Het ontslag van een stichtingsbestuurder wordt eenvoudiger

Het ontslag van een stichtingsbestuurder wordt eenvoudiger

De minister is van plan om de preventieve ontslagtoets zoals die nu nog geldt voor een bestuurder van een stichting te schrappen met ingang van 1 januari 2020. Daarmee wordt de positie van een bestuurder van een stichting gelijkgesteld met die van een besloten vennootschap. Dit heeft grote gevolgen voor de arbeidsrechtelijke positie van bestuurders van bijvoorbeeld woningbouwcorporaties of zorginstellingen.

De statutair bestuurder van een BV of NV

In een blog van enige tijd geleden zijn wij al kort ingegaan op de positie van een statutair bestuurder van een BV of NV. Voor het ontslag van een statutair bestuurder van een BV of NV is slechts een rechtsgeldig besluit van een algemene vergadering van aandeelhouders nodig. Een bestuurder van een vennootschap heeft vervolgens niet de mogelijkheid om herstel van de arbeidsovereenkomst te vorderen maar kan slechts  verzoeken om toekenning van een billijke vergoeding. In die procedure wordt  getoetst of er een redelijke grond bestaat voor het ontslag of dat er door de stichting jegens de bestuurder ernstig verwijtbaar is gehandeld. Een dergelijke toetsing door de rechter is echter beperkter dan bij een ‘gewone’ werknemer.

De bestuurder van een stichting

De positie van de bestuurder van een stichting is anders dan die van een statutair bestuurder van een BV of NV en gelijk aan die van een ‘gewone’ werknemer. Voordat een Raad van Toezicht van een stichting tot rechtsgeldig ontslag van een haar bestuurder kan komen is nu nog goedkeuring van de rechter of instemming van de bestuurder nodig.

Dat gaat veranderen met de invoering van artikel 2:298a BW via de Tweede Nota van Wijziging bij het wetsvoorstel  'Wet bestuur en toezicht rechtspersonen'. De rechtspositie van de bestuurder van de stichting wordt in overeenstemming gebracht met die van een bestuurder van een BV of NV. Artikel 298a van BW2 luidt in voorstel als volgt:

Artikel 298a

  1. Een veroordeling tot herstel van de arbeidsovereenkomst tussen de stichting en de bestuurder kan door de rechter niet worden uitgesproken.
  2. Het in het voorgaande lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing op commissarissen.”

Dit betekent zoals gezegd dat de bestuurder van een stichting gelijk wordt gesteld met die van een BV of NV en dus geen (preventieve) ontslagbescherming meer geniet. Ook een bestuurder van een stichting heeft dus, waarschijnlijk met ingang van 1 januari 2020, slechts de mogelijkheid om  een billijke vergoeding te vragen bij  ontslag. Uiteraard bestaat daarnaast het recht op een transitievergoeding (bij een langer dienstverband dan 24 maanden).

Let op: formele eisen

Na inwerkingtreding van dit artikel dient de Raad van Toezicht evenwel alle formele eisen daartoe in acht te nemen, zoals de juiste oproeping voor een vergadering en het horen van de bestuurder over dit ontslag tijdens die vergadering. Anders is het ontslag vernietigbaar. Daarnaast dient er een redelijke grond te zijn voor het ontslag.

Meer informatie

Bent u lid van een Raad van Toezicht of bent u (toekomstig) bestuurder van een stichting en heeft u vragen over de arbeidsovereenkomst of het ontslag van een bestuurder, neem dan  contact op met   Niek Entzinger. Niek heeft specialistische kennis van de rechtspositie van bestuurders van woningbouwcorporaties en zorginstellingen, waaronder de Wet Normering Topinkomens.

Deel deze pagina