Aansprakelijkheid, verhaal en draagplicht in een familierechtelijke context

Aansprakelijkheid, verhaal en draagplicht in een familierechtelijke context

Geplaatst op

Hoe zit het ook al weer met de begrippen aansprakelijkheid, verhaal en draagplicht in het huwelijksvermogensrecht? De begrippen aansprakelijkheid, verhaal en draagplicht zorgen nog steeds voor verwarring en toch is het, vooral in het kader van het huwelijksvermogensrecht, van belang deze begrippen goed van elkaar te onderscheiden.
De begrippen zijn (o.a.) van belang voor een antwoord op de volgende vragen: wie van beide echtgenoten moet worden gedagvaard tijdens het huwelijk en na de ontbinding van de gemeenschap? Welk vermogen biedt verhaal voor de vordering? En hoe zit het met de interne verhouding tussen beide echtgenoten? Om deze vragen te beantwoorden is een toelichting op de begrippen noodzakelijk. Al het navolgende is ingevolge artikel 1:80b BW van overeenkomstige toepassing op geregistreerde partners.

Aansprakelijkheid ziet op de persoon van de schuldenaar en zijn gehoudenheid ten opzichte van de schuldeiser om aan een bepaalde verbintenis te voldoen. Met andere woorden: wie kan worden aangesproken voor het verrichten van een prestatie? In veel gevallen is dat degene die de verbintenis is aangegaan, de contractspartij. Aansprakelijkheid kan daarnaast uit de wet voortvloeien. Zo roept art. 1:85 BW aansprakelijkheid van een echtgenoot in het leven voor verbintenissen die door de andere echtgenoot zijn aangegaan ten behoeve van de gewone gang van de huishouding. Voor deze verbintenissen is niet alleen de contractspartij aansprakelijk, maar ook diens echtgenoot: beide echtgenoten zijn als schuldenaar aan te merken.
Tijdens het huwelijk is de echtgenoot-contractspartij dus aansprakelijk en eventueel de andere echtgenoot eveneens op basis van de wet (bijv. art. 1:85 BW). Ter illustratie: indien een in wettelijke gemeenschap van goederen gehuwde man een boot koopt, is alleen hij tegenover de verkoper aansprakelijk voor betaling van de koopprijs, en niet zijn echtgenote. Na ontbinding van de wettelijke gemeenschap van goederen wordt dat anders: met ingang van 1 januari 2012 wordt een echtgenoot na ontbinding hoofdelijk aansprakelijk voor de gemeenschapsschulden, die door de andere echtgenoot zijn aangegaan, zij het dat de verhaalsmogelijkheden beperkt zijn (zoals hierna zal blijken). Ontbinding van de gemeenschap leidt dus tot (hoofdelijke) aansprakelijkheid van de vrouw voor de betaling van de koopprijs van de boot (in de voorgaande casus).Aansprakelijkheid geeft geen antwoord op de vraag voor wiens rekening de prestatie uiteindelijk dient te komen. Weliswaar kan vaststaan dat de schuldenaar moet presteren, maar hoe ga je dan verder, indien blijkt dat de schuldenaar niet aan deze verplichting voldoet? De schuldeiser kan zich in dat geval verhalen op het vermogen van de schuldenaar.

Het verhaalsrecht richt zich dus op het vermogen van de schuldenaar en niet op de persoon. Artikel 1:96 lid 1 BW bepaalt dat in geval van een gemeenschap van goederen, voor een schuld van een echtgenoot, ongeacht of deze in de gemeenschap is gevallen, zowel de goederen van de gemeenschap als zijn eigen goederen kunnen worden uitgewonnen. Een gemeenschapsschuld komt in beginsel voor rekening van de gemeenschap en wordt als gevolg daarvan door beide echtgenoten gedragen. Terug naar de boot: tijdens het huwelijk kan de verkoper de koopprijs ‘verhalen’ op de gemeenschap. Na ontbinding van de gemeenschap geldt vanaf 1 januari 2012 dat de echtgenoot niet- schuldenaar weliswaar hoofdelijk aansprakelijk wordt voor deze gemeenschapsschulden (zie hiervoor), maar dat daarvoor slechts kan worden uitgewonnen hetgeen hij/zij uit hoofde van de verdeling van de gemeenschap heeft verkregen. De koopprijs van de boot uit het voorbeeld kan dus verhaald worden op het vermogen van de man en op hetgeen de vrouw uit de verdeling van de gemeenschap heeft verkregen. Enerzijds is er na ontbinding van de gemeenschap derhalve sprake van een verruiming van de aansprakelijkheid en tegelijkertijd een beperking van de verhaalbaarheid van gemeenschapsschulden (slechts hetgeen uit de verdeling is ontvangen, is voor verhaal vatbaar). Ter vergelijking: in de oude regeling (van voor 1 januari 2012) was een echtgenoot na ontbinding van de huwelijksgemeenschap voor de helft aansprakelijk voor de gemeenschapsschulden die de andere echtgenoot is aangegaan. Ook het privé vermogen kon verhaal bieden voor deze door de andere echtgenoot aangegane schulden. ‘

De wijziging per 1 januari 2012 kan ingrijpend zijn, nu de verhaalsmogelijkheid is beperkt en schuldeisers in een aantal gevallen met lege handen staan, ook al heeft de echtgenoot niet- schuldenaar privé vermogen. Anderzijds biedt de regeling schuldeisers meer genoegdoening, zodra de ontbonden gemeenschap voldoende verhaal biedt. Verhaal moet vervolgens weer onderscheiden worden van draagplicht. Bij draagplicht gaat het om de vraag wie uiteindelijk in de onderlinge verhouding tussen de echtgenoten opdraait voor de schuld. In beginsel zijn echtgenoten voor de helft draagplichtig voor gemeenschapsschulden, art. 1:100 BW. In de casus van de boot: de schuld tot betaling van de koopprijs behoort tot de huwelijksgemeenschap en wordt derhalve gedragen door de echtgenoten gezamenlijk. In het kader van de redelijkheid en billijkheid kan afwijking gerechtvaardigd zijn, maar dat is slechts het geval in zeer uitzonderlijke situaties.
 

Deel deze pagina