Wanneer is er sprake van een irreële of manipulatieve inschrijving?

11 april 2022

De Rechtbank Den Haag heeft zich in een recente uitspraak weer mogen buigen over de vraag wanneer er sprake is van een irreële of manipulatieve inschrijving. De rechtbank herhaalt dat een irreële inschrijving een inschrijving is waarvan bij voorbaat vast staat dat deze niet waargemaakt kan worden. Van een manipulatieve inschrijving is sprake als de inschrijver met een inschrijving die voldoet aan de eisen, een niet beoogd resultaat bewerkstelligt. Dat kan bijvoorbeeld doordat een vergelijking met de andere inschrijvingen onmogelijk wordt gemaakt en daardoor de mededinging wordt belemmerd of wanneer bij voorbaat komt vast te staan dat de inschrijver de opdracht niet voor de aangeboden prijs kan uitvoeren en de kosten op een andere manier bij de aanbestedende dienst wil neerleggen.

Wat speelde er precies?

De Staat had een Europese openbare aanbesteding georganiseerd voor extern wagenparkbeheer. Onder andere het criterium prijs gold als gunningscriterium. Voor de beoordeling van dit criterium moesten inschrijvers een prijzenblad in Excel, bestaande uit vijf tabbladen in zijn geheel invullen. Op basis van de prijs die uit dit prijzenblad zou voortvloeien, zou de Staat een gunningsvoornemen uiten.

Zowel LeasePlan als Athlon schrijven in op deze aanbesteding. Na beoordeling uit de Staat het voornemen om de opdracht te gunnen aan LeasePlan. De vergelijkingsprijs van LeasePlan was ongeveer € 9 mln. lager dan de vergelijkingsprijs van Athlon. Athlon uit hiertegen bezwaren, die er in de kern op neerkomen dat LeasePlan irreëel dan wel manipulatief heeft ingeschreven.

Uitspraak rechtbank

De rechtbank veegt deze bezwaren eigenlijk heel gemakkelijk van tafel. Daarbij herhaalt de rechtbank in eerste instantie de geldende uitgangspunten bij de beoordeling of er sprake is van een irreële of manipulatieve inschrijving. Vervolgens beoordeelt de rechtbank aan de hand van de argumenten van Athlon of er daadwerkelijk sprake is van een irreële of manipulatieve inschrijving.

In de eerste plaats geeft de rechtbank daarbij aan dat de uitleg die Athlon geeft aan de inschrijving van LeasePlan gebaseerd is op een misvatting van de bestekseisen. Athlon heeft de eis zelf verkeerd uitgelegd en daardoor haar eigen inschrijving duurder geprijsd dan nodig was geweest.

In de tweede plaats geeft de rechtbank duidelijk aan dat de bewijslast voor de stelling dat er sprake is van een irreële dan wel manipulatieve inschrijving rust bij de klagende partij. De aanbestedende dienst mag uitgaan van de juistheid van hetgeen de inschrijver op papier heeft gezet en hoeft pas bij voldoende concrete aanwijzingen of klachten van de klagende inschrijver verdergaand onderzoek te doen naar de juistheid van de inschrijving van de beoogde winnaar. Athlon had in de ogen van de rechtbank enkel aannames geponeerd en had nagelaten deze aannames concreet te onderbouwen.

Kortom, nu Athlon haar stellingen onvoldoende concreet heeft onderbouwd en een deel van deze stellingen ook nog eens berusten op een misvatting over het bestek, meent de rechtbank dat de inschrijving van LeasePlan naar voorlopig oordeel niet irreëel of manipulatief is. De vorderingen van Athlon worden daarom ook afgewezen.

Deze uitspraak laat andermaal duidelijk zien dat de bewijslast of er sprake is van een manipulatieve of irreële inschrijving volledig rust bij de klagende partij. Hij dient met concrete bewijzen te komen. Enkel een groot prijsverschil en aannames zijn onvoldoende om aan de bewijslast te kunnen voldoen. In de praktijk zal dit er vaak op neerkomen dat het argument dat er sprake is van een irreële of manipulatieve inschrijving afgewezen zal worden, omdat je als klagende inschrijver geen inzage hebt in de inschrijving van de beoogde winnaar. Hierdoor zal je nimmer voldoende concreet kunnen beargumenteren dat de inschrijving irreëel of manipulatief is.

Voor meer informatie over bovenstaande kunt u contact opnemen met Arnold Appelman.

Gerelateerde actualiteiten