Retentierecht en de accountant

22 februari 2019

Deze blog gaat over het retentierecht. In het bijzonder wordt gekeken of een accountant, financieel adviseur, boekhouder, administrateur en soortgelijken de bevoegdheid toekomt om een retentierecht in te roepen. Daarvoor bekijk ik eerst wat het retentierecht is. Vervolgens welke vereisten er gesteld worden aan het inroepen van het retentierecht en tot slot of een accountant het retentierecht ook toekomt.

Wat is het retentierecht?

Het retentierecht is de bevoegdheid van een schuldeiser om zijn verplichting tot afgifte van de eigendom van zijn schuldenaar op te schorten, totdat er betaald is door de schuldenaar. Dat is een vrij juridische definitie. Het volgende voorbeeld spreekt meer tot de verbeelding. Een garagist geeft de gerepareerde auto pas aan de eigenaar terug, als hij de factuur heeft betaald. Of een reparateur van een espressomachine, een kunsthersteller, maar ook een aannemer op de bouw kan een beroep toekomen op het retentierecht.

Vereisten retentierecht

De schuldeiser is degene die een beroep op het retentierecht doet, en heet de retentor. De wet schrijft in artikel 3:290 BW in samenhang met artikel 6:52 BW voor dat aan de volgende voorwaarden moet zijn voldaan:

  1. De retentor moet een opeisbare vordering hebben (dus niet toekomstig en er moet sprake zijn van verzuim).
  2. Er moet voldoende samenhang bestaan tussen de vordering van de retentor en de vordering van de schuldenaar tot afgifte. Om in het voorbeeld van de garagist te blijven: de openstaande factuur moet betrekking hebben op die auto waarvan afgifte opgeschort wordt.
  3. Het moet gaan om zaken van stoffelijke aard. Die auto, die espressomachine, dat kunstwerk of die stapel stenen.

De accountant

De accountant heeft een ietwat bijzondere positie. Hij krijgt namelijk slechts tijdelijk stukken onder zich, waar hij een vorm van financiële of fiscale verslaglegging over maakt. Er wordt een jaarrekening opgesteld. Of een managementspreadsheet over de toestand van de onderneming. Een aangifte omzetbelasting bij de belastingdienst verzorgt, of een goodwillberekening gemaakt. Kern is in ieder geval dat de administratieve bescheiden blijven zoals ze zijn en weer teruggaan naar de ondernemer als de klus geklaard is. Dat is een subtiel verschil ten opzichte van het retentierecht waar de wetgever vanuit gaat. De wetgever gaat namelijk uit van reparatie, verbetering of tot stand brengen van een zaak van stoffelijke aard. De vraag of het voor een accountant redelijk is om een beroep te doen op het retentierecht is in de rechtspraak al een aantal keer naar voren gekomen. Ook in faillissementen komt een beroep op het retentierecht geregeld voor. Sinds de Wet versterking positie curator van 22 maart 2017 kan de accountant in een faillissementssituatie niet meer een beroep doen op het retentierecht.

Jurisprudentie

De Rechtbank Den Bosch oordeelde in 2009 dat een retentierecht zich uitsluitend uitstrekt tot zaken (waaronder bescheiden) die door de retentor zijn bewerkt. Hierbij is het bepalend of de retentor aan die zaken of bescheiden die hij onder zich houdt, een zekere meerwaarde heeft aangebracht door het resultaat van zijn arbeid. Enkel inzage in administratieve bescheiden is onvoldoende om te spreken van een dergelijke meerwaarde. Dat ligt anders ten aanzien van de daaruit voortvloeiende adviezen, rapporten en dergelijke. Daarop kan mogelijk een retentierecht worden uitgeoefend. In de aangehaalde uitspraak van de rechtbank Den Bosch was van het laatste geen sprake, waardoor daar helaas niet over geoordeeld is. De rechtbank Almelo oordeelde in 2011 in gelijke zin. Het komt mij voor dat de accountant geen beroep op het retentierecht toekomt ten aanzien van de administratieve bescheiden (die de schuldenaar heeft aangeleverd) maar wel op de opgestelde jaarrekening, rapporten, adviezen of goodwillberekening.

Relevant?

Met de digitalisering lijkt de vraag of een accountant een retentierecht toekomt wat naar de achtergrond te zijn verschoven. En toch diende hierover recent een kort geding, waarbij ik de retentor (accountant) bijstond. Geheel in lijn met de jurisprudentie betoogde ik namens cliënt dat er sprake was van een bewerking waarbij een zekere meerwaarde is aangebracht. Over twee weken uitspraak.

Neem gerust contact op met mij en mijn collega’s als u vragen heeft.