Risico’s bij indicatieve aantallen in raamovereenkomsten

Risico’s bij indicatieve aantallen in raamovereenkomsten

Aanbestedende diensten en inschrijvers verkeren vaak in de veronderstelling dat zij volledig vrij zijn in de afname van producten of diensten in het kader van raamovereenkomsten, welke naar aanleiding van een aanbesteding zijn aangegaan. Een recent gepubliceerd arrest van het Gerechtshof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2013:5247) leert dat dit niet altijd het geval is. Ook in het geval van raamovereenkomsten kan het ongeoorloofd zijn (fors) af te wijken van de vooraf opgegeven aantallen. 

In onderhavige zaak had een netbeheerder een aanbesteding uitgeschreven voor de levering van componenten voor elektriciteitskabels. In de offerteaanvraag was de verwachting uitgesproken dat per jaar ongeveer 4000 componenten afgenomen zouden worden. Daarbij was nadrukkelijk aangegeven dat het ging om een indicatie zonder afnameverplichting. Tot slot was bij nota van inlichtingen bevestigd dat het ging om een voorzichtige, conservatieve schatting van de af te nemen aantallen.

Al snel nadat de overeenkomst was gesloten, bleek dat de netbeheerder aanmerkelijk meer componenten afnam dan in de aanbestedingsstukken geprognosticeerd: ongeveer 35.000 op jaarbasis. Een van de afgewezen inschrijvers stelde daarop dat er sprake was van een wezenlijke wijziging van de opdracht, reden waarom een nieuwe aanbesteding voor de 'extra' aantallen georganiseerd moest worden. De aanbestedende dienst wees de bezwaren van de inschrijver van de hand. Zij stelde dat het haar vrij stond een ongelimiteerd aantal af te nemen, nu er sprake was van een raamovereenkomst en in de aanbestedingsstukken slechts gesproken werd over een indicatie.

Nadat in eerste aanleg in het voordeel van de aanbestedende dienst was beslist, mocht het Gerechtshof Den Haag haar oordeel vellen over de kwestie. Onder verwijzing naar het (standaard)arrest van het Europese Hof van Justitie Pressetext (C-454/06) vernietigt het hof het oordeel van de rechtbank: de netbeheerder mocht jaarlijks niet meer dat 6000 componenten afnemen onder de raamovereenkomst (50% meer dan vooraf geïndiceerd). Bij een hoger afgenomen aantal componenten zou er sprake zijn van een wezenlijke wijziging van de opdracht, aldus het hof. Het hof acht aannemelijk dat inschrijvers hun offerte op een andere wijze hadden ingestoken, indien zij bij het opstellen ervan waren uitgegaan van een afname van 35.000 in plaats van 4.000 stuks.

De conclusie die volgt uit onderhavig arrest is dat aanbestedende diensten niet lichtzinnig mogen omgaan met het opgeven van indicatieve aantallen in aanbestedingsdocumenten. Een raamovereenkomst is geen vrijbrief om ongelimiteerd van indicatieve aantallen af te wijken. Voor nuancering klik hier voor de volledige uitspraak.

Deel deze pagina