Moet ik de vragenlijst die mijn bank stuurt beantwoorden?

20 augustus 2021

Sinds de gigantische schikking tussen ING en het Openbaar Ministerie (OM) van 775 miljoen, zijn banken actief bezig om de verplichtingen die zij op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren terrorisme (Wwft) hebben te handhaven.

De verplichtingen die voortvloeien uit deze en soortgelijke regelgeving, maken banken tot poortwachters van ons financiële stelsel. Alle banken dienen namelijk financiële criminaliteit en fraude, zoals witwassen en terrorismefinanciering, te bestrijden en maatregelen te treffen. Maar schieten banken met de door hen geëffectueerde maatregelen niet te ver door?

Aanscherpen beleid ten aanzien van financiële criminaliteit

Banken staan onder toezicht van De Nederlandsche Bank (DNB) en geven invulling aan hun verplichtingen door verdachte transacties te herkennen en deze te melden bij de Financial Intelligence Unit – Nederland (FIU). Tegenwoordig sturen banken op grond van dit beleid hun klanten een vragenlijst. Met de vragenlijst wordt de klant gevraagd de door de bank aangemerkte verdachte transacties toe te lichten.

Een voorbeeld van een verdachte transactie is wanneer bij een klant opeens ongebruikelijk grote sommen geld worden gestort waarvan de oorsprong onbekend is. Bij de bank moeten er in dat geval alarmbellen afgaan en dient het nader onderzocht te worden. Dit onderzoek bestaat vaak uit de eerdergenoemde vragenlijst. Een vastomlijnde definitie van ‘verdachte transactie’ is er overigens niet.

Vindt de bank de toelichting die de klant verstrekt niet adequaat? Dan kan de bank de bancaire relatie met de klant beëindigen. Dit heeft voor de klant verstrekkende gevolgen. Niet alleen dient de klant een andere bank te zoeken, ook wordt hij mogelijk vermeld in interne- en externe registers die de bank bijhoudt (zogeheten IVR en EVR) . Dit kan tot gevolg hebben dat het openen van een rekening bij een andere bank niet meer mogelijk is.

De spagaat waarin de bank verkeerd is dat zij enerzijds de verplichtingen die uit de Wwft voortvloeien moet nakomen en dus bij verdachte transacties de relatie moet opzeggen. Dit komt door toenemende druk op proactief optreden vanuit de Staat. Doet de bank dit niet dan riskeert zij een hoge boete. Aan de andere kant bestaat het grote risico dat de bank te ver gaat in haar poortwachtersfunctie om zo geen boete te riskeren. Er is een omvangrijke hoeveelheid aan transacties die op het eerste gezicht verdacht lijken maar dit uiteindelijk niet zijn. Als de bank in kwestie de uitleg van haar klant ten aanzien van dergelijk transacties als niet-plausibel aanmerkt en daar consequenties aan verbindt, lijdt dit tot maatschappelijk gezien onaanvaardbare situaties.

Verhouding met het recht op privacy

De vragen die de bank aan haar klanten stelt gaan over transacties die de betreffende klant vanaf haar betaalrekening verricht, de herkomst van vermogen, of andere zaken die de bank van belang acht. Deze raken ontegenzeggelijk aan het recht op privacy van de klant en staan hier soms zelfs haaks op. De bank is niet bevoegd om lukraak allerlei kwetsbare gegevens van klanten in te zien.

Welke gegevens moet ik verstrekken?

Wat kan en mag de bank eigenlijk opvragen? Ben je überhaupt tot antwoorden verplicht of voorkomt de privacywetgeving dit? Enerzijds wil je als klant dat je privacy wordt gerespecteerd en is het niet prettig als een derde met zijn neus in jouw zaken zit, maar anderzijds is het belang om de bancaire relatie te behouden natuurlijk groot. In zijn algemeenheid is het lastig om een zwart-wit onderscheid te maken tussen welke vragen wel en niet hoeven te worden beantwoord. Dit hangt sterk af van de omstandigheden van het geval zoals de aard van de onderneming en de transactie. Wel spelen bepaalde aspecten altijd een rol.

Men moet in het achterhoofd houden dat de bank enkel informatie kan opvragen op grond van de wet, in dit geval de Wwft of Wft. Verzoeken die zien op transacties of andere zaken die op geen enkele manier raken aan de doelstellingen van de Wwft of Wft zijn dan ook niet rechtmatig. Ook moet het opvragen van informatie proportioneel zijn, dat wil zeggen: in verhouding met het doel van de betreffende wet. De bank mag in beginsel geen uitleg vragen omtrent alle transacties op een rekening, dit zou disproportioneel zijn. Tevens mag irrelevante informatie de bank worden ontzegd.

Tot slot heeft elke bank gelet op haar maatschappelijke rol de plicht om zorgvuldig te handelen. Mocht een vraag u onnodig of niet rechtmatig voorkomen gelet op het bovenstaande dan kunt u dit bij de bank aangeven en dient de bank hierop toelichting te geven.

Conclusie

Banken nemen steeds verregaandere maatregelen om financiële criminele activiteiten tegen te gaan. In beginsel is dit een positieve maatschappelijke ontwikkeling. Toch leidt deze ontwikkeling ook tot het ongewenste effect dat klanten om te veel of andere informatie wordt verzocht. Dit raakt de privacy, is niet het doel van de antiwitwaswetgeving en moet voorkomen worden.

Bent u door uw bank verzocht om bepaalde informatie te delen en wil u weten welke vragen u wel en niet hoeft te beantwoorden? Of wilt u bezwaar indienen bij uw bank? Neem dan gerust vrijblijvend contact met Daniël Schildknecht of Jasper Gevers.

Gerelateerde actualiteiten

LinkedIn | De Haan Advocaten Volg DeHaan ook op LinkedIn! Volgen