Voorlopige duidelijkheid voor melkveehouders: beweiden van melkvee is niet vergunningplichtig

17 april 2020

Voor de coronacrisis verkeerde Nederland ook al in een crisis, hoewel mogelijk kleiner van impact: de stikstofcrisis. Die crisis is, ondanks de momenteel beperktere uitstoot van stikstof, nog niet opgelost. Wel is er meer duidelijkheid gekomen voor een bepaalde groep ondernemers die de uitwerking van deze crisis duidelijk voelde: melkveehouders die hun vee in de wei willen laten lopen. Vandaag is door Bij12, het samenwerkingsorgaan van de provincies, bekendgemaakt dat het beweiden van melkvee niet vergunningplichtig is.

De situatie voorheen

De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) heeft in een van de vele uitspraken van 29 mei 2019 geoordeeld dat het beweiden van vee als aparte ‘activiteit’, dus los van het op stal hebben van melkvee, vergunningplichtig is. Voor veel melkveehouders heeft dit ingrijpende gevolgen: wanneer provincies zouden gaan handhaven en een last onder dwangsom zouden opleggen, zou het in de wei laten lopen van koeien behoorlijk in de papieren kunnen lopen.

Al vrij snel werd duidelijk dat zowel het ministerie, als de commissie Remkes, van mening waren dat en vergunning aanvragen voor het beweiden van vee niet nodig moest zijn. [1] Precies dat nieuws is vandaag door de provincies bij monde van Bij12 naar buiten gebracht. [2]

Huidige stand van zaken

Kort samengevat vinden de provincies dat het beweiden van vee niet vergunningplichtig is, omdat het beweiden van vee, inclusief de bijbehorende uitstoot, al in de vergunning voor de stal is meegenomen. Op bestaande situaties (melkveehouderijen die al een stalvergunning hebben) zal daarom niet worden gehandhaafd. Nieuwe aanvragen waarbij de stal en het beweiden apart zijn aangevraagd, worden als één aanvraag gezien. Verzoeken tot handhaving van personen of organisaties die menen dat beweiden op zichzelf niet kan zonder vergunning, zullen worden afgewezen, aldus Bij12. Dat is dus goed nieuws voor de melkveehouder die het vee weer een seizoen buiten gunt.

Toekomst

Helaas is er mijns inziens wel een kanttekening te plaatsen bij deze gang van zaken: wanneer de provincie een verzoek tot handhaving afwijst, is dat een separaat besluit. Tegen dat besluit staat bezwaar open, en ook nog beroep en hoger beroep. Het is dus de vraag of het standpunt van de provincies door de rechtbank en de Afdeling wordt bekrachtigd.
Ik zie daar nog wel enkele mogelijke lastige punten. De Afdeling benadrukt in haar uitspraak over het beweiden met name dat van belang is dat de gevolgen van de beweiding in de vergunningverlening moeten worden meegenomen. [3] Op voorhand kan niet worden uitgesloten dat het beweiden van vee geen significante gevolgen kan hebben. Dat is ook wat het Europese Hof van Justitie in haar uitspraak hieromtrent oordeelde. [4] De Afdeling maakt in haar uitspraak onderscheid tussen bestaande vergunningen voor stalsystemen waarbij beweiden is uitgesloten en vergunningen waarbij beweiden wel is meegenomen. Voor die eerste categorie staat voor de Afdeling vast dat de significante gevolgen in een passende beoordeling moeten worden meegenomen (en dus vergunningplichtig zijn), voor die tweede categorie geldt dat hierbij inzichtelijk moet zijn dat het beweiden in de berekening van de significante gevolgen

Advies

Helaas kunnen we allemaal niet in de toekomst kijken, en weten we dus ook niet in hoeverre er handhavingsverzoeken worden ingediend, en indien deze worden ingediend en afgewezen en daartegen wordt geprocedeerd, wat de rechtspraak zal oordelen.

Mijns inziens is het echter wel verstandig om de beweiding mee te laten nemen bij een nieuwe aanvraag en met name met een berekening de depositie te onderbouwen in de vergunningaanvraag. Als het goed is, zal dit tot een weinig ander oordeel leiden, gezien de conclusie van de Commissie Remkes, echter gezien de uitspraken van het Hof van Justitie en de Afdeling lijkt het verstandig te onderbouwen dat kan worden uitgesloten dat het weiden van vee door betrokken bedrijven significante gevolgen kan hebben en daarom niet passend beoordeeld hoeft te worden.[5] 

Daarmee kan mogelijk worden voorkomen dat na de beroepsprocedure alsnog een dergelijke onderbouwing moet plaatsvinden, danwel een geheel nieuwe vergunning moet worden aangevraagd.

Heeft u vragen overgehouden na het lezen van dit artikel of wilt u meer weten over bovenstaande? Neemt u gerust contact op met Fonny Krol-Postma via f.postma@dehaanlaw.nl of 06 - 31 04 20 93.


[1] Zie de Kamerbrief d.d. 19 december 2019 van minister Schouten en het advies ‘Beweiden en Bemesten in 2020’ (https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/rapporten/2019/12/19/tussentijds-rapport-van-het-adviescollege-stikstofproblematiek/Advies+Bemesten+Beweiden+in+2020.pdf).

[2] https://www.bij12.nl/nieuws/koeien-in-de-wei-blijft-vergunningvrij/

[3] Zie de uitspraak d.d. 29 mei 2019, onder andere overweging 17 en 18, te vinden op: https://www.raadvanstate.nl/@115590/201506170-2-r2/

[4] Arrest van het Hof van Justitie d.d. 7 november 2018, zaaknummers C‑293/17 en C‑294/17, overweging 119, te vinden op: http://curia.europa.eu/juris/document/document.jsf;jsessionid=3ADDA9421316463753B29EB049ED0F07?text=&docid=207424&pageIndex=0&doclang=nl&mode=req&dir=&occ=first&part=1&cid=2102257

[5] Zie ook overweging 13.1 van de uitspraak van de Afdeling d.d. 29 mei 2019.

Gerelateerde actualiteiten