelling boven de € 25.000. Bij een derdenverklaring moet gedacht worden aan een administratiekantoor, financieel dienstverlener, of brancheorganisatie. De minister heeft aangewezen welke deskundigen een dergelijke verklaring mogen tekenen.

De gevolgen van het niet overleggen van een accountants- of een derdenverklaring, terwijl dit wel noodzakelijk is, zijn dat de subsidie op nihil wordt vastgesteld en terugbetaald zal moeten worden. Voordat het zover is, zal een herstelmogelijkheid moeten worden geboden. Voor de accountantsverklaring geldt een termijn van 14 weken en voor een derdenverklaring zal steeds een, naar verwachting, redelijke termijn worden gesteld. Pas nadat geen gebruik is gemaakt van de hersteltermijn, zal een nihilvaststelling volgen. 

Wilt u meer informatie over bovenstaande? Neemt u gerust contact met mij op via 06 463 715 51 of via a.kwint@dehaanlaw.nl.

Gerelateerde actualiteiten